Nieuw+project+helpt+bij+aardappelmoeheid+in+Veenkoloni%C3%ABn
Achtergrond
© HLB

Nieuw project helpt bij aardappelmoeheid in Veenkoloniën

Telers van zetmeelaardappelen in de Veenkoloniën moeten op een perceel minimaal twee à drie keer achter elkaar hetzelfde ras telen. Als het aantal besmettingen met aardappelmoeheid stijgt, kunnen ze op basis van grondmonsters en een rassenkeuzetoets een ander ras kiezen. Volgens het HLB is dit de beste wijze om het probleem het hoofd te bieden.

'Afwisselen van AM-resistente rassen gaf een goed effect in dalende populaties en toenemende rasresistenties. Na 2010 stopt dit effect en dalen de populaties niet meer. Meer en meer worden op hoogresistente rassen nieuwe cysten gevormd', zegt adviseur Egbert Schepel van het HLB in Wijster.

'Door het aantal rassen te beperken, is de AM-besmetting smal te houden. Bij een oplopende besmetting blijven er rassen over die dan zijn te telen.'

Rassen afwisselen

Bij een zeer lage besmetting is afwisselen van willekeurige rassen nog goed mogelijk. Het is wel van belang om de reactie van de aaltjes door bemonstering te blijven volgen, benadrukt Schepel. 'Willekeurig rassen afwisselen op hogere dichtheden – meer dan drieduizend levende larven en eieren per 200 milliliter – is sterk af te raden. Een rassenkeuzetoets is dan de basis voor verandering van het ras.'

Rassen reageren vaak heel verschillend per AM-populatie

Egbert Schepel, adviseur bij het HLB in Wijster

Om de laatste ontwikkelingen op het gebied van AM-beheersing in de praktijk te brengen en nieuwe kennis op te doen, is het HLB eind vorig jaar gestart met een nieuw project. Het POP3-project '19130' is een vervolg van het project '16069', waaraan tachtig telers hebben deelgenomen. Telers die niet aan het vorige project hebben meegedaan, kunnen zich aanmelden voor het project '19130'.

Gemeenten

Het project is speciaal bedoeld voor de beheersing van aardappelmoeheid in de Veenkoloniën. Het project geldt daarom alleen voor telers in de gemeenten Midden-Groningen, Veendam, Westerwolde, Pekela, Borger-Odoorn, Midden-Drenthe, Emmen, Coevorden, Aa en Hunze, Stadskanaal en Tynaarlo. Deelname is mogelijk als minimaal de helft van de percelen in deze Groningse en Drentse gemeenten ligt.


In het kader van het project krijgen boeren AM-advies bij minimaal vijf percelen per seizoen. De basis hiervoor zijn eigen bemonsteringsuitslagen met soortbepaling. Schepel: 'Door een perceel gedurende een aantal jaren te bemonsteren, krijg je inzicht in wat goed en niet goed gaat. Hoe meer informatie, hoe minder verrassingen bij de teelt van zetmeelaardappelen.'

Extra onderzoek

Naast de adviezen richting telers voorziet het project '19130' in extra onderzoek. Op basis van intensieve bemonstering van vijf aardappelpercelen in 2020 en 2021 is er de mogelijkheid om de spreiding in virulentie op een perceel te meten.

Na de teelt wordt op basis van gps op dezelfde plekken een AM-bemonstering uitgevoerd. Voor dit onderzoek is het HLB op zoek naar percelen met grote verschillen in besmetting.

Twee groepen

Twee groepen nematoden veroorzaken aardappelmoeheid: Globodera rostochiensis en Globodera pallida. Bij Globodera rostochiensis gaat het om de pathotypen ro1, ro2/ro3, ro4 en ro5, bij Globodera pallida om pa2, pa3 en in Duitsland de Emsland-nematode.

De laatste zorgde in het naburige Duitsland in 2015 voor een resistentiedoorbraak van AM. Door ontwikkeling van virulentie zijn ook in Nederland resistenties na een bepaalde tijd deels doorbroken.

Genetische variatie

Een ras kan op het ene perceel met een AM-besmetting een andere reactie geven dan op het andere perceel. Bij Globodera pallida is er namelijk veel genetische variatie in de populaties, maar ook bij Globodera rostochiensis zijn er steeds meer verschillen. Daar komt bij dat een AM-populatie binnen een perceel niet homogeen is en kan wijzigen bij het telen van elk ras.

'Resistente rassen reageren vaak heel verschillend per populatie aardappelmoeheid. Op papier zijn rassen als het gaat om resistentie soms gelijk, maar in het veld reageren ze verschillend. Dit komt door genetische variaties in de populaties', zegt de HLB-adviseur.

Andere rassen

'Zuivere pathogene populaties zijn zeldzaam. De huidige rassen hebben weinig variatie in resistentie. Dat maakt doorbraken lastig. We hebben genetisch andere rassen nodig voor bredere resistenties, maar dat is een lange weg.'

.

Op een bijeenkomst in Valthermond hebben zich afgelopen dinsdag telers aangemeld voor het nieuwe project.
Op een bijeenkomst in Valthermond hebben zich afgelopen dinsdag telers aangemeld voor het nieuwe project. © Han Reindsen

Bij een hoge AM-besmetting heeft een teler een van de beste tolerante en resistente rassen nodig. Voor een goede rassenkeuze moet hij weten wat er bij een AM-besmetting op een perceel aan de hand is. Dat kan met een bodembemonstering en een rassenkeuzetoets.

Rassenkeuzetoetsen

'Met het goed in beeld brengen van de reacties van de rassen op populaties van aardappelmoeheid via rassenkeuzetoetsen kunnen we per perceel goed aangeven welke rassen het goed zullen doen. Kostentechnisch is dat de enige praktische methode', zegt Schepel.

Granulaat kan dit ondersteunen. 'Telers passen in de Veenkoloniën granulaat vooral als rijenbehandeling toe. Die behandeling ondersteunt de tolerantie van het ras, maar werkt te weinig richting de besmetting. Bij hogere besmettingen is rijenbehandeling niet genoeg. Volvelds minimaal een halve dosering granulaat kan ook iets doen tegen de besmetting.'

HLB niet blij met advies Wageningse nematoloog
Adviseur Egbert Schepel van het HLB in Wijster is niet blij met het advies van nematoloog Geert Smant eind vorig jaar in Nieuwe Oogst. De medewerker van Wageningen University & Research adviseerde telers om zetmeelrassen af te wisselen. 'Afwisselen voorkomt dat specifiek virulente aaltjes nog verder worden uitgeselecteerd', zei Smant. De nematoloog vergelijkt het met het gebruik van antibiotica in de gezondheidszorg. 'Als artsen steeds hetzelfde antibioticum voorschrijven, dan wordt de werking vanzelf minder. Dat geld ook voor aardappelrassen.' Het HLB komt juist met het advies om op een perceel minimaal twee à drie keer achter elkaar hetzelfde ras te telen. Daardoor is de AM-besmetting smal te houden. Schepel kan zich wel vinden in het advies van Smant om bij minder zwaar besmette percelen niet direct de sterkste rassen te telen. Die rassen zijn nodig als de druk echt oploopt.

Bekijk meer over:

Weer

  • Dinsdag
    8° / -3°
    10 %
  • Woensdag
    8° / -1°
    30 %
  • Donderdag
    9° / 2°
    20 %
Meer weer