Meer+onderzaai+dan+nazaai+in+snijmais
Achtergrond
© Landpixel

Meer onderzaai dan nazaai in snijmais

De verplichting voor 1 oktober een vanggewas te zaaien bij maisteelt leidt ertoe dat telers en veredelaars meer en vaker inzetten op vroegrijpe rassen. Het 'veilige' onderzaaien wint ook terrein, meer dan nazaai.

Elke maisteler kampt tegenwoordig met de vraag: kies ik voor oogsten vóór 1 oktober en directe nazaai van een vanggewas of kies ik voor de, wellicht iets veiligere weg, van onderzaai? En dan direct tijdens het zaaien of wanneer het maisgewas op kniehoogte staat.

Jos Groot Koerkamp van Limagrain schat in dat 60 tot 70 procent van de telers afgelopen jaar een vanggewas koos voor onderzaai. Hij adviseert dat te doen met raaigras in juni als de mais op kniehoogte staat. 'Bij directe onderzaai is de concurrentiedruk vaak te hoog.' Of onderzaai of nazaai de beste keuze is, is volgens hem niet te zeggen. 'Het weer is bepalend en dat kan niemand voorafgaand aan een groeiseizoen voorspellen.'

Zeker telers die nazaai willen toepassen, oriënteren zich wel meer op vroegrijpe rassen. 'Die zijn meer in trek en wij zetten er ook meer op in', stelt Groot Koerkamp. 'Maar eigenlijk was dat los van de vanggewasverplichting ook al zo. In Nederland moet je gewoon inzetten op rassen die vroeg genoeg afrijpen. Bij een natte herfst kom je anders al snel in de problemen bij de oogst.'

Nederland moet sowieso inzetten op rassen die vroeg afrijpen

Jos Groot Koerkamp, commercial manager van Limagrain

Rassen met vroegrijpe kolf

Adviseur Johan Russchen van KWS herkent de toenemende vraag naar vroegrijpe en zeer vroegrijpe maisrassen. 'Vooral in Midden- en Oost-Nederland merken we dat. In Noord-Nederland kozen de meeste telers al voor zeer vroege rassen. Punt is echter dat alleen rassen waarbij de kolf vroegrijp is aan de wensen voldoen. Die zijn er niet zoveel.'

Russchen ziet dat de meeste telers in Noord-Nederland kiezen voor onderzaai van raaigras in juni. '1 oktober komt als verplichte datum in deze regio vaak echt net wat te vroeg. Was het 15 oktober, dan kozen vast meer mensen voor het zaaien van snelle lenterogge na de oogst.'

De ervaring van de KWS-adviseur is dat de meest wisselde en tegenvallende resultaten worden behaald met directe onderzaai. 'Doordat vanggewas en maisplant elkaar dan te veel beconcurreren. Zeer vroege rassen zijn voorradig, waak ervoor dat ze ook vroegrijp zijn in de kolf.'


Beste keuze

Volgens adviseur Ap van der Bas van DLV Advies wordt erg verschillend gedacht over wat qua na- of onderzaai de beste keuze is. 'Veel telers zijn ervan overtuigd dat ze vóór 1 oktober een goed gewas kunnen oogsten. Anderen vinden dat risico veel te groot en kiezen voor de veiligere weg. Zowel onderzaai als nazaai kan goed of minder goed uitpakken.'

Met directe onderzaai is rietzwenk volgens Van der Bas een goede optie. 'Daarmee halen veel telers in de praktijk goede resultaten. Ik begrijp de voorkeur voor onderzaai in juni wel, maar op droge zandgronden bevat de bodem juist dan vaak een minimum aan vocht. Ga je dan onderzaai toepassen, dan neemt de kans van slagen door droogte sterk af.'

Van der Bas zegt dat vaak meteen en vooral wordt gewezen naar de overheid als de schuldige, als een vanggewas mislukt. Want die heeft de verplichting van 1 oktober opgelegd. 'Het klopt dat de overheid de verplichting instelt, maar die kan het natuurlijk niet helpen dat we nu twee droge en daarom ook voor vanggewassen moeilijke zomers hadden', zegt hij.

Voordelen inzien en benutten

'Het besef dat een vanggewas ook echt de bodemvruchtbaarheid kan stimuleren en zo voordeel biedt voor de teler, moet nog groeien. Bij een aantal minder droge en daarmee moeilijke jaren hoop ik dat de maisteler net als de akkerbouwer de voordelen inziet en benut.'

Om vanggewas én maisplanten goed te laten slagen, wordt ook naar alternatieve zaaimethodes gekeken. Op proefbedrijf Vredepeel loopt al vier jaar lang al een proef met onder andere ruitzaai. Hierbij wordt mais niet standaard gezaaid met een rijafstand van 75 centimeter, maar 37,5 centimeter en een ruitvormig plantverband. Zo kan elk plantje meer licht opvangen, wat de opbrengst op kan stuwen. Met een aangepaste machine kan de mais gezaaid worden zonder meer zaaizaad te gebruiken.

Herman van Schooten, Projectbegeleider bij Wageningen University & Research, vertelt dat de opbrengst twee jaar lang gelijk was en dat deze ook twee jaar lang hoger was bij ruitzaai. 'Gemiddeld ligt dat op 500 kilo droge stof per hectare over de vier proefjaren bekeken.' In de proef is louter nazaai toegepast. De effecten daarvan zijn niet onderzocht.'

Drijfmest in de rij
Naast het verplicht zaaien van een vanggewas vóór 1 oktober, wil de overheid op droge zandgrond ook drijfmest in de rij verplichten. Maistelers zien hier geen heil en toegevoegde waarde in en zijn er erg sceptisch over, weet Ap van der Bas, adviseur rundvee bij DLV Advies. 'Dat geldt ook voor loonwerkers. Bij die groep vind je nagenoeg geen animo om in passende apparatuur te investeren. Maistelers hopen dat de overheid tijdig inziet dat deze maatregel netto geen milieuvoordeel oplevert. Die mening ben ik ook toegedaan. Slaagt dat niet, dan weet ik niet hoe het komt. Op droge zandgronden zal dan veel minder mais komen te staan, daarvan ben ik wel overtuigd. Breedwerpig of volvelds zaaien is een alternatief, maar ook uit verschillende onderzoeken blijkt steeds dat dit de opbrengst van mais niet ten goede komt.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Vrijdag
    7° / 1°
    20 %
  • Zaterdag
    11° / 2°
    50 %
  • Zondag
    9° / 4°
    70 %
Meer weer