Snel veranderende landbouw dwingt loonwerker tot keuzes

Razendsnelle digitalisering van de land- en tuinbouw, prijsstijgingen, arbeidstekort en snel veranderend duurzaamheidsbeleid maken dat loonwerkers in rap tempo moeten meebewegen met de markt. Want juist nu komen al die ontwikkelingen samen. Hoe gaat de loonwerksector hiermee om en wat betekent dit voor boeren en tuinders?

Snel+veranderende+landbouw+dwingt+loonwerker+tot+keuzes
© Koos van der Spek

De rol van de loonwerker als dienstverlener van de boer en tuinder verandert. De snel veranderende digitale landbouwwereld maakt dat loonwerkers als een sandwich klem zitten tussen enerzijds machinebouwers die volop inzetten op smartfarmingtechnieken en anderzijds boeren en tuinders die de meerwaarde daar niet van inzien.

'Het zijn onzekere tijden voor agrarische loonwerkers', stelt beleidsmedewerker Maurice Steinbusch van brancheorganisatie Cumela met ongeveer 1.900 leden waarvan 1.200 actief in agrarisch loonwerk. 'Het juiste moment van investeren is een uitdaging. Als agrarische klanten niet weten waar ze aan toe zijn, is het ook voor loonbedrijven lastig plannen maken.'


Precisielandbouw

Loonwerkers merken dat boeren en tuinders nauwelijks bereid zijn om te betalen voor extra digitale diensten op het gebied van precisielandbouw en smart farming. Zij zien vooral de extra kosten en niet of nauwelijks de meerwaarde.

Het zijn ook voor agrarische loonwerkers onzekere tijden

Maurice Steinbusch, beleidsmedewerker Cumela

Daarbij houden boeren en tuinders liever keuzevrijheid. Want instappen in het digitale precisiesysteem van de loonwerker en diens leverancier betekent dat ook de boer onderdeel is en blijft van die digitale keten. Het schrikt veel agrarisch ondernemers af.


Grondverzet en natuurbeheer

Het loonwerk verschuift van agrarisch werk naar grondverzet en natuurbeheer. Steinbusch ziet dat door onzekerheid in de landbouw loonbedrijven in stedelijke gebieden zich toeleggen op niet-agrarische activiteiten. 'Het aandeel agrarisch op deze bedrijven was gemiddeld 60 procent en is nu 40 procent. Het levert naast risicospreiding iets betere marges op en de arbeidsfilm is aantrekkelijker.'


Data en specifieke hardware binden een boer aan een fabrikant en daarmee vaak ook aan de loonwerker.
Data en specifieke hardware binden een boer aan een fabrikant en daarmee vaak ook aan de loonwerker. © Persbureau Noordoost

De robotisering en digitalisering maken grote stappen en het is voor loonwerkers moeilijk kiezen waarin ze moeten investeren. Begon het met klein maar duur elektrisch speelgoed van ICT'ers of boeren, nu zijn ook grote fabrikanten als Lemken, Krone, Case IH en John Deere ingestapt met serieuze autonome voertuigen met een flinke prijs.

Het verandert de rol van de boer en de loonwerker compleet. Want wie gaat hierin voorop? De boer of de loonwerker? 'Robotisering en innovatie beginnen vaak bij de loonwerker', vindt digitaal loonwerker Jeroen Wolters van Doorgrond in het Groningse Mensingeweer. 'Je moet genoeg hectares hebben. Een boer kan het risico niet nemen om een experimentele machine te kopen die lang stilstaat.'


Niet compatibel

Een van de problemen is dat er nog geen eenduidige taal is tussen technieken onderling. Niet alles is compatibel. Iedere fabrikant van robots, trekkers of werktuigen heeft een eigen systeem en daarbij gebruikt de boer ook zijn eigen gps. 'Wij kunnen de robot niet laten rijden op de AB-lijnen van het systeem dat de boer al gebruikt. Niet elke loonwerker is geschikt voor dergelijke technieken. De loonwerker met de beste ICT'ers die de beste vertaling kan maken tussen alle systemen, zal het meeste werk vinden', verwacht Wolters.

Eerder verhuurde Doorgrond zich met een veldrobot aan akkerbouwers, maar daar is Wolters vanaf gestapt. 'De techniek is daarvoor nog niet ver genoeg. Wij zien vooral toekomst in het zijn van digitaal loonwerker.' Bij de levering van een veldrobot of digitale techniek is Doorgrond de schakel of dealer tussen de fabrikant en de eindgebruiker. 'Zo zijn we ook in gesprek om dat met autonome trekkers te doen. Als het om de hulp met digitalisering in de landbouw gaat, hoef ik me de komende dertig jaar nog niet te vervelen.'


Klanten gijzelen

Data en specifieke hardware binden een boer aan een fabrikant en daarmee ook aan de loonwerker. Diverse fabrikanten sturen er via unieke techniek op aan alleen bij hen te kopen en gijzelen hun klanten daarmee een beetje. In de wereld van data en communicatie, zoals computers, telefoons en printers, zijn er zelfs sterke lobby's tegen standaardisatie met het argument dat het technische vooruitgang zou tegenhouden.

Een veldrobot is daarbij niet zoals een trekker direct aan het werk voor een vast uurtarief. Voordat een robot actief is, moet het veld worden ingemeten, moeten AB-lijnen worden uitgezet en eventuele bevoorrading van bijvoorbeeld stroom, granulaat of zaaizaad worden geregeld. Ook data die eruit voortvloeien, moeten weer compatibel zijn met het teeltregistratiesysteem van de teler.

Ofwel, zomaar overstappen naar een andere precisieloonwerker omwille van relatie of tarief is geen optie meer. Ook de loonwerker die in de techniek investeert, kent de beperkingen. Je kunt de veldrobot en slimme technologie vaak niet zelf repareren en het bepalen en doorberekenen van rendement en tarief is minder eenvoudig.


Investeringskeuze

Volgens Steinbusch hebben loonwerkers het lastig met de investeringskeuze. 'Loonwerkers kunnen niet het risico lopen dat ze volop investeren in 'nog niet gerijpte' technieken. Daarbij moet een investering rendabel zijn en van meerwaarde voor de boer.'

Om loonwerkers handvatten te geven bij beslissingen hierover, start Cumela met een pilot. Steinbusch legt uit dat het vooral een zoekproces is om de behoeften van agrarisch ondernemers te achterhalen en te vertalen naar eventueel in te zetten technieken.


NIR-systemen

Loonbedrijf Stuut in het Groningse Zevenhuizen investeerde fors in slimme techniek. Sinds 2013 werkt het bedrijf met gps-systemen van John Deere. Ook zijn vier NIR-systemen (nabij infraroodmeting) aangeschaft voor het realtime meten van gehalten. Niet alleen om de gras- en maisopbrengst en voederwaarde te meten, maar ook op de drijfmesttank en de sleepslangbemester.

Lammert Boer van het loonbedrijf is niet ontevreden: 'Het gps-systeem geeft rust aan de chauffeur. Met de NIR-systemen zijn we toekomstbestendig en hebben we de kennis in huis. We beseften ons destijds niet dat het ook veel tijd kost. Het vergt veel energie om de medewerkers met de apparaten te leren werken.' Toch gelooft hij zeker in dit systeem: 'Je kunt op basis van de opbrengst van de eerste drie sneden taakkaarten maken om vervolgens de bemesting plaatsspecifiek aan te passen.'


Gegevens delen

De gegevens worden gedeeld met de veehouder. 'We overleggen in het voorjaar of najaar over een bemestingsplan. In de zomer hebben we het hier te druk voor', zegt Boer. Ook mist hij de mogelijkheid om de NIR-techniek als dienst tot financiële waarde te brengen. 'Hiervoor heb je eigenlijk een extra adviseur nodig die bijvoorbeeld taakkaarten kan maken of veehouders kan adviseren. Het is nu de vraag wat dit advies mag kosten en of het zich daarmee terugverdient.'

Boer verwacht dat NIR-systemen in de toekomst een rol gaan spelen. 'Dit is ook afhankelijk van de regelgeving. Stel dat we moeten vastleggen wat wordt bemest. Ook past NIR goed bij precisielandbouw. Gelet op de investeringen die erbij komen kijken, verwacht ik niet dat iedere loonwerker hierop inzet.'


Kosten

'Bij het voeren is een NIR-sensor minder interessant', weet Koen Damink van het gelijknamige loonvoerbedrijf in het Overijsselse Agelo. Een NIR-sensor op de machines werd hem te gortig. 'Dat kost 20.000 euro per wagen. Ik weet niet of veehouders die meerkosten gaan betalen. Boeren krijgen steeds meer kosten. Die moeten wel worden betaald. Daarbij komt dat veel veehouders met de kuiluitslagen de gehalten in de kuil al weten.'

Volgens Damink neemt het aantal loonvoerbedrijven toe. 'We begonnen tien jaar geleden met één voermengwagen en hebben er nu twee lopen. Klanten zijn vooral gezinsbedrijven zonder personeel. Een bedrijf met 150 koeien kan met het werk uitbesteden één uur werk per dag besparen.'

Verder scheelt het melkveehouders de investering van het materieel. De ondernemer is transparant over de tarieven. De voorrijkosten variëren van 10 tot 30 euro. Het voeren kost 80 cent per minuut. De dieselprijs wordt berekend op basis van de 0,62 liter gebruik per minuut en de brandstofprijs van dat moment. 'Omgerekend kom je zo op grofweg 110 euro in het uur', rekent Damink voor.


Twee constructies

Jeroen Meijerink van voermengwagenfabrikant Trioliet ziet geen stijging in het aantal loonvoerbedrijven, maar eerder een lichte teruggang. Wel ziet hij dat er twee constructies zijn bij de betaling. Een vast bedrag per jaar of een vast bedrag per koe per dag. 'Vaak doe je bij loonvoeren wel concessies rond de groepsgrootte. Bij het loonvoeren worden de lactatiegroepen vaak bij elkaar gedaan, omdat dit tijd en daarmee geld scheelt.

Meijerink hoort tarieven rond de 9.000 euro per jaar om zeventig koeien plus bijbehorend jongvee te voeren. 'Voor dat geld schaf je geen mengwagen aan.' Hij schat dat er in Nederland 30 tot 35 loonvoerders zijn. 'Met ieder 14 klanten kom je tussen de 420 en 490 boeren. Dat is hooguit 3 procent van het totaal.'

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    22° / 10°
    10 %
  • Zondag
    22° / 12°
    10 %
  • Maandag
    21° / 12°
    20 %
Meer weer