Spierverlies+tijdens+dracht+benadeelt+melkproductie+zeugen
Nieuws
© Van Assendelft fotografie

Spierverlies tijdens dracht benadeelt melkproductie zeugen

Bij de moderne zeugen is er grote kans dat ze einde dracht al spierdikte verliezen. Het aanpassen van de voerstrategie kan dit beperken en daarmee zorgen voor een hoger aantal gespeende biggen.

Op het Inagro-webinar presenteerde Michiel Vandaele van Trouw Nutrition de resultaten van het onderzoek naar de conditie van de moderne zeugen tijdens de dracht en lactatie. Uit metingen op het eigen proefbedrijf met TN70-zeugen bleek dat de conditie van vooral de jonge zeugen einde dracht daalt. Op een bedrijf met DanBred-zeugen werd dit ook geconstateerd.

Einde dracht krijgen zeugen dus onvoldoende eiwit binnen. De groei van de biggen gaat ten koste van de conditie van de zeug en de uierontwikkeling.

De eerste tien dagen na spenen nemen zeugen nog voldoende eiwit uit het voer op voor de melkproductie. Daarna lukt dat niet meer en daalt de spierdikte. Energie komen de zeugen sneller te kort, de spekdikte daalt de gehele zoogperiode.


Hoger toomgewicht

De zeugen die einde dracht nog conditie en met name spierdikte kunnen opbouwen, kunnen vanaf dag tien hun melkproductie beter in stand houden. Dat is te zien aan het hogere toomgewicht bij spenen. De biggen zijn gemiddeld niet zwaarder, maar deze zeugen spenen een halve big meer.

Spierverlies einde dracht zoveel als mogelijk voorkomen, is volgens Vandaele dus nodig. Dat betekent twee drachtvoeders inzetten en vanaf dag 80 meer voeren. Rond werpen en bij de start van de lactatie is een prelactovoer de beste keuze.

Bekijk meer over:

Weer

  • Maandag
    4° / -3°
    30 %
  • Dinsdag
    9° / 6°
    20 %
  • Woensdag
    6° / 4°
    10 %
Meer weer