‘Veehouders moeten weten waar ze tot 2040 aan toe zijn’

Veehouders krijgen te maken met nieuwe regels voor dierenwelzijn. Het kabinet wil minimale stalafmetingen per koe en een verbod op varkensstaarten couperen en koeien vastbinden. De maatregelen zijn vastgelegd in een algemene maatregel van bestuur (AMvB) die staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Ze worden stapsgewijs ingevoerd richting 2040.

Staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur geeft een toelichting op de algemene maatregel van bestuur Dierwaardige veehouderij.
© Dirk Hol

De staatssecretaris wil met de AMvB Dierwaardige veehouderij een wettelijke ondergrens vastleggen voor het houden van dieren. Voor veehouders betekent dit nieuwe eisen, maar volgens de bewindsman moet de AMvB vooral een einde maken aan incidentgedreven beleid. Hij belooft meer duidelijkheid over toekomstige investeringen en wil voorkomen dat dierenwelzijn volledig op het bord van de primaire sector terechtkomt.

De nieuwe regels beschrijven hoe melkvee, vleesvee, kalveren, varkens en kippen in de toekomst op een meer dierwaardige manier worden gehouden. Per maatregel wordt vastgelegd wanneer veehouders eraan moeten voldoen. Daarbij zijn de uitvoerbaarheid in de praktijk, de economische gevolgen voor veehouders en de mogelijkheden binnen vergunningen meegewogen, benadrukt Erkens.

Aansluiting bij convenant

Waar mogelijk wordt gewerkt met doelvoorschriften, waarbij boeren ruimte houden om zelf te bepalen hoe zij de doelen op hun bedrijf bereiken. De regels sluiten aan bij het convenant ‘Stappen naar een dierwaardige veehouderij’ dat vorig jaar is gesloten met agrarische partijen, de Dierenbescherming en markt- en ketenpartijen.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen nieuwe en bestaande stallen. Op deze manier kunnen veehouders die nieuwe stallen laten bouwen gelijk aan zowel de emissieregels als maatregelen voor dierenwelzijn voldoen. Niet alle maatregelen worden daarom direct of in de meest vergaande vorm ingevoerd. In sommige gevallen krijgen veehouders langer de tijd. Erkens wil zo de omslag voor boeren haalbaar houden en het risico beperken dat productie naar het buitenland verdwijnt. Dat weglekken noemt hij vanuit dierenwelzijn onwenselijk, omdat in het buitenland vaak met lagere dierenwelzijnsstandaarden wordt gewerkt.

De onafhankelijke Autoriteit Dierwaardige Veehouderij wordt betrokken bij de evaluaties van maatregelen waarvoor dat nodig is. Daarbij wordt gekeken of maatregelen in de praktijk haalbaar zijn, bijvoorbeeld of veehouders de benodigde vergunningen kunnen krijgen. Ook wordt rekening gehouden met andere opgaven waar boeren op het erf mee te maken krijgen, zoals stikstofemissie. Het kabinet wil zo voorkomen dat verschillende regels met elkaar botsen.

Dierenwelzijn raakt aan het maatschappelijke draagvlak voor de veehouderij

Silvio Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

De AMvB Dierwaardige veehouderij brengt nieuwe regels voor het houden van dieren naar het boerenerf. Erkens benadrukt dat hij boeren op deze manier duidelijkheid wil geven. ‘Ik wil voorkomen dat ondernemers telkens worden geconfronteerd met nieuw beleid naar aanleiding van een incident of maatschappelijke ophef’, zegt Erkens. ‘Dan volgen Kamervragen, moties en maatregelen waaraan bedrijven soms snel moeten voldoen. Met deze AMvB proberen we voor de periode tot 2040 helder te maken welke kant we opgaan. Dat moet ondernemers helpen bij hun bedrijfskeuzes en zo wil ik jojobeleid voorkomen.’

Daarnaast benadrukt de staatssecretaris dat de AMvB veehouders op een andere manier helpt. ‘Dierenwelzijn raakt aan het maatschappelijke draagvlak voor de veehouderij. Door een duidelijke bodem te leggen, kunnen we laten zien dat de sector aan de verwachtingen van de samenleving werkt.’

Waarom is deze AMvB nodig?

‘De politiek heeft de opdracht gegeven om uiterlijk in 2040 tot een dierwaardige veehouderij te komen die voldoet aan de zes principes van dierwaardigheid. Daarbij gaat het onder meer om voldoende voer en water en om de gezondheid van dieren. Voor deze AMvB hebben we het Convenant dierwaardige veehouderij en de eerdere consultatieversie als uitgangspunt genomen.’

Hoe verhoudt de AMvB zich tot het Convenant dierwaardige veehouderij?

‘Het convenant is de basis. Wetgeving vraagt soms om concretere formuleringen. We hebben geprobeerd zoveel mogelijk recht te doen aan de afspraken. De convenantspartijen zijn tijdens meerdere rondes geraadpleegd en hun inbreng heeft tot aanpassingen geleid.’

‘Waarschijnlijk zal geen enkele partij volledig tevreden zijn. De veehouderijsectoren zullen sommige onderdelen anders willen, terwijl dierenwelzijnsorganisaties mogelijk meer ambitie verlangen. Mijn inzet is een evenwichtig pakket dat recht doet aan de zes principes van dierwaardigheid, maar ook haalbaar blijft voor ondernemers.’

Welke eisen gelden al op korte termijn?

‘Voor 2030 gaat het vooral om maatregelen zoals toegang tot voer en water, waarvoor geen grote verbouwing van de stal nodig is. Bij bestaande stallen hebben we meer tijd ingebouwd. Voor nieuwbouw kunnen bepaalde eisen eerder gelden, zodat een ondernemer die een nieuwe stal bouwt direct rekening kan houden met de toekomstige normen.’

Kunnen boeren erop vertrouwen dat zij niet opnieuw moeten verbouwen?

‘De bedoeling is juist dat ondernemers verschillende opgaven zoveel mogelijk in één investering kunnen combineren. De eisen voor dierwaardigheid zijn daarom parallel ontwikkeld met beleid voor stikstof en andere milieudoelen. Zo weet een boer in één keer waaraan hij op verschillende dossiers moet voldoen.’

‘De maatregelen zijn gericht op 2040. Voor onderdelen die pas in 2035 of 2040 gaan gelden, zijn evaluatiebepalingen opgenomen. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar het verdienvermogen en de stand van de techniek. Zo kan blijken dat een maatregel meer tijd nodig heeft. We kunnen niet beloven dat er na 2040 niets verandert, maar deze AMvB moet wel voor lange tijd richting en zekerheid bieden.’

Wie betaalt de investeringen in een dierwaardige veehouderij?

‘De verantwoordelijkheid mag niet alleen bij de primaire sector liggen. Ik wil afspraken maken met supermarkten, horeca en andere inkopers. Dierwaardig geproduceerde producten moeten beter in de markt worden gezet, zodat boeren een hogere standaard kunnen terugverdienen. Het gaat niet alleen om supermarkten, omdat een deel van de consumptie via andere foodservicebedrijven loopt.’

‘Daarnaast komt er binnen de bredere stikstofaanpak een pakket van 1,2 miljard euro voor instrumenten rond stalinvesteringen. Dierwaardigheid wordt daarin expliciet meegenomen. Het uitgangspunt is dat ondernemers hun stal niet voor ieder beleidsdoel afzonderlijk hoeven aan te passen.’

De keten staat meestal niet te springen om mee te doen. Waarom zouden ze dat nu wel doen?

‘Ik herken de zorg, maar wil niet meegaan in het beeld dat de keten niets doet. Er zijn al marktconcepten en keurmerken waarmee stappen worden gezet. Die aanpak willen we samen met de convenantspartijen verder uitbreiden. Supermarkten tonen bereidheid, maar vragen terecht dat ook horeca en andere grote afnemers deelnemen. Anders verplaatst de consumptie zich simpelweg naar kanalen waar de eisen niet gelden.’

‘Ook moeten consumenten beter kunnen herkennen hoe een Nederlands product is geproduceerd. Dat kan via keurmerken en informatiecampagnes. Als consumenten weten hoe Nederlandse producten zich onderscheiden, kunnen zij daar bewuster voor kiezen.’

Blijft er ruimte voor keurmerken en koplopers?

‘Zeker. De AMvB legt de wettelijke bodem vast, maar ondernemers en marktconcepten kunnen verder gaan. Er zijn al koplopers die meer doen dan straks wettelijk verplicht is. Zij moeten zich kunnen blijven onderscheiden en daarvoor worden beloond. Tegelijkertijd verhogen we de ondergrens voor bedrijven die achterblijven en waarvan het gedrag soms het beeld van de hele sector bepaalt.’

Voorkomt de AMvB dat dierenwelzijn en milieuregels elkaar tegenwerken?

‘Dat is een belangrijk aandachtspunt. Daarom is deze AMvB niet geïsoleerd opgesteld. Er is afgestemd met andere departementen, waaronder het ministerie dat verantwoordelijk is voor normen op het gebied van infrastructuur en waterstaat. Door de verschillende beleidstrajecten gelijktijdig te ontwikkelen, kunnen mogelijke knelpunten eerder worden gezien.’

‘De AMvB bevat geen onderdelen die botsen met andere lopende aanpakken. Door nu duidelijkheid te geven, voorkomen we dat een ondernemer eerst op één doel investeert en enkele jaren later ontdekt dat die investering niet past bij een andere opgave.’

Hoe voorkomt u dat Nederlandse boeren uit de markt worden geprijsd?

‘Nederland staat niet alleen. Ook Duitsland, Denemarken, Zweden en andere Noord-Europese landen zetten stappen op het gebied van dierenwelzijn. Ik wil met die lidstaten werken aan een gezamenlijke Europese inzet. Naarmate meer regels Europees worden vastgelegd, wordt het gelijke speelveld sterker.’

‘Dierwaardigheid kan bovendien een concurrentievoordeel worden als we zichtbaar maken wat Nederlandse boeren doen. Maar dan moeten consumenten en afnemers wel weten hoe de producten zijn geproduceerd. De oplossing is niet dat de Nederlandse productie verdwijnt en wordt vervangen door invoer uit landen met lagere standaarden.’

Kan de Tweede Kamer de AMvB nog veranderen?

‘De AMvB wordt voorgelegd aan de Eerste en Tweede Kamer. De Tweede Kamer kan een AMvB niet amenderen zoals een wetsvoorstel, maar kan wel moties aannemen. Ik verwacht een debat waarin zowel de ambitie als de haalbaarheid aan de orde komt. Daarna kunnen onderdelen nog worden aangepast.’

Handhaving ligt bij NVWA
De handhaving van de algemene maatregel van bestuur (AMvB) Dierwaardige veehouderij ligt bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Staatssecretaris Silvio Erkens van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur verwacht dat enkele maatregelen eenvoudig te controleren zijn. ‘Vooral de eisen die op korte termijn worden ingevoerd.’ Andere onderdelen zijn complexer, maar Erkens denkt dat de handhaving gaandeweg duidelijker en beter uitvoerbaar wordt. ‘Bij fouten door onwetendheid of doordat de overheid een eis onvoldoende duidelijk heeft geformuleerd, moet anders worden gehandeld dan bij bewuste overtredingen. Dat onderscheid vind ik belangrijk. Excessen vragen om een andere reactie dan een ondernemer die aantoonbaar probeert aan nieuwe regels te voldoen.’ De AMvB Dierwaardige veehouderij richt zich in eerste instantie op de vier grote veehouderijsectoren: varkens, runderen, kalveren en kippen. Later volgen geiten, konijnen, eenden en kalkoenen.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    21° / 11°
    20 %
  • Zondag
    20° / 13°
    85 %
  • Maandag
    22° / 12°
    5 %
Meer weer