Weg+met+die+laatste+melkkoeien
Ingezonden
© Mike Schellart

Weg met die laatste melkkoeien

Minder koeien houden is onvermijdelijk als Nederland de derogatie wil behouden. Reken maar eens door wat het kost of sterker nog, oplevert. Daarom: weg met die laatste koeien.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) berekende onlangs dat verlies van derogatie betekent dat de mest van 475.000 melkkoeien niet meer op de Nederlandse grond kan worden geplaatst. Moet deze mest worden verwerkt, dan hebben we het over een enorme kostenpost.

Voor een grote groep melkveehouders kan minder koeien melken meer geld en plezier opleveren. Met name voor bedrijven waar arbeid als knelpunt wordt ervaren of waar arbeid wordt ingehuurd.

Ook de bedrijven waar het saldo opbrengst minus directe kosten onder het gemiddelde ligt, doen er verstandig aan minder koeien te melken en eerst te focussen op verbetering van het technisch en economisch resultaat.

Zo hebben we doorberekend dat op een gemiddeld bedrijf met 100 melkkoeien, 62 stuks jongvee en 48 hectare grond voor de laatste 11 koeien al het ruwvoer wordt aangekocht en dat van de laatste 16 koeien alle mest wordt afgevoerd. Omdat we hier uitgaan van het gemiddelde kunnen we stellen dat de helft boven en de helft onder dit gemiddelde zit.

De vraag aan melkveehouders is: waar staat u? In de tabel (zie downloads onder aan artikel) proberen we daar een antwoord op te geven. In de eerste kolom wordt het gemiddeld saldo per koe weergegeven. In de overige kolommen zijn vier scenario's doorgerekend van het saldo van de laatste 10 koeien (of een extra koe, zonder jongvee) op het bedrijf.

Scenario 1 gaat uit van een bedrijf met een extra koe, zonder jongvee en waarvoor het ruwvoer wordt aangekocht en de mest afgezet. Hieruit blijkt dat bij beschikbare arbeid en ruimte op het bedrijf het saldo van de laatste koeien 300 euro per koe per jaar is. 10 koeien minder melken betekent dat het bedrijfsresultaat 3.000 euro lager uitvalt.

Scenario 2 is identiek, maar omdat de arbeid beperkend is, wordt er 20 uur arbeid maal 25 euro (uurloon) ingehuurd. Dat komt neer op 500 euro per koe. Hierbij levert minder koeien melken geld op.

Scenario 3 is weer gelijk aan scenario 2, alleen heeft het bedrijf een ruwvoeroverschot. Dat ruwvoer kan worden verkocht. Dat levert ongeveer de helft op (10 cent per kilo droge stof) als in de situatie dat er ruwvoer moet worden gekocht (20 cent per kilo droge stof). Het saldo per koe neemt in deze situatie toe met 413 euro.

In scenario 4 is een berekening gemaakt in geval er voor de laatste koeien ruwvoer moet worden gekocht, mest moet worden afgezet en fosfaatrechten nodig zijn. Verder zijn we ervan uitgegaan dat stallen en ruwvoer- en mestopslag beschikbaar zijn en dat er geen extra werktuigen/installaties nodig zijn om de laatste koeien te houden en te verzorgen. Ook zijn we ervan uitgegaan dat er voldoende grond beschikbaar is vanwege de AMvB grondgebondenheid.

Al met al blijkt uit deze modelberekeningen dat minder koeien houden een sterk argument is en een grotere kans betekent voor behoud van derogatie. Richting Brussel moet immers een duidelijk signaal worden afgegeven.

Daarom een dringende oproep aan iedere melkveehouder: bereken wat de laatste koeien op het bedrijf echt opleveren. Oftewel, wat kost het of levert het op als er minder koeien worden gemolken, op korte en lange termijn. En maak een strategische keuze, niet alleen voor nu, maar ook voor de toekomst van uw eigen bedrijf en de melkveehouderij.

Klaas de Jong
Adviseur Economie PPP-Agro Advies

Weer

  • Maandag
    25° / 11°
    10 %
  • Dinsdag
    27° / 12°
    10 %
  • Woensdag
    25° / 15°
    20 %
Meer weer