Schouten+wil+verder+met+onderzoek+Groene+Veredeling
Nieuws
© Han Reindsen

Schouten wil verder met onderzoek Groene Veredeling

Het huidige onderzoeksprogramma Groene Veredeling loopt in 2019 af. De komende jaren is landbouwminister Carola Schouten bereid voor een nieuw programma jaarlijks 1 miljoen euro beschikbaar te stellen.

Voorwaarde is dat het bedrijfsleven gemiddeld 40 procent van de totale kosten uit eigen middelen beschikbaar stelt in natura en in cash. Schouten schrijft dat in een reactie op een motie van de Tweede Kamer, waarin de regering om voortzetting van het programma werd gevraagd. In beginsel loopt het programma tien jaar, met na vijf jaar een evaluatie.

Het onderzoeksprogramma Groene Veredeling richt zich op onderzoek naar de veredeling van gewassen voor low input land- en tuinbouw. Met andere woorden: veredeling van rassen die minder afhankelijk zijn van gewasbeschermingsmiddelen of hoge mestgiften en beter zijn aangepast aan veranderende klimaatomstandigheden.

Lange trajecten

Wilde verwanten uit de natuur zijn niet zelden de bron voor de gewenste eigenschappen. Daarom is er sprake van lange trajecten, voordat bruikbaar teeltmateriaal beschikbaar komt voor telers en veredelaars. Binnen dit programma werken onderzoekers van Wageningen University & Research, het Louis Bolk Instituut en tientallen bedrijven intensief samen aan de ontwikkeling van gewassen.

In 2010 is het eerdere programma gestart en sindsdien is succesvol gewerkt aan uiteenlopende eigenschappen als de ontwikkeling van phytophthoraresistente aardappelrassen, tripsresistentie in prei en luisresistentie in paprika. 'Er is een groot draagvlak voor dit soort projecten, zoals ook bleek uit de aangenomen motie', schrijft de minister.

Gezien het publiek-private karakter zal dit programma in overleg met de betrokken partijen worden onderbracht bij het missiegedreven innovatiebeleid van het thema Landbouw, Water en Voedsel. De focus zal daarbij liggen op rassen die resistent of minder gevoelig zijn voor ziekten en plagen, die beter bestand zijn tegen abiotische stress (zout en droogte) en variatie in bodems en teeltomstandigheden, die efficiënter omgaan met water en mineralen, en rassen die passen in systemen gericht op koolstofvastlegging en een grotere biodiversiteit.

Robuuste rassen

'lk hecht eraan dat de resultaten zowel worden gedeeld met de biologische als met de gangbare landbouw. Ook in de gangbare landbouw is het immers noodzakelijk om robuuste rassen te ontwikkelen die zijn aangepast aan de eisen van kringlooplandbouw en klimaatverandering', schrijft Schouten. 'Ik ben ervan overtuigd dat via dit programma een belangrijke impuls wordt gegeven aan de verduurzaming van de landbouw.'

De lessen uit het lopende programma worden benut om met het nieuwe programma nog meer impact te genereren in de praktijk. Er wordt een stuurgroep ingesteld om het programma te ontwikkelen en te begeleiden. Bionext, Plantum en LTO hebben hierin zitting, naast onderzoekers van Wageningen University & Research en het Louis Bolk Instituut. Ook het ministerie van LNV is hierin vertegenwoordigd.

Bekijk meer over: