HOA: wereldwijd kansen voor betaalbare uien

Als lokale producties niet toereikend zijn, liggen er voor Nederland kansen om waar dan ook in de wereld uien te leveren, stelt voorzitter Gijsbrecht Gunter van Holland Onion Association (HOA). 'Voorwaarde is wel dat onze uien betaalbaar zijn. Daarom moeten we ervoor zorgen dat de productiekosten in de hele keten beperkt blijven, de opbrengsten hoog en de kwaliteit excellent.'

HOA%3A+wereldwijd+kansen+voor+betaalbare+uien
© Twan Wiermans

Gunter sprak deze week op de Themadag Uien van Landbouwbeurs Noord- en Centraal-Nederland in Dronten over de concurrentiepositie van Nederland. De voorzitter van de Nederlandse handelskoepel is optimistisch over het perspectief. Vooral in de eerste helft van het afzetseizoen van juli tot en met de jaarwisseling ziet hij mogelijkheden voor meer export naar met name Afrikaanse en Aziatische bestemmingen.

Op basis van de statische gegevens van wereldvoedselorganisatie FAO meldt Gunter dat wereldwijd de productie van uien de afgelopen twintig jaar is verdubbeld. Van het totale productieareaal van 5,8 miljoen hectare in 2021 neemt Nederland slechts 0,6 procent voor zijn rekening. Van het totale productievolume van circa 106 miljoen ton uien is het Nederlandse aandeel 1,5 procent.

Tegelijk met de productie is er wereldwijd ook een bijna exponentiële toename van de consumptie van uien. Volgens Gunter is dat het gevolg van de bevolkingsgroei. Maar het komt ook doordat de wereldbevolking meer uien gaat eten. 'Twintig jaar geleden was de gemiddelde consumptie 8 kilo per persoon op jaarbasis, maar dat is nu 13 kilo en kan doorstijgen tot 20 kilo in 2050.'

In regio's met sterke bevolkingsgroei staan uien dagelijks op het menu

Gijsbrecht Gunter, voorzitter van Holland Onion Association

Incidentele tekorten

Het zwaartepunt van de consumptiegroei en dus de behoefte aan uien ligt in Azië en Afrika. Gunter vertelt dat de gemiddelde consumptie in een land als Senegal oploopt naar 35 tot 40 kilo per hoofd van de bevolking. 'De ui is een belangrijk voedingsgewas. Vooral in regio's met een sterke bevolkingsgroei staan uien dagelijks op het menu.'

Als de behoefte inderdaad aanhoudt, is in 2050 180 miljoen ton uien nodig om de wereldmarkt te voorzien, berekent Gunter. Tegelijk constateert hij dat de opbrengsten van uien wereldwijd stagneren vanwege klimaatverandering en dat het beschikbare landbouwareaal afneemt. 'Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat er incidenteel tekorten kunnen ontstaan.'

Gunter benadrukt dat van de wereldwijde uienproductie zo'n 92 procent bestemd is voor de lokale markten. Dus in feite is de uienhandel voornamelijk gericht op local-for-local. De totale exportmarkt betreft op dit moment slechts 8 procent, ofwel zo'n 8,5 tot 9 miljoen ton. Nederland vertegenwoordigt 20 procent van die internationale handel in uien.


Eerste helft afzetseizoen

Met de toenemende behoefte en de beperkingen voor wat betreft het aanbod, concludeert Gunter dat er kansen liggen voor Nederland. Hij verwacht de grootste vraag vanuit Azië en Afrika en dat daardoor de Nederlandse export zich nog meer verplaatst naar de eerste maanden van het afzetseizoen. 'De volumeverhouding in de eerste en tweede helft van het afzetseizoen was vroeger 40-60, dat is nu omgekeerd naar 60-40 en gaat mogelijk verder naar 70-30.'

Cruciaal voor de exportpositie is volgens de voorzitter van HOA het onderscheidend vermogen en het betaalbaar houden van de Nederlandse ui. 'Onze langedaguien zijn bekend vanwege de goede kwaliteit en uitstekende houdbaarheid. Maar we moeten ons ook realiseren dat er alternatieven zijn voor levering van uien op de wereldmarkt en dat we ons dus niet uit de markt moeten prijzen.'

Kennis van de eigen kostprijs is volgens Gunter noodzakelijk om concurrerend te kunnen zijn. Daarbij is het in de teelt essentieel dat de opbrengsten hoog blijven, zeker gezien de continue stijging van de toegerekende kosten voor akkerbouwers. Gunter verwijst onder meer naar het bericht waarin Wageningen University & Research stelt dat de kosten van een gemiddeld akkerbouwbedrijf in 2022 zijn gestegen met 51.000 euro, ofwel 15 procent.


Impact goede opbrengst

In een indicatieberekening laat Gunter zien dat bij een productie van 55 ton per hectare de kostprijs voor Nederlandse uientelers uitkomt op 16 euro per 100 kilo. Dit gaat dan om uien die in december droog uit de schuur geleverd zijn. 'Berekenen van kostprijzen is altijd riskant vanwege de aannames', erkent hij. 'Maar als we dezelfde berekening uitvoeren met een opbrengst van 80 ton, komt de kostprijs op 11 euro per 100 kilo. Het laat zien wat de impact van een goede opbrengst is.'

Net als de telers hebben ook verwerkers te maken met sterk stijgende kosten, vooral de hogere energieprijzen hakken erin, meldt Gunter. Hij berekent voor de verwerkers 12 euro aan kosten en daarmee komt de baalprijs geleverd aan de haven uit op 28 euro per 100 kilo. Aan exportkosten voor onder meer containertransport en soms sterk variërende importtarieven komt hier nog eens gemiddeld 30 euro bij. Dat resulteert in 58 euro per 100 kilo aan geschatte kosten voor het aanbieden van uien aan de internationale consument.

'Dan is alles betaald, maar ook niet veel meer dan dat', verklaart Gunter. 'Bij de huidige uienprijzen betekent het dat een uienbaal van 25 kilo momenteel voor ongeveer 23 dollar op de markt ligt in Senegal. Dat is een forse prijs voor mensen die vaak slechts enkele dollars per dag te besteden hebben.'


Kostprijs concurrerend

Overigens betekent deze cumulatieve kostprijs volgens Gunter dat Nederlandse uien voorlopig nog goed kunnen concurreren op de wereldmarkt. Hij vertelt dat ook andere landen te maken hebben met hoge kosten per kilo vanwege onder meer de noodzaak van irrigatie, gebruik van duur land, het vele handwerk en de vaak lagere opbrengsten met ook nog eens hogere uitvalpercentages.

'Voor ons blijft het van belang om in de keten de kosten te beperken. Dat kan dus door de opbrengsten op een hoog niveau te houden en te blijven werken aan een efficiënt productieproces. Borging van kwaliteit en inzetten op een duurzaam product zijn verder absolute voorwaarden om te kunnen blijven leveren op de wereldmarkt', besluit de HOA-voorzitter.


Webinar Telen met data: dit zijn de laatste ontwikkelingen

In de land- en tuinbouw wordt steeds meer gewerkt met digitale tools. Harde data helpen boeren en tuinders betere beslissingen te nemen. Maar sluiten oplossingen aan bij de praktijk, welke oplossingen zitten in de pijplijn en welke valkuilen komen we als sector tegen? In dit webinar van Nieuwe Oogst en Bayer gaan verschillende experts in op deze vragen. Aanmelden kan hier: Telen met data: dit zijn de laatste ontwikkelingen, 25 januari van 19.30 tot 20.30 uur

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    4° / -3°
    10 %
  • Zondag
    6° / 2°
    20 %
  • Maandag
    8° / 5°
    50 %
Meer weer