Kansen+voor+groene+middelen+in+spruiten
Nieuws
© Han Reindsen

Kansen voor groene middelen in spruiten

Spruitkooltelers kunnen hun gewas beschermen met biovriendelijke insectenbestrijding, zonder pyrethroïden en neonicotinoïden. Er zijn mogelijkheden, maar het is nog wel een zoektocht om de groene middelen op een juiste wijze in te zetten. Zonder chemie is lastig, vooral omdat het gewas lang op het veld staat.

Ruim honderd telers en toeleveranciers waren vorige week zaterdag in Zuid-Holland bij elkaar om kennis op te doen over gewasbescherming en bemesting in spruitkool. Het Spruitkoolplatform is daarmee de opvolger van de Spruitkoolboulevard. Nog steeds staan de teelt en de telers centraal, alleen is de uitvoering in de praktijk en in opdracht van telers namens de landelijke gewascommissie spruit van LTO.

Op het bedrijf van Huib en Chris Bos in Zevenhuizen liggen zes proefobjecten, die aansluiten bij de huidige teeltproblemen. De nadruk ligt hier met name op de insectendruk in spruitkool. De zoektocht naar milieuvriendelijke alternatieven is, naast chemische gewasbeschermingsmiddelen, een richting die vanuit de telers zelf wordt ondersteund, zowel door financiering van een van de objecten als sturing op de inhoud van de proef.

Insecten

Bij de objecten met insectenbestrijding gaat het met name om het toepassen van biovriendelijke middelen. Het doel is om zonder gebruik van pyrethroïden en neonicotinoïden de natuurlijke vijanden te sparen. Op het bedrijf van Bos liggen elf spuitschema's in vier herhalingen met experimentele middelen.

Het experimentele middel B laat in combinatie met vier bespuitingen met Tracer de beste resultaten tegen koolmot zien. Andere spuitschema's zijn volgens Jan de Lange van uitvoerder Proeftuin Zwaagdijk vergelijkbaar goed. 'Het voordeel van middel B in combinatie met Tracer is dat het ook een goede basis is tegen koolvlieg.' Tegen trips waren de schema's ook vergelijkbaar goed, met als positieve uitschieter Flipper en Attracker.

Late koolvlieg

Bij de insectenproef Cobelius, tegen luis en late koolvlieg, komt het nieuwe middel van Bayer ter sprake. 'Bij de nieuwe werkzame stof zien we maar één rups, terwijl dat bij onbehandeld zes is. Het langverwachte middel zullen we in 2018 nog warmer ontvangen', zegt Maurits van der Hout van CZAV, die samen met Agrifirm en Van Iperen heeft gezorgd voor de uitvoering van het Spruitkoolplatform 2016.

De teeltspecialist constateert daarnaast een opvallend effect van Calypso op koolvlieg. 'Calypso op het eind van de teelt zou mooi zijn in combinatie met nieuwe middelen die eraan komen', denkt Van der Hout. 'Probleem is wel dat de toelating van Calypso onder druk staat.' Volgens Van der Hout is het voor de bestrijding van de koolvlieg van belang om te weten wanneer de vlucht van insecten eraan komt. 'Bij het huidige waarschuwingssysteem heb je eigenlijk een week achterstand. Dat veranderen is een uitdaging voor de komende jaren.'

Light Leaf Spot

In een andere proef is met verschillende spuitschema's gekeken naar de effectiviteit tegen Light Leaf Spot en andere schimmels in het ras Steadia. 'Light Leaf Spot is minder erg dan vorig jaar, waarschijnlijk een gevolg van de droge zomer. De verschillen tussen de schema's moeten nog komen', zegt Stefan Jongejan van Van Iperen. 'Het advies is om middelen af te wisselen, omdat bepaalde werkzame stoffen resistentie kunnen opleveren.'

De onderzoeken op het gebied van bemesting hebben vooral betrekking op kwaliteitsaspecten: met welke elementen zijn de bewaarbaarheid en glazigheid van de spruiten te sturen. Tijdens het veldbezoek was een bemestingsproef met kalium en calcium in het ras Gladius te zien. Naast een basisbemesting met kali wordt in de proef ook op andere momenten kali gegeven.

Overbemesting

Dennis Smits van CZAV: 'Door een overbemesting zeventien weken na het planten is er veel kali beschikbaar op het moment dat er veel kalitransport in de plant is. Een overbemesting met kali twee weken voor de pluk heeft effect op de celspanning en dus de kwaliteit van de spruiten. Over een paar weken weten we het effect.'

Calcium is belangrijk voor de interne kwaliteit. Van belang is dat de calcium in de spruiten terechtkomt en niet in de bladeren. 'Vorig jaar liet een bemesting van calcium een goed effect zien. Dat kan ook komen door minder stress bij de plant door de calcium. Borium geven via een bladmeststof kan zorgen voor een beter transport van calcium in de plant', zegt Smits.

Stikstof en zwavel

Johan Aarnoudse van Van Iperen merkt dat spruitentelers steeds meer stikstof en zwavel in de rij geven. Het geeft minder kans op uitspoeling. Deze werkwijze vraagt om een andere wijze van kalibemesting. In een proef wordt gekeken naar verschillende hoeveelheden van bijbemesting in het seizoen met Kali 60 en bladbemesting.

Aarnoudse: 'Als de Cation Exchange Capacity (CEC) helemaal bezet is, kan de kali niet worden gebonden aan het klei-humuscomplex. Als er dan zoals dit jaar in juni 200 millimeter neerslag valt, kan de kali uitspoelen. Telers moeten in de toekomst rekening houden met veel neerslag in korte termijn.'

Weer

  • Dinsdag
    9° / -2°
    20 %
  • Woensdag
    9° / -2°
    30 %
  • Donderdag
    9° / -2°
    10 %
Meer weer