Resultaten grote akkerbouwbedrijven niet per sé beter

De financiële resultaten van akkerbouwbedrijven groter dan 200 hectare zijn gemiddeld niet beter dan die van bedrijven met een areaal tussen 100 en 200 hectare of bedrijven kleiner dan 100 hectare.

Dit blijkt uit cijfers van Food & Agri Rabobank Zuidwest. Voor de meeste akkerbouwgewassen geldt dat de financiële opbrengsten omgerekend per hectare het laagst zijn op de bedrijven met een teeltoppervlakte van meer dan 200 hectare.

Directeur John Oostvogels van Food & Agri Rabobank Zuidwest Nederland presenteerde de cijfers vorige week tijdens het akkerbouwsymposium van ZLTO in Heinkenszand. Hij vergeleek daar de verdiencapaciteit van Zeeuwse en West-Brabantse akkerbouwers met die van hun collega’s in de rest van Nederland.

Als bron gebruikte Oostvogels de database van Rabobank voor akkerbouwbedrijven met een betalingsverplichting van één miljoen euro of meer en voor bedrijven die een financieringsverzoek hebben gedaan. Voor Zeeland gaat het om 167 bedrijven, voor West-Brabant om 92 bedrijven en voor Nederland zijn de gegevens van in totaal 1253 bedrijven meegenomen.

Groter uienareaal

Opvallend is dat de gemiddelde omvang van de bedrijven in Zeeland ongeveer vijf hectare groter is dan het landelijke gemiddelde en bijna vijftien hectare groter dan de akkerbouwbedrijven in West-Brabant. De bouwplannen zijn voor een groot deel vergelijkbaar. De West-Brabantse akkerbouwers telen iets meer aardappelen. In Zeeland is het areaal uien per bedrijf substantieel groter en is ook het aandeel granen gemiddeld groter dan het landelijke gemiddelde.

Over de jaren 2014 tot en met 2018 berekende de Rabobank de gemiddelde financiële hectareopbrengsten voor de akkerbouwgewassen. Deze opbrengsten tonen aan dat Zeeuwse akkerbouwers lager scoren dan hun collega’s in de rest van Nederland en ook in West-Brabant. Vooral in de uien en peen is minder geld verdiend in Zeeland en ongetwijfeld is dat voor een belangrijk deel een gevolg van het droogtejaar 2018.

De onderverdeling van de financiële opbrengsten naar bedrijfsgrootte bewijst zeker voor het landelijke gemiddelde dat juist de grotere bedrijven omgerekend per hectare de laagste omzet hebben. Dit wordt in meer of mindere mate bevestigd door de cijfers die Oostvogels kon laten zien van de Zeeuwse en West-Brabantse akkerbouwbedrijven.

Inkomensposities

Voor wat betreft winstcijfers en het geld dat beschikbaar is voor privébestedingen en kapitaallasten scoren zowel de Zeeuwse als de West-Brabantse bedrijven de laatste vijf jaar minder dan het landelijk gemiddelde. Daar staat volgens Oostvogels tegenover dat de kosten voor de financiering in het zuidwesten ook lager liggen dan het landelijke gemiddelde. ‘Hieruit kun je de conclusie trekken dat de uiteindelijke inkomensposities meer naar elkaar toe trekken.’

Oostvogels zegt dat het lastig is om eenduidige conclusies aan de cijfers van de Rabobank te verbinden. ‘Wij constateren andermaal dat de verschillen tussen bedrijven heel groot zijn. Ons advies aan ondernemers is om de eigen financiële resultaten te vergelijken met vergelijkbare bedrijven. Dat kan bijvoorbeeld heel goed in studieclubverband. Deze vergelijking kan vervolgens ondersteunend zijn bij het bepalen van de juiste bedrijfsstrategie.’

Lage rentestand

De financiële verplichtingen per hectare van de akkerbouwbedrijven zijn de afgelopen jaren gemiddeld niet spectaculair gewijzigd. Oostvogels wijst er echter op dat de schuldenlast wel degelijk iets toeneemt, maar dat het effect daarvan gedempt wordt door de lage rentestand van dit moment.

Bekijk meer over:

Weer

  • Vrijdag
    9° / 2°
    10 %
  • Zaterdag
    11° / 7°
    70 %
  • Zondag
    10° / 8°
    50 %
Meer weer