Erwinia+blijft+nog+grillig+voor+pootgoedteler
Nieuws
© NAK

Erwinia blijft nog grillig voor pootgoedteler

Heel geleidelijk krijgt de pootgoedsector antwoorden op de vele vragen over erwinia. Maar een volledige beheersing van de bacterieaantastingen vergt nog een lange adem.

Al veertig jaar is erwinia een probleem voor de pootgoedsector. Zeker de laatste jaren probeert keuringsdienst NAK in overleg met de telers om efficiënte maatregelen te ontwikkelen die het aantastingsniveau structureel verlagen.

Uit resultaten van veldkeuringen blijkt dat het aantal klasseverlagingen door stengelnatrot en zwartbenigheid de laatste twintig jaar licht daalt. 'Het beeld van erwinia is van jaar tot jaar grillig, maar gemiddeld neemt de druk iets af', zegt manager buitendienst Ton Stolte van de NAK. 'In 2016 hebben we zo'n 10 procent van de percelen met prebasis- en S-pootgoed met 10 procent moeten verlagen. Dat is teleurstellend.'

Latentietoetsen

Tijdens de telersvergaderingen dit jaar laat NAK resultaten zien van latentietoetsen in de nacontrole van prebasis- en S-pootgoed. Van de besmette monsters in deze toetsen is 60,5 procent toe te schrijven aan Pectobacterium carotovorum subsp. brasiliense (Pcb). Dit soort is als veroorzaker van erwinia vanaf 2010 sterk in opkomst.

In onderzoek besteedt de NAK veel tijd aan de correlatie tussen de latentietoets en de veldkeuringen. Uit de veldkeuringen van dit jaar blijkt dat het verlagingspercentage vanwege erwinia beperkt blijft als partijen die getoetst zijn als zwaar besmet niet verder worden vermeerderd. Bij gebruik van onbesmet uitgangsmateriaal neemt de erwiniabesmetting in het veld af met meer dan 50 procent.

Correlatie

Dit duidt op enige correlatie en geeft aan dat uit schone monsters in het veld wel degelijk erwinia-aantastingen kunnen ontstaan. De NAK heeft de correlatie per bacteriesoort nader onderzocht. Daarbij is vastgesteld dat bij Pcb slechts 25 procent van de zwaarst besmette monsters zorgt voor een verlaging in de veldkeuring. 'Voor dit soort geeft de latente toets te weinig informatie over de kans op besmetting in de veldfase. Bij andere erwiniasoorten is de correlatie beter', meldt Stolte.

Voor verlaging van de ziektedruk door erwinia in de pootgoedkolom gaat de NAK uit van miniknollen die volledig vrij zijn van erwinia. Voor het prebasis-, S-, SE- en E-pootgoed geldt in het veld een nulnorm. In A- en B-pootgoed mag erwinia geen opbrengstderving veroorzaken.

Minder keuren bij laag risico

Om het gestelde doel te bereiken zet de NAK verder in op risicogericht keuren. 'Daarbij gaan we uit van het principe dat we bij een verwacht laag risico minder keuren. Minder risico is dan gebaseerd op de teelt van een minder gevoelig ras en een latente toets zonder besmetting.' Volgens Stolte blijkt dat intensiever keuren van partijen met een verhoogd risico in de praktijk nauwelijks meerwaarde heeft.

In de discussie over erwinia vraagt de NAK de mening van pootgoedtelers over aanpassing van de nulnorm voor E-pootgoed. De keuringsdienst vraagt hoe reëel deze norm is en of deze norm verlaging van een devaluatie betekent van het Nederlandse pootgoed. 'Gezien de verdeelde reacties van pootgoedtelers gaan we waarschijnlijk een voorstel voor een andere norm komend jaar verder uitwerken', vertelt Stolte.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zondag
    8° / 2°
    10 %
  • Maandag
    10° / 2°
    0 %
  • Dinsdag
    12° / 0°
    0 %
Meer weer