Fosfaatruimte+zou+niet+verschuiven+en+doet+dat+toch
Achtergrond
© Dirk Hol

Fosfaatruimte zou niet verschuiven en doet dat toch

Achter de nieuwe bepaling van de fosfaattoestand en -beschikbaarheid zit een betere methodiek. Daarover zijn vriend en vijand het eens. Maar de daling van de fosfaatruimte op klei tegenover de vergroting op niet-klei was volgens de boerenlobby niet de intentie. LTO wil dat repareren in het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn.
Themaspecialist Bodem- en Waterkwaliteit Michael van der Schoot van LTO Nederland stelt dat de nieuwe fosfaatindicatoren het fosfaatniveau op percelen beter duiden. Voor de verdeling van de fosfaatruimte ziet hij liever andere keuzes.
Grondsoort blijkt bepalend voor de verschuiving van fosfaatruimte van klei naar elders. 'Er zijn bedrijven die een kwart fosfaatruimte inleveren. Dat mag niet', zegt voorzitter Jaap van Wenum van LTO-vakgroep Akkerbouw.
De adviseurs van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit zien geen reden om de fosfaatregeling aan te passen, nu een verschuiving van plaatsingsruimte van klei naar niet-klei ontstaat. LTO Nederland stelt dat iedereen beter af is door dat wel aan te passen.

Binnen de nieuwe fosfaatregels veranderen twee dingen: de meetmethodiek en hoeveel de teler aan fosfaat mag aanvoeren op basis van de klasse waarin de grond daardoor valt. Gerard Ros, bodemkundige, agronoom en als onderzoeker verbonden aan het Nutriënten Management Instituut (NMI), volgt de ontwikkelingen.

'Een verschil met de oude bepaling van de fosfaatklasse is dat met de ingebruikname van de nieuwe indicatoren veehouderij en plantaardige sectoren op dezelfde manier de fosfaatklasse bepalen. De meting bepaalt de fosfaattoestand van de grond en de beschikbaarheid voor het gewas.'


Risico

De meetmethode met de twee indicatoren brengt volgens Ros veel beter boven tafel of er een risico op een fosfaattekort is. Dat ziet hij als een belangrijk voordeel voor de praktijk. Hoe er wordt gemeten, is voor grasland en bouwland gelijk. Hoe daarna de fosfaatruimte is, verschilt per gebruik wel.

Nieuwe indicatoren zeggen meer over de behoefte van het gewas

Gerard Ros, Nutriënten Management Instituut (NMI)

Hiervoor heeft de overheid twee tabellen gepubliceerd in de Staatscourant, voor gras en bouwland apart. Daar zijn verschillen zichtbaar. Per tabel staat op het snijpunt van de fosfaattoestand en de fosfaatbeschikbaarheid hoeveel fosfaat mag worden gegeven.


Randvoorwaarde

'Randvoorwaarde van de Europese Unie was dat in Nederland de totale fosfaatruimte gelijk moest blijven', zegt Ros. De consequentie was dat er percelen met een kleine plus en met een kleine min zouden zijn.

'Uit de kaart blijkt nu dat alle niet-klei wat erbij krijgt en alle klei lager uitkomt. Nu is de vraag hoe erg dat is. De toestanden zijn zo dat er geen tekorten zullen optreden. Er zijn wel gevolgen voor de hoeveelheden mest die kunnen worden aangevoerd.'


Minder aantrekkelijk

De onderzoeker verwacht dat relatief fosfaatrijke meststoffen minder aantrekkelijk worden voor telers die op de kleigronden met de hogere fosfaatklassen boeren.

'Als akkerbouwer krijg je dan wat minder geld toe met die mest dan vroeger. Ik denk dat het voor het saldo niet een substantieel verschil is, al begrijp ik dat er wat bezwaren komen vanuit de betreffende telers. De Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM) zag, gezien de huidige fosfaattoestand op de meeste percelen, geen reden om de adviezen aan te passen.'


Standpunt LTO

LTO-vertegenwoordigers zeggen dat er wel reden is om de adviezen te herzien. Bij het overleg met het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) gaven de boerenvertegenwoordigers aan dat ze belang hechten aan de goede bepaling van de fosfaattoestand en dat ze daar tevreden over zijn, maar dat er op regio- en bedrijfsniveau geen verschuivingen in de fosfaatruimte moesten plaatsvinden.

Volgens LTO lag die deal er met landbouwminister Carola Schouten, maar nu de standsorganisatie de kaart overziet, blijft dat niet overeind. Dat kan volgens voorzitter Jaap van Wenum van LTO-vakgroep Akkerbouw niet de bedoeling zijn, vooral omdat de andere doelen die Nederland stelt voor duurzaam bodembeheer, waterkwaliteit en biodiversiteit, niet zijn gediend bij een verschuiving van fosfaat van klei naar zand.


Kaart toont verschuiving

De kaart die bodemlaboratorium Eurofins op zijn internetpagina heeft gezet, toont de verschuiving. Met dergelijke data in de hand sprak LTO met de minister. Omdat het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn over 2022 tot 2025 loopt, wil LTO de zaken regelen, voordat dit programma in werking treedt.

Het ministerie van LNV trapte eind vorig jaar op de rem voor wat betreft de fosfaatklassenmetingen. Die mogen dit jaar op twee manieren gebeuren en worden gebruikt. Voor telers bij wie de oude meetmethodiek gunstiger is, geeft dat wat 'creatieve ruimte' naast dat het natuurlijk mogelijk was om bij meerdere labs een bepaling te laten doen en de gunstigste eruit te plukken.


Evenwicht

In de nieuwe fosfaatrichtlijnen draait het sterker om evenwicht. Dat is de reden waarom Ros verwacht dat de zorgen van de boeren wat zijn uitvergroot. 'Als telers na een aantal jaren met lagere fosfaataanvoer naar neutraal niveau zakken, kunnen ze weer wat meer aanvoeren. De situatie op hun percelen blijft op die manier neutraal tot voldoende. Bedrijven die al meer afvoeren door hogere productie en die dat kunnen aantonen, mogen al meer fosfaat aanvoeren.'

De onderzoeker ziet de meerwaarde in het systeem in de mogelijkheid van maatwerk en gericht sturen op wat de plantengroei nodig heeft. 'Je zou ook kunnen zeggen dat als je lager mag aanvoeren, dit komt omdat je vroeger de pech had altijd te veel te mogen aanvoeren. De sector in Nederland mag ook blij zijn dat de fosfaatgiften in Nederland hoger zijn dan landbouwkundig nodig is.'


Verandering

Van Wenum wil verandering. Hij stelt dat regionaal, met een zwaartepunt in het zuidwesten van het land, onevenredig veel moet worden ingeleverd en dat dit het goede bodembeheer tegenwerkt. Met name de aanvoer van organische stof mag volgens hem niet lijden onder de regels, vooral omdat dit negatief is voor iedereen: boer of niet.


Rekenen met fosfaatindicatoren in 2021

Omdat de overheid van 2021 een overgangsjaar maakt voor de fosfaatindicatoren, kunnen telers dit jaar kiezen welk uitgangspunt ze nemen. Het Nutriënten Management Instituut (NMI) en laboratorium Eurofins geven op hun websites de mogelijkheid te bekijken wat er verandert als de oude indicator plaatsmaakt voor het nieuwe P-PAE- en PAL-getal voor de fosfaattoestand in de bodem. Bij het NMI kan dat op fosfaatindicator.nmi-agro.nl. De fosfaatgebruiksnormen op grasland zijn te zien in deze tabel bij Eurofins via de link http://bit.ly/P-grasland. De fosfaatgebruiksnormen voor bouwland zijn te zien in deze tabel van Eurofins via de link http://bit.ly/P-bouwland.

Themaspecialist Michael van der Schoot van LTO Nederland.
Themaspecialist Michael van der Schoot van LTO Nederland. © Maartje van Berkel


'Verdeling fosfaatruimte politieke keuze'


Van der Schoot omschrijft de fosfaatruimte die telers krijgen op basis van de twee nieuwe indicatoren als een 'politieke keuze'. 'Van de systematiek voor de bepaling van de fosfaatklassen zijn wij voorstander, maar de klassenindeling en de ruimte voor meststoffen, dat is een politieke keuze.' De LTO-specialist heeft goede hoop dat hier wat kan veranderen.

In een brandbrief kaartte LTO Nederland het probleem aan richting landbouwminister Carola Schouten. Die brief van herfst 2020 vroeg om een nieuwe fosfaatklassenindeling of uitstel om de regeling tegen het licht te houden. 'We staan als LTO Nederland achter het principe van het systeem, maar niet achter de uitwerking.'

Het knelt vooral op de zuidwestelijke kleigronden en in de noordelijke kleigebieden. In gebieden als de Peel en de Veenkoloniën kunnen boeren te maken krijgen met minder plaatsingsruimte. 'Wij willen zeker niet dat dit ook indirecte gevolgen heeft, zoals voor de mestverwerkingsplicht of de grondgebonden groei voor veebedrijven', aldus Van der Schoot.


Meer plaatsingsruimte

Meer plaatsingsruimte voor bodemverbeteraars is een wens van LTO Nederland om zo binnen de fosfaatregelgeving organischestofaanvoer op peil te kunnen houden. Maar dat is volgens de LTO-specialist nooit voldoende om de in de ogen van LTO Nederland scheve situatie te repareren.

'Wij lobbyen allereerst voor meer fosfaatplaatsingsruimte', zegt Van der Schoot. 'Dat geeft ruimte om de bodems op lange termijn beter te maken. Het past bij het Klimaatakkoord wat betreft waterberging en koolstofvastlegging en bij andere doelen als biodiversiteit en structuurverbetering voor de bewerkbaarheid van de grond.'


Herverdelen fosfaatruimte

Het is zonde fosfaatruimte weg te nemen van telers die deze nodig hebben om anderen meer te geven, zegt Michael van der Schoot. LTO Nederland wil de verschuiving van klei naar niet-klei herstellen in het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn.
Jaap van Wenum vindt dat de belofte aan de boeren is gebroken.
Jaap van Wenum vindt dat de belofte aan de boeren is gebroken. © Han Reindsen

'Leg rekening niet bij akkerbouw op klei'


'De afspraak met het ministerie van LNV was dat de nieuwe fosfaatregels neutraal zouden zijn voor bedrijven en regio's. Alleen op perceelsniveau zou er wat verschil kunnen zijn. Nu blijkt dat grondsoort bepalend is voor de verschuiving, willen wij aanpassing van de regels.' Van Wenum verwoordt het ongenoegen van de telers over de nieuwe fosfaatregelgeving.

'Vanuit fosfaat geredeneerd lijkt de situatie werkbaar, maar voor ons zit de pijn in het inleveren op mogelijkheden om organische stof aan te voeren. Die ruimte hebben we nodig om aan alle andere doelen van telers en samenleving te voldoen. Denk dan aan koolstofvastlegging, waterkwaliteit of plantgezondheid. We gaan ons als vakgroep inspannen voor het bijstellen van de klassengrenzen', zegt de akkerbouwvoorman.

De methodiek om de fosfaatklassen te bepalen is in basis prima, stelt Van Wenum. Waar de schoen wringt, is volgens hem de verschuiving van de fosfaatruimte van klei naar zand. Juist daar waar de minste problemen waren met de grondwaterkwaliteit, leveren boeren ruimte in.


Twee dingen

Van Wenum wil twee dingen: herzien van de fosfaatruimte en meer mogelijkheden om bodemverbeterende producten aan te wenden binnen de fosfaatruimte die er is. Op dit moment heeft compost een vrijstelling voor fosfaat, in de zin dat de fosfaat daarin maar half meetelt voor de ruimte die de boer heeft.

'Voor alle doelen die de beleidsmakers hebben, valt organischestofaanvoer gunstig uit. Daar willen we dus graag meer kunnen met producten als champost, strorijke mest, vaste rundermest, bokashi of geitenmest. Maar bovenaan staat het aanpassen van de fosfaatruimte.'


'Pas actieplan aan'

Klassengrenzen aanpassen en ruimere vrijstelling voor de aanvoer van organische stofrijke bodemverbeteraars. Met die twee maatregelen profiteren boeren en het milieu, zegt voorzitter Jaap van Wenum van LTO-vakgroep Akkerbouw.
Het ministerie van LNV stelt dat herziening van regelgeving niet nodig is.
Het ministerie van LNV stelt dat herziening van regelgeving niet nodig is. © Jan van Liere

Bodembeheer leidend maken bij fosfaat


Omdat er geen vrees is voor tekorten aan organische stof en fosfaat, stellen adviseurs van het ministerie van het Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dat er geen herziening van de nieuwe regelgeving nodig is. LTO Nederland stelt dat dit wel moet. Los van de belofte dat de nieuwe regelgeving neutraal zou uitpakken voor bedrijven en regio's, zien de LTO-bestuurders en lobbyisten dat er een situatie ontstaat die leidt tot ongewenste bijwerkingen voor boeren en maatschappelijke doelen rond bodembeheer.

LTO Nederland vindt dat er vooral meer verantwoordelijkheid voor het bodembeheer bij de boeren kan worden gelegd. In plaats van de telers regels op te leggen voor hun bodembeheer zou het beter passen om de telers ruimer mogelijkheden te geven om de doelen die maatschappij stelt te behalen.
'Geef agrarisch ondernemers meer verantwoordelijkheid. Daarin zit winst voor alle partijen', stelt de boerenbelangenorganisatie.


Zij aan zij naar Brussel

LTO Nederland pleit ervoor om als agrarische sector en overheid zij aan zij naar Brussel te gaan met een goed plan. De agrarische sector wil ook naar evenwichtsbemesting én telers profiteren samen met de maatschappij van betere bodems, het streven naar duurzaam bodembeheer voor alle Nederlandse grond, zoals de doelstellingen van de overheid zijn gesteld.

De keuze voor de indicatoren is goed. Daarover zijn telers, deskundigen op bodemgebied en overheid het eens. De indicatoren houden rekening met fosfaatvastlegging in de bodem, de voorraad en de beschikbaarheid. De boerenlobby wil vooral aanpassing van de tabel voor fosfaatruimte en daarnaast oog voor bodemverbetering.


Andere doelen missen

Door alleen te focussen op fosfaat, mist de agrarische sector de kans om andere doelen in het bodembeheer te bereiken. Op de lange termijn zijn telers, milieu en klimaat beter af met aanpassing van de nieuwe fosfaatregelgeving, stelt LTO.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zondag
    24° / 14°
    20 %
  • Maandag
    20° / 15°
    70 %
  • Dinsdag
    17° / 10°
    20 %
Meer weer