Jan+Roefs+%28NCM%29+ziet+nutri%C3%ABnten+graag+waar+ze+het+hardst+nodig+zijn
Interview
© Twan Wiermans

Jan Roefs (NCM) ziet nutriënten graag waar ze het hardst nodig zijn

De Nederlandse mestmarkt staat voor uitdagingen. Het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding (NCM) werkt aan een betere afzet. Mestverwerking speelt hierbij een belangrijke rol, weet directeur Jan Roefs van dit centrum: 'Door ieder nutriënt op de juiste plek aan te wenden, krijgt dit waarde.'

Jullie draaien nu twee jaar, waarom zijn jullie destijds opgericht?

'Omdat er in Nederland een uitdaging is op het gebied van mest. Niet alleen de hoeveelheid en de negatieve neveneffecten daarvan zijn het probleem, maar zeker ook de hoge kosten die dit voor de boeren met zich meebrengt. Doel van het NCM is om vanuit een onafhankelijke rol dit omlaag te brengen: hoge kosten zetten de concurrentiepositie onder druk. Hierdoor wordt er ook te onzorgvuldig met mest omgesprongen. Ondernemers zoeken binnen de wet de grenzen op, en plaatsingsruimte is dan soms een belangrijker begrip dan wat nodig is om planten te laten groeien en de bodem te verzorgen. '

In Frankrijk beuren boeren nu 20 euro per ton dikke fractie

Dus in Nederland gaat het niet goed?

'De nitraatrichtlijn van 50 milligram wordt nog altijd niet overal gehaald. Dat heeft zeker ook andere oorzaken dan mest, maar het onzorgvuldige bemesten draagt hier wel aan bij. Daarnaast staan stikstof, broeikasgassen en dergelijke maatschappelijk ter discussie. Dit geeft ook een uitdaging, de Nederlandse samenleving wil naar een kringloopeconomie. Daarin speelt mest een essentiële rol; we moeten de plantjes immers voeden.

'Eigenlijk is het mestverhaal heel simpel. Je hebt gebieden waar nutriënten zich ophopen, waar veel mensen en dieren leven en gebieden waar een negatieve nutriëntenbalans is. In de kringloopgedachte moet je dit herstellen en voorkomen dat er veel verliezen plaatsvinden. Dat kan kleinschalig, maar ook grootschalig. Hier in Nederland heb je gronden met een hoge fosfaattoestand, waar per hectare wel 3.000 kilo beschikbare fosfaat aanwezig is. Het is dan maatschappelijk gezien logisch om dat fosfaat elders af te zetten, naar waar de grond qua fosfaat aan het verschralen is. Het is de kunst om mineralen op de plaats te brengen waar ze het hardst nodig zijn. Met de minste verliezen en het meest positieve effect op de bodemkwaliteit en de gewasproductie.'

Mestverwerking speelt daarbij een belangrijke rol?

Ja, als je bijvoorbeeld kijkt naar de stikstofbalans van Nederland, dat weet je dat er grote verliezen zijn, al ontkennen sommige mensen dit. Je kunt die verliezen niet alleen beperken via het voerspoor, ook via het mestspoor. Ruwe mest is hierbij een mengelmoes van nutriënten. Alleen al door mest te scheiden in een dunne en dikke fractie zijn al voordelen te behalen. De dunne fractie is anorganisch en werkt sneller en bevat kalium. De dikke fractie bevat meer organische stof en werkt langzamer en die moet je misschien op een ander moment en op een andere manier aanwenden. Dit is weliswaar een kosten-batenafweging, maar hoe secuurder de meststoffen en de bemesting, hoe lager de verliezen worden en hoe hoger het landbouwkundig nut.'

Kan dit meerwaarde aan mest geven?

'Ja, dat kan, maar het is niet eenvoudig. Er zijn voorbeelden waar dit gelukt is, ook met varkensmest. In september hebben we een excursie georganiseerd naar Frankrijk, en toen hebben we de coöperatie Cooperl in Bretagne bezocht. Die regio is het Brabant van Frankrijk, daar hebben ze een mestprobleem en de daarbij gepaard gaande mestafzetkosten. Cooperl is een megagrote coöperatie van varkensboeren met 2,3 miljard euro aan omzet en alles in handen, zoals slachterijen, voerfabrieken, staltechnieken en nog veel meer. Cooperl heeft een keten opgezet, waarbij de varkenshouders in de stal de mest scheiden in dikke en dunne fractie. Hierdoor blijft veel meer methaan in de mest zitten dan bij een latere scheiding. De dikke fractie is dan interessant om te vergisten en vervolgens wordt een mestkorreltje gemaakt, dat ze commercieel afzetten bij akkerbouwers en tuinders in Frankrijk en daarbuiten. Bij telers die baat hebben bij de organische stof en het brede scala aan nutriënten in de mest, omdat ze in een gebied zitten waar het schaars is.

'De boeren die in dit systeem investeren, leveren zoveel waarde voor de vergister en de mestkorrelproducent, dat ze een gegarandeerde afzet van de dikke fractie hebben voor twaalf jaar, en deze hele twaalf jaar maar liefst 20 euro per ton dikke fractie beuren. Cooperl heeft deze hele keten in eigen beheer opgezet. Hier is veel voor nodig: denk aan een marktaanpak, professionaliteit, schaalgrootte, innovatie en vooral geduld. Een markt opbouwen is immers nog niet zo eenvoudig.'

Is dat ook in Nederland mogelijk?

'Lastig, de wereld is erg kleinschalig en versnipperd. Dat geldt zowel aan de projectenkant als aan de private kant. Het zijn veelal mkb'ers. Ik denk dat een aantal vragen een grootschaligere aanpak vereisen dan die keihard werkende ondernemers aankunnen. Daarin kan bijvoorbeeld het Nederlands Centrum Mestverwaarding ondersteunen.'

Samenwerking is een must?

'Samen kun je ergens komen. Ieder apart kun je weinig bereiken, als NCM zetten we ons voor in voor die samenwerking. Kijk naar het initiatief NL Next Level Mestverwaarding, waarin een aantal grote agroconcerns met het ministerie van LNV, het NCM en Wageningen UR samenwerken om dit te realiseren. Ze willen de mestverwaarding een stap verder brengen, middels onderzoek om zowel de problemen van nu op te lossen als te kijken hoe de mestverwaarding naar een volgend niveau kan worden getild. Daarbij wordt gekeken naar zowel de markt, verwerkingstechnieken, als naar de keten in zijn totaliteit.'

Zijn grootschalige initiatieven wel mogelijk?

'We zijn nu met een aantal partijen een project in Polen gestart. Daar is de helft van de gronden arm tot zeer arm aan fosfaat en kalium. Doel van dit project is om daar de bodem te versterken met mest uit Nederland. Maar wil je daar de sector, adviseurs en universiteit overtuigen, dan moet je én wetenschappelijk op gedegen wijze én meerjarig aan de slag gaan. Denk bijvoorbeeld aan het organiseren van demovelden.

Maar voor wie is dat haalbaar en interessant om te doen?

'Daar heb je een soort consortium voor nodig. Dat hebben we gedaan samen met de ambassade in Polen en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, ofwel RVO.nl. Onze rol is aanspreekpunt, bemiddelaar en inspirator en daarmee bieden we kansen om in dit samenwerkingsverband structureel een markt op te bouwen.'

Die samenwerking kan ook in Nederland?

'Wellicht, het is eerder een kwestie van willen dan van kunnen. Voorbeelden als van Cooperl, maar ook bijvoorbeeld de biomassacentrale Moerdijk waar pluimveemest wordt verwerkt, laten zien dat er perspectief is. Goed dat de agribusiness ook meedenkt, want dit soort projecten kan één boer niet rond zetten, en tien ook niet.

'Ander knelpunt is natuurlijk ook de maatschappelijke onrust rond de komst van initiatieven in de omgeving. Hierdoor duurt het soms jaren voordat een vergunningentraject rond is. Dat komt ook doordat de waarde van verwaarding van mest onvoldoende zichtbaar is. Daarom is het goed dat ZLTO een factsheet heeft opgesteld om dit aan te geven. De maatschappij wil van alles, waarbij mestverwerking een belangrijke rol speelt. Ik vergelijk dit wel eens met de komst van asielzoekers. Veel mensen vinden dat we barmhartig met asielzoekers moeten omgaan, maar ze mogen niet in de buurt worden opgevangen.'

Hoe ziet het mestverwerkingslandschap er over vijf jaar uit?

'Moeilijke vraag. Ten eerste weet ik niet hoeveel bedrijven en dieren en bedrijven er dan zijn. Dat heeft zeker zijn gevolgen. Daarbij vermoed ik dat, extra aangewakkerd door beleid, de schaalvergroting in de varkenshouderij doorgaat. Daarmee zal er steeds vaker bewerking of verwerking bij het varkensbedrijf zelf plaatsvinden. Ik hoop dat er dan voor zowel de dikke als de dunne fractie vooruitgang is geboekt om die beter tot maatschappelijke en economische waarde te brengen. Het maatschappelijke deel uit zich in minder verliezen.

'Dan hoop ik dat we ons minder laten leiden tot onderbuikgevoelens, maar meer door wat daadwerkelijk moet gebeuren. Ik denk niet dat de enorme spanning rond de veehouderij van de afgelopen maanden supereffectief is. Dat een regeringspartij roept dat de veestapel moet worden gehalveerd, draagt hier niet aan bij. Verder hoop en verwacht ik dat de discussie over kunstmestvervangers dan is geëindigd. De Europese Commissie heeft dit nu al de naam Renure meegegeven; dat is een tussenvorm, géén dierlijke mest, maar ook geen kunstmest.'

Weer

  • Woensdag
    7° / 4°
    20 %
  • Donderdag
    10° / 6°
    70 %
  • Vrijdag
    9° / 4°
    10 %
Meer weer