Boeren+midden+tussen+de+burgers
Achtergrond
© Sofie van der Ven

Boeren midden tussen de burgers

Voor het Plattelandsdocument dompelt Nieuwe Oogst zich een dag onder in een boerengemeenschap. Dit keer gingen we naar het Brabantse Liessel. Daar spraken we met een geitenhouder en burgers over de geitenstop, geuroverlast en de potentiële gezondheidsrisico's van het wonen naast een geitenbedrijf.

De geitenhouderij ligt onder een vergrootglas. Geitenhouders Jos en Lea Keijzers uit het Brabantse Liessel zijn steeds meer rekening gaan houden met hun omgeving. Uit noodzaak, maar ook vanwege innerlijke motivatie. 'Je moet jezelf de vraag stellen: zou je je eigen buurman willen zijn?'

'Binnen een straal van 100 meter hebben we zeven buren', zegt Jos Keijzers tijdens een rondgang over het erf van zijn melkgeitenbedrijf in Liessel. Die zin vat precies samen waar het knelt. Wat je ook doet, je loopt altijd tegen grenzen aan.

Waterberging

Aan de rand van het erf ligt sinds kort een waterberging. Vijf bassins met op de oevers opgroeiende notenbomen, die in de toekomst vruchten moeten dragen. Ze zijn aangelegd met subsidie, want ze lossen een waterprobleem op, van hun eigen bedrijf en de buurt. Maar de directe buurman ziet de muggen en de bladeren al op zich af komen.

Wanneer doe je het goed? Daar is moeilijk achter te komen

Lea Keijzers, geitenhouder in Liessel

In eerste instantie valt die drukte niet op, 500 meter van het dorp, langs de doorgaande weg. Maar dit is wat tegenwoordig de 'kernrandzone' heet, de overgang van dorpskern naar platteland. Er is ruimte en het is dicht bij het dorp; ideaal voor de ontwikkeling van bedrijvigheid en die zie je dan ook steeds toenemen. Maar niet meer direct de ideale plek voor een agrarisch bedrijf.

Lea Keijzers: 'Onze zoon heeft al duidelijk aangegeven: 'Als ik het bedrijf ooit overneem, wat hij overigens niet van plan is, dan zeker niet op deze locatie. We zitten veel te dicht bij de burgers.'

Ouderlijk bedrijf

Ruim dertig jaar geleden begonnen de ondernemers hier, op haar ouderlijk bedrijf. Een melkveehouderij met een te klein quotum. 'We verkochten het quotum en oriënteerden ons in het buitenland. Maar de conclusie was dat we toch niet voelden voor emigratie. Precies op dat moment kwam iemand met het idee: is geiten niet iets voor jullie?'

Jos Keijzers: 'Een paar honderd geiten was toen nog genoeg voor een kostwinning. Zeker toen we de vergunning van de buurman over konden nemen en door konden groeien naar vijfhonderd dieren. Even waren we op papier de grootste geitenhouderij van Nederland.'

De eerste jaren was het hard werken en weinig verdienen, de laatste jaren is dit gelukkig veranderd en zijn de ondernemers trots op hun bedrijf. De bronzen beeldjes van melkgeiten die de productiemijlpalen aangeven, staan prominent op de schouw.

Q-koorts breekpunt

Maar de wereld is veranderd, met een harde klap. 'Ik ben anders gaan denken over ons bedrijf. Het breekpunt is het Q-koortsdebacle', vertelt Jos Keijzers.

De frustratie over de falende overheidsaanpak – drachtige geiten geruimd, besmette dieren niet – vormde de ondernemer om tot een positieve inzet. Hij zat in de initiatiefgroep die de verbinding zocht tussen alle slachtoffers van de epidemie: patiënten en geitenhouders, maar ook andere betrokkenen.

Vergrootglas

Na de Q-koortsepidemie lagen de Liesselse geitenhouders onder een vergrootglas. Hun bedrijf bleef namelijk nog lange tijd besmet ondanks de ruiming. Daardoor werden ze op de nek gezeten door de regionale pers. Als gevolg daarvan kwamen er vragen in de gemeenteraad en dorpsraad, terwijl het gevaar juist was geweken door de verplichte jaarlijkse vaccinatie van de geiten.

De stemming in Noord-Brabant is sindsdien omgeslagen. Voorheen was het de meest boervriendelijke provincie, nu juist het tegenovergestelde. De stop op uitbreiding van geitenbedrijven begon hier.

Werkplezier

Niet alleen de buitenwereld is sterk veranderd, dat geldt ook voor hun eigen binnenwereld, zegt Jos Keijzers. 'Vroeger vond ik het voldoende om een vergunning te hebben. Ik heb echt een stap moeten zetten om meer rekening te houden met de omgeving en om te bedenken hoe je zelf plezier houdt in je werk.'

De ondernemers hebben bewust afgezien van opschaling en zijn daar nog steeds blij mee. Lea Keijzers: 'Je wordt gek gemaakt door banken, adviesbureaus en voerfirma's. En als boeren letten we op elkaar. Als je niet meegaat in de groei, hoor je er niet meer bij.'

Oplossing nodig

De geitenstop heeft als voordeel dat het als een soort quotering werkt en daardoor de prijzen op peil houdt. Maar er moet wel een oplossing komen voor ondernemers die erdoor in de knel komen, benadrukt Jos Keijzers.

De Liesselse geitenhouder is lid van het netwerk Goed Boeren, een groep ondernemers die nadenkt over duurzaamheid in alle opzichten.

Eyeopener

'Een echte eyeopener was een berekening voor een melkveebedrijf dat verdubbelde in aantal dieren en toch bleef hetzelfde bedrag beschikbaar voor privébestedingen. Waarom zou je dan groeien? We hebben een rare reflex in de landbouw. Als het slecht gaat, breiden we uit en als het goed gaat ook. Je hebt steeds het idee dat je mee moet in de ratrace, terwijl ik het juist gemakkelijker wil krijgen.'

In de loop van de tijd zijn de Brabantse geitenhouders steeds meer met de ogen van de buitenwereld naar hun bedrijf gaan kijken en proberen ze de overlast te beperken.

Mail naar buren

'Voordat we gaan uitmesten, sturen we de buren een mail. Soms mailen ze dan terug: 'Fijn dat je het even laat weten.' Maar ook een keer: 'Onze dochter is jarig en we krijgen veel bezoek.' Dan is het simpel om het even uit te stellen en je doet er mensen een groot plezier mee', vertelt Lea Keijzers.

Verder laten de ondernemers de bulkwagen niet meer 's morgens vroeg komen en steken ze veel geld in vliegen- en ongediertebestrijding. Ook hebben ze aandacht voor de natuurlijke aankleding rond het bedrijf.

Oplossen

Wat de buren ervan vinden? 'Vaak weten we niet hoe ze waarderen wat we doen. Je hoort het alleen als er iets mis is. We willen het wel graag weten en als er iets is, dan gaan we in conclaaf en proberen we het op te lossen', zegt Jos Keijzers.

'Zo kwam de overbuurman eens vragen wat we wilden doen met de ruimte in de vergunning: doorgroei naar meer dieren? We konden het goed uitleggen en verzekeren dat we eerder minder dan meer dieren willen', vertelt Lea Keijzers. Maar zulke vragen vergroten wel het gevoel dat er scherp op je wordt gelet. 'Wanneer doe je het goed? Daar is moeilijk achter te komen.'

'Aanpassing van beide kanten'
robertsmid
Robert Smid koos twaalf jaar geleden bewust voor een huis buiten het Brabantse dorp Liessel vanwege de ruimte. 'Ik wist van tevoren dat ik naast een geitenbedrijf ging wonen en dat verderop nog een varkensbedrijf zit. Als je dat niet fijn vindt, moet je niet op zo'n plek gaan wonen', vindt hij. Smid heeft een adviesbureau met opdrachtgevers in de groene sector, met name onderwijs, overheden en groenbedrijven. Nederland wordt steeds voller, merkt hij in zijn eigen werk. Dat zorgt in toenemende mate voor botsende belangen, of positiever geformuleerd: de noodzaak om creatieve oplossingen te bedenken. De adviseur ziet dat het geitenbedrijf steeds meer wordt ingesloten door burgers. 'Dat vraagt van beide kanten iets. Wij moeten niet klagen dat er geiten zijn en zij moeten om zien te gaan met de omgeving. Persoonlijk vind ik dat ze dat goed doen', stelt hij. 'Ik heb meer last van het lawaai van het motorcrossterrein 2 kilometer verderop. Het scheelt wel dat we aan de zuidwestkant zitten. Dat is de gunstige kant als het gaat om stankoverlast van het geitenbedrijf.' Smid kent het onderzoek naar de gezondheid van omwonenden van veebedrijven, maar het houdt hem niet bezig. 'We zitten hier aan een drukke weg waar hard wordt gereden. Dat is veel gevaarlijker. En de overvolle snelweg A67 is vlakbij. Van daaruit waaien allerlei stoffen over ons huis heen. Je moet de zaken in perspectief blijven zien.' De adviseur is dus tevreden met de buren, maar dat zou kunnen veranderen als ze het bedrijf ooit verkopen. 'Als een nieuwe ondernemer op deze plek flink zou willen uitbreiden, dan wordt het wel bezwaarlijk. Je moet hier toch inspelen op de omgeving en er zijn genoeg vormen van nieuwe landbouw die hier wel passen. Bijvoorbeeld het concept van de Herenboeren.' Herenboeren is een coöperatie van burgers die een boerderij runnen.
'Je ruikt weleens wat'
bartverheijen
pierremaas
Bart Verheijen (links) en Pierre Maas (rechts) verhuisden drie jaar geleden naar Liessel. Ze kozen bewust voor het platteland. 'We hebben een druk restaurant in Roermond en vinden het lekker om af en toe niemand te zien. Op deze plek hebben we veel vrijheid', vertelt Verheijen. De ondernemers hebben vooral behoefte aan rust. Nadat hun vorige restaurant afbrandde, runnen ze nu het drukbezochte restaurant Heere aan de Maas in het Roermondse watersportgebied. Hoe is het om tussen de agrarische bedrijven te wonen? 'Daar heb ik geen last van', zegt Verheijen. 'We wonen achteraf. Naast ons zit een koeienboer en op een paar honderd meter ligt het geitenbedrijf van Keijzers. We kennen het wel, maar merken er verder weinig van. Je ruikt weleens wat, op de dag van uitmesten en soms later als het vochtig weer is, maar dat hoort erbij. Van de 52 weken per jaar hebben we nog geen week last van geur. Zulke dingen weet je als je hier gaat wonen. Dan moet je niet klagen.' Ook potentiële gezondheidsrisico's van het wonen naast een veebedrijf houden Verheijen niet echt bezig. 'Ik vind het een beetje overtrokken. Je krijgt een overmaat aan regelgeving. Daardoor verliest een kleiner boerenbedrijf zijn bestaansrecht. Dat is jammer. Wij wonen hier met veel plezier.'
Bouwstops smoren de sector langzaam
jostolboom
Er zijn nauwelijks nog geitenbedrijven in Nederland die niet te maken hebben met een stop op de uitbreiding. Daarnaast stellen provincies soms extra eisen, bijvoorbeeld op het gebied van emissie. 'Het is begonnen in Noord-Brabant. Daar is een coalitie die alles aangrijpt om de veehouderij in te dammen. Vervolgens verspreidt het zich als een olievlek. Andere provincies moeten mee. Ze zijn bang dat boeren verkassen vanwege de stop in Noord-Brabant', zegt voorzitter Jos Tolboom van LTO-vakgroep Melkgeitenhouderij. In acht provincies geldt een bouwstop. De motivatie daarvoor ligt vaak in het rapport 'Veehouderij en gezondheid omwonenden'. Omwonenden van geitenbedrijven hebben iets meer kans op longontsteking, maar minder op de longziekte COPD en astma. Ook is er een kans op verminderde longfunctie als er veel veehouderijen in de buurt zijn. 'De onderzoekers zelf zeggen: er is eigenlijk nog te weinig bekend. Maar provincies beroepen zich uit voorzorg op voorlopige resultaten', constateert Tolboom. Is het erg, al die geitenstops? Het werkt immers als een melkquotering, met bijbehorende gunstige melkprijzen. 'Op korte termijn zie je wellicht een positief effect, maar op de lange teermijn niet. Alles stokt: de bedrijfsontwikkeling, opvolging, investeringen in dierenwelzijn en nieuwe stalsystemen', vertelt de vakgroepvoorzitter. 'Verder willen steeds meer geitenhouders zelf de bokjes aanhouden om diergezondheid en dierenwelzijn beter te borgen. Ook dat wordt zo erg lastig. We zijn nog steeds een kleine sector.' Volgens Tolboom kijken melkverwerkers en toeleveranciers met interesse naar de geitenhouderij. 'Het is belangrijk dat de sector kan groeien. De consumptie van geitenzuivel groeit in ons land en ook daarbuiten. Maar als de groei eruit is, verflauwt de belangstelling en krijg je een voortschrijdend effect van achteruitgang.'

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    19° / 8°
    20 %
  • Zondag
    20° / 10°
    40 %
  • Maandag
    17° / 12°
    70 %
Meer weer