Trend%3A+jongvee+eruit+en+importvaars+erin
Achtergrond
© Landpixel

Trend: jongvee eruit en importvaars erin

De import van fokvee voor vervanging van de melkveestapel neemt toe. Meerdere melkveehouders stoten eigen jongveeopfok helemaal af. Maar aankoop van vee is qua gezondheid niet zonder risico's.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekende dat Nederlandse melkveebedrijven jarenlang gezamenlijk tussen de 1,1 en 1,2 miljoen stuks jongvee hielden. Richting de afschaffing van het melkquotum liep dit op naar 1,3 miljoen. Met de komst van het fosfaatrechtenstelsel liep dit cijfer duidelijk terug. In 2017 kwam het al onder de 1,2 miljoen uit en vorig jaar lag het nog maar net boven de miljoen.


Dit komt onder andere doordat er een toename is van bedrijven die de jongveeopfok volledig hebben afgestoten en bewust kiezen voor aankoop van drachtige of melkgevende dieren voor de vervanging. Hoeveel melkveehouders dit doen, is niet precies duidelijk. Wel is duidelijk dat deze groep in toenemende mate hun dieren in het buitenland aankoopt. Simpelweg omdat het aanbod in Nederland laag is.

Cijfers

Dat de import van fokvee sterk toeneemt, wordt gestaafd door cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Tot 30 april 2019 blijken al 6.620 vrouwelijke runderen van twee tot drie jaar te zijn geïmporteerd. Dat is bijna net zo veel als de 7.046 over heel 2018. Dat beeld komt overeen met de een- tot tweejarige dieren. Ook daar is een sterke stijging te zien.

Aangekocht vee eerst in quarantaine houden is veruit het beste

Linda van Wuijckhuise, Gezondheidsdienst voor Dieren

Voor import van drachtige vaarzen, melkgevende vaarzen en koeien zijn Denemarken en Duitsland sterk in trek. Een deel wordt via veilingen gekocht, een ander deel direct via melkveehouders in die landen of via handelaren die vee opkopen.

Stijgende prijzen

Via welke wijze de dieren ook worden aangekocht, overal is te merken dat de prijzen stijgen. Op Duitse fokveeveilingen kost een courante melkvaars zeker 1.800 euro. Prijzen boven de 2.000 euro komen ook veelvuldig voor. Daarbovenop komen nog veiling- en transportkosten.

Ook bij de aankoop van vaarzen of koeien via intermediairs nam de prijs de laatste maanden toe. Dat beaamt Freddie Visser van Frielim Livestock. Vanuit zijn bedrijf verhandelt hij vooral dieren uit bedrijfsbeëindigingen.

Selectie

'Als er bijvoorbeeld een bedrijf in Oost-Duitsland of Denemarken van een paar honderd koeien stopt, kopen wij dat op. Vervolgens selecteren we het ondereind eruit. Dan moet je denken aan dieren met een te hoog celgetal of echte gebreken', vertelt Visser.

'We waarderen de dieren allemaal een voor een en verkopen ze op basis van de vraag aan melkveehouders in Nederland. De een wil acht luxe vaarzen, de ander wil twintig dieren liefst voor een relatief lage prijs. Zo is er voor elk dier wel een plek', zegt de veehandelaar.

'De prijs voor de dieren uit zo'n veestapel wisselt tussen de 1.000 en 2.000 euro, afhankelijk vooral van productie en leeftijd. Dat varieert dus sterk, maar in de breedte liggen de prijzen nu duidelijk hoger dan vorig jaar.'

Bloedmonsters verplicht

Een melkveehouder die fokvee importeert, moet ervoor zorgen dat dit verstoken blijft van IBR, BVD, paratuberculose, leptospirose en salmonella. Duitsland en Denemarken zijn vrij van IBR en BVD, maar op de andere aandoeningen worden de dieren door bloedmonsters onderzocht, veelal door de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD).

Linda van Wuijckhuise van de GD stelt dat in andere Europese landen ook wel onderzocht wordt op leptospirose, maar dat de daar gebruikte test in Nederland niet voldoende valide wordt beschouwd.

'Daarom testen we hier ook op die ziekte. Dat levert overigens niet vaak besmette dieren op. Alleen uit Tsjechië kwamen een aantal jaren geleden meermaals koeien binnen die positief bleken te testen op leptospirose.'

Rustig bekijken

Van Wuijckhuise weet dat bijna geen melkveehouder een eigen quarantainestal heeft waar aangekochte dieren eerst enkele dagen worden gehouden, volledig los van de rest van de veestapel.

'Dat zou echt verreweg het beste zijn. Je kunt de dieren dan letterlijk enige dagen rustig bekijken. Dat geldt zowel voor aandoeningen aan bijvoorbeeld klauwen of huid, waarbij je besmetting richting de rest van de veestapel wilt voorkomen, als voor het goed testen van de uiergezondheid.'

Hoger vervangingspercentage

De dierenarts wijst erop dat melkveehouders die frequent vee aanvoeren uit binnen- of buitenland, gemiddeld een hoger vervangingspercentage hebben, minder vrijstatussen hebben voor dierziekten en hogere sterftecijfers noteren.

'De eerste twee punten kunnen een managementkeuze zijn, maar ook het laatste punt is een feit. Dat blijkt uit onze monitoring op geanonimiseerde gegevens', zegt Van Wuijckhuise. 'Als melkveehouder moet je jezelf altijd de vraag stellen: wil ik überhaupt vee aanvoeren? Het brengt hoe dan ook verhoogde risico's met zich mee.'

Importrund krijgt 'paspoort' mee
Dieren die de grens overgaan, worden in het land van herkomst, voor ze op transport gaan, grondig gecheckt. 'Een Deense of Duitse NVWA-medewerker doet dat', zegt Freddie Visser van Frielim Livestock. 'Die controleert of de dieren transportwaardig zijn en bijvoorbeeld niet te lang drachtig zijn of te kort hebben gekalfd. Elk dier krijgt na goedkeuring een paspoort mee dat kan worden gecontroleerd.' In Nederland mag maar op één adres worden gelost per vervoerseenheid. Dat betekent dat alleen een auto met aanhanger op twee adressen dieren mag lossen. 'In het land van herkomst maken we al een indeling van de dieren die in de auto dan wel in de aanhanger gaan. Anders wordt het duurder voor de boer.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Donderdag
    17° / 5°
    10 %
  • Vrijdag
    18° / 5°
    10 %
  • Zaterdag
    22° / 8°
    10 %
Meer weer