Onderzoek naar verlagen methaan- en ammoniakemissie melkvee

Het Netwerk Praktijkbedrijven wil de methaan- en ammoniakemissie in de melkveehouderij in vier jaar met 15 tot 30 procent verlagen. 'Een forse opgave. In sommige gevallen kun je het een verlagen, waarbij je het ander verhoogt', stelt onderzoeker Durk Durksz van Wageningen University & Research.

Durksz begeleidt enkele onderzoeksbedrijven waarbij alle voer en bemesting worden geregistreerd. Ook worden beweiding, graskwaliteit, grashoogte en melkproductie bijgehouden. Daarnaast worden op vijftien onderzoeks- en demonstratiebedrijven stalmetingen gedaan om de emissie te bepalen.

'We willen op basis van de Kringloopwijzergegevens een methaancheck ontwikkelen, waarmee een melkveehouder snel kan zien hoe het bedrijf scoort', stelt Durksz. De al eerder ontwikkelde Ammoniakcheck wordt gedigitaliseerd. Binnen Netwerk Praktijkbedrijven kijken Wageningen University & Research en het Centrum voor Landbouw en Milieu naar mogelijke maatregelen.


Verschillende vragen

'Hoe zit een vermindering theoretisch in elkaar en hoe pakt dit in de praktijk uit? Hoe kun je bijvoorbeeld sturen bij volledig grasland? Je kunt de hoeveelheid ruw eiwit wel verlagen, maar kom je te laag, dan gaat de productie naar beneden en span je het paard achter de wagen', licht de onderzoeker toe.

We willen op basis van de Kringloopwijzergegevens een methaancheck ontwikkelen

Durk Durksz, onderzoeker Wageningen University & Research

Daarbij moet de maatregel goed passen bij een ondernemer. 'De een gaat voor de hoogste productie per koe, de ander voor veel melk per kilo ruwvoer. Het is goed om dit mee te nemen in de route die iemand kiest om de uitstoot van methaan en ammoniak te verlagen', zegt Durksz.

'Gelukkig leiden meerdere wegen naar Rome. Dit neemt niet weg dat de uitdaging zo groot is dat niet altijd met de eigen voorkeuren de gewenste resultaten kunnen worden gehaald.'


Breder doel

De onderzoeker benadrukt dat het Netwerk Praktijkbedrijven een breder doel heeft dan alleen verlaging bij de deelnemers. 'Het doel is om deze ervaringen door te voeren bij 80 procent van de melkveebedrijven. Vaak betekent het verlagen van emissies ook een beter resultaat.'


Melkveehouder Jack Nicolaes uit het Limburgse Klimmen is een van de onderzoeksbedrijven. 'De belangrijkste reden om mee te doen, is dat ik mee wil zoeken naar praktische oplossingen waar de boer wat aan heeft. Wat niet alleen geld kost, maar ook wat toevoegt. Er is wel draagvlak nodig, anders loop je het risico dat mensen eronderuit proberen te komen, met een negatief resultaat als gevolg', zegt hij.


Praktisch

'Belangrijk is daarom dat het praktisch is. Alle stikstof die we in de mest kunnen houden, kunnen we ook benutten. Daarom mag het systeem voor het vasthouden van stikstof niet meer kosten dan de stikstofwaarde', vindt Nicolaes.

'Bij de huidige kleine marges in de melkveesector mogen voor de emissiereductie niet te veel kosten worden gemaakt, anders ben ik bang dat veel ondernemers afhaken en stoppen. Als we de koeien en de weilanden kwijtraken, hebben we een groter probleem dan het effect van minder stikstof op Natura 2000.'


Netwerk van 116 bedrijven

Het Netwerk Praktijkbedrijven bestaat uit 116 bedrijven. Daarvan zijn er tien onderzoeksbedrijven en dertig demonstratiebedrijven. Zij vormen een representatieve afspiegeling van de melkveehouders in Nederland. De onderzoeks- en demonstratiebedrijven verschillen in grondsoort, omvang, kennisniveau en leerstijl. Binnen dit netwerk zou in principe iedere melkveehouder zich moeten kunnen spiegelen aan minstens een van deze bedrijven. Op de onderzoeksbedrijven worden nieuwe maatregelen via onderzoek en dataverzameling boven water gehaald. Mogelijke maatregelen worden getoetst in de praktijk op haalbaarheid en inpasbaarheid. Op de demonstratiebedrijven wordt een verdere finetuning van deze typen bedrijven getoetst. Het project duurt vier jaar.

Bekijk meer over:

Weer

  • Dinsdag
    18° / 7°
    10 %
  • Woensdag
    19° / 8°
    10 %
  • Donderdag
    16° / 12°
    70 %
Meer weer