Betere+groei+en+gezondheid+%C3%A9n+minder+bijters
Achtergrond
© De Snuitgeverij

Betere groei en gezondheid én minder bijters

Gespeende biggen zijn dagelijks zo'n twee uur aan het eten. Dat doen ze vooral in piekperiodes tijdens de ochtend en avond. Kunnen ze dan niet genoeg voer opnemen, dan lijden de resultaten en de gezondheid daaronder. Ook zorgt het voor onrust en meer bijtgedrag.

Pas gespeende biggen nemen per minuut nog maar 3 tot 4 gram droogvoer op. Als ze tien weken oud zijn, is dat 8 tot 10 gram per minuut. Biggen van tien weken die 0,9 kilo eten, zijn dus anderhalf à twee uur aan het eten. 'Dat zijn de feiten vanuit onderzoek', zegt Anita Hoofs, onderzoeker bij Wageningen Livestock Research.

'Feit is ook dat biggen het liefst met meerdere dieren tegelijk willen eten en niet alleen in een donker hoekje. Het zijn vluchtdieren die altijd op hun hoede zijn.' Dat betekent volgens Hoofs dat een ouderwetse donkere brijbak of voerbak met één vreetplek voor tien of meer biggen niet meer van deze tijd is.

Effect op prestatie

Een onderzoek op VIC Sterksel heeft aangetoond wat het effect van een voersysteem en het aantal eetplekken is op de prestaties van biggen. Bij het ene systeem was er één eetplek per negen biggen aan een rechte voerbak. Het andere systeem was een ronde bak met één eetplek per vierenhalve big.

Biggen eten het liefst met meerdere dieren tegelijk en niet alleen in een donker hoekje

Anita Hoofs, onderzoeker bij Wageningen Livestock Research

De groeisnelheid van de biggen bij de ronde bak met minder biggen per eetplek lag 35 gram per dag hoger. De voederconversie bij beide voersystemen verschilde niet veel.

Staartbijten

Te weinig eetplekken zorgen vooral in de laatste weken van de opfokperiode voor problemen. Het kan leiden tot hongergevoel (chronische stress) bij de biggen en tot bijtgedrag. 'Staartbijten begint vaak in de laatste drie weken van de biggenopfok', zegt Hoofs.

'Denk ook aan oornecrose. Een paar krassen op de oren zijn al voldoende om te zorgen dat de stafylokokken die op de huid zitten, oornecrose veroorzaken. Dat wordt nog erger als de oren in het voersysteem steeds nat worden. Natte oren bij relatief hoge temperaturen zijn dan een broeikas voor bacteriën.'

Water

Al deze feitelijkheden brengen de onderzoeker tot de conclusie dat de eetplek voor gespeende biggen aan hoge eisen moet voldoen. 'Direct na spenen zijn twee tot drie dagen lang extra eetplekken nodig. Twee biggen per eetplek is dan de norm en daarnaast is extra waterverstrekking nodig. Voor wat betreft water moeten de biggen de hele ronde lang op een aparte plek kunnen drinken, ook als er drinkwater bij het voersysteem zit.'

Vanaf dag vier hanteert Hoofs als norm ongeveer vijf biggen per eetplek. 'Dat geldt niet alleen voor droogvoerbakken, maar ook voor systemen waarbij de biggen vanuit de voerbak kunnen drinken. Water opnemen kost extra tijd.'

Norm

De norm voor de eetbreedte is de schouderbreedte plus 10 procent. Een big van 24 kilo is zo'n 18 centimeter breed. Inclusief 10 procent is de minimaal gewenste eetbreedte dus ongeveer 20 centimeter. Vamil/MIA rekent nog met 18 centimeter en met 15 centimeter voor de eetplaatsen aan de zijkanten.

Volgens de onderzoeker is het de vraag of dit terecht is. 'Als je biggen aflevert op 28 tot 30 kilo, dan is 18 centimeter eetplekbreedte zeker niet voldoende.'

Efficiënte eetplekken

Het gaat in de ogen van Hoofs om het aantal efficiënte eetplaatsen. 'Als er zes eetplaatsen zijn, maar er worden er twee niet goed benut, dan heb je dus maar vier efficiënte plekken.' Dat geldt ook als twee voerbakken in een hok 2,5 tot 3 meter uit elkaar staan.

Dan ontstaat er een voorkeurseetplaats en wordt de andere voerbak niet of nauwelijks benut. 'Plaats daarom voerbakken bij elkaar en zorg voor minimaal 1 meter vrije ruimte voor de bakken.'

Mee-eten

Zo'n 15 procent van de biggen leert niet hoe een doseersysteem met een klepel of hendel werkt. Die moeten dus mee-eten van het voer dat de andere biggen laten liggen.

'Vaak is de voerbak zo afgesteld dat er acht tot tien korrels voer in de trog liggen. Dat is niet voldoende. Er moet een portie van 50 gram achterblijven, anders komen de mee-eters voortdurend tekort, blijft hun groei achter en gaan ze eerder bijten.'

Storingen

Ten slotte is het van belang storingen in het voersysteem te voorkomen en er goed op te controleren. Als voorbeeld noemt de onderzoeker de spleet waar het voer uit valt bij buisvoersystemen. 'Die wil nog weleens verstopt raken. Ook mag er niet te veel water in de trog achterblijven. De biggen moeten dan eerst water drinken voor ze kunnen eten en zullen daardoor te weinig of geen voer opnemen.'

Droogvoer is gemakkelijker voor biggen
Voor gespeende biggen is een droogvoerbak de eerste dagen gemakkelijker. In die bak ligt het voer altijd klaar. 'De helft van de varkenshouders kiest daarom voor een droogvoerbak. Ze willen daarbij nog wel eens naar tien biggen per eetplek gaan. Maar met minder biggen zijn de resultaten beter', zegt Wilber van Poppelen van Groba. Meestal werken varkenshouders met vijf tot acht biggen per eetplek. Qua eetbreedte rekent Groba bij de rechte Stalko-bak met de norm zoals de Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV) die voorschrijft: 18 centimeter effectieve eetbreedte. 'Tussenschotjes tellen we niet mee. Bij onze ronde Allround-droogvoerbak is 15 centimeter eetbreedte voldoende omdat de biggen op schofthoogte meer ruimte hebben.' Bij de open Grofit-voerbak met aan beide zijden een drinknippel kunnen per eetvak gemakkelijk meer biggen eten. Van Poppelen raadt hierbij maximaal acht biggen per eetvak aan. 'Omdat de biggen het doseersysteem nog moeten leren, adviseren we het mechanisme de eerste dagen ruim af te stellen.' Een grotere portie voer is beter voor de biggen. Goed instellen van voer- en watergift noemt Van Poppelen belangrijk. 'Dit bepaalt mede het technisch resultaat.'


Evenwicht tussen eetruimte en vervuilen
Een eetvak voor zes biggen of vleesvarkens: dat is het algemene advies van Verba als een varkenshouder wil investeren in een droogvoerbak. Een eetvak bij de biggenbakken is 20 centimeter breed. 'Dit adviseren we al jaren en het blijkt in de praktijk nog steeds het beste te werken', zegt Jeroen Gloudemans van Verba. 'Vijf biggen per eetvak zou nog wel kunnen, maar minder dan dat gaat niet. Dan is het risico op vervuiling van de trog te groot. Het voer ligt dan te lang in de bak en gaat bederven. Dat merken we weleens in Duitsland waar in sommige regio's het advies is om maar vier varkens per eetvak te hebben.' Bij de open voerbakken, waarbij de varkens ook water kunnen drinken, zoals de Speedfeeder, is het volgens Gloudemans een ander verhaal. Daar adviseert de voerbakkenproducent tien biggen per eetvak van 20 centimeter breed. 'Doe je dat niet, dan krijg je een probleem met bederf', concludeert Gloudemans. 'Er blijven dan te veel voerresten achter en samen met het water geeft dat opnameproblemen. Doordat je bij een Speedfeeder en vergelijkbare systemen voer en water samen aanbiedt, kunnen de dieren sneller eten en drinken. Hierdoor heb je alsnog minder wisselingen aan de voerbak.'

Weer

  • Zondag
    21° / 6°
    10 %
  • Maandag
    23° / 9°
    10 %
  • Dinsdag
    19° / 14°
    70 %
Meer weer