Na jarenlang meten willen Zuid-Hollandse boeren nu erkenning

Na zeventien jaar praktijkervaring vinden de kringloopboeren in Midden-Delfland dat hun aanpak een plek verdient in het landelijke stikstofbeleid. Met een nieuw meerjarig rekenmodel brengen zij de resultaten van de deelnemende melkveehouders in beeld.

Werkbezoek in de stal van Gertjan Hooijmans (links).
© Bert Hartman

Het erf van melkveehouder en duovoorzitter van de kringloopboeren Gertjan Hooijmans in Schipluiden staat deze middag vol auto's. Afgevaardigden van provincie Zuid-Holland, gemeente Midden-Delfland, Hoogheemraadschap van Delfland en LTO Noord hebben zich verzameld in de keuken van de Nellyhoeve. Op de tafel staan broodjes ham en kaas klaar, met melk, karnemelk en appelsap. De belangstelling is groot.

Wat begon als een groep melkveehouders die via studiegroepen en kringloopcertificaten de bedrijfsvoering wilde verbeteren, is uitgegroeid tot een gebiedsaanpak waaraan vrijwel alle melkveehouders deelnemen. Door de jaren heen is een unieke hoeveelheid praktijkgegevens verzameld.

De timing van het werkbezoek is volgens de deelnemers cruciaal. Terwijl het kabinet werkt aan een nieuwe stikstofaanpak, hopen de melkveehouders dat hun manier van werken eindelijk wordt meegenomen in het beleid.

Jarenlang verzamelden zij gegevens over hun bedrijfsvoering, stuurden zij op lagere emissies en een betere kringloop. Die gegevens zijn samengebracht in een meerjarig model, waarmee de ontwikkeling van bedrijven en het gebied door de jaren heen inzichtelijk wordt gemaakt. Volgens de kringloopboeren het bewijs dat niet de voorgeschreven maatregel centraal moet staan, maar aantoonbaar resultaat van ondernemers.

Tijd voor volgende stap

Medevoorzitter Arnold van Adrichem vindt het tijd voor een volgende stap. 'De praktijk is inmiddels stukken verder dan het beleid. We doen dit nu voor het zeventiende jaar. We krijgen van iedereen applaus, maar het wordt tijd dat er eens dingen mee worden gedaan. Dat het certificaat wordt geborgd en dat wij voor al onze resultaten ook eens echt worden beloond, door onze aanpak daadwerkelijk te benutten bij de uitwerking van het nieuwe stikstofbeleid.’

Zeventien jaar later is de praktijk stukken verder dan het beleid

Arnold van Adrichem, medevoorzitter kringloopboeren Midden-Delfland

Die boodschap wordt inhoudelijk onderbouwd door Frank Verhoeven van Boerenverstand. Hij begeleidt de kringloopboeren al jarenlang en ziet hoe een lokale aanpak is uitgegroeid tot een voorbeeld voor andere gebieden.

Volgens Verhoeven ligt de kracht van Midden-Delfland niet alleen in de hoeveelheid verzamelde gegevens, maar vooral in de lange periode waarover deze beschikbaar zijn. Daardoor ontstaat een betrouwbaar beeld van de ontwikkeling van bedrijven en van het gebied als geheel. 'Als een boer met zijn eigen cijfers kan laten zien dat hij beter scoort, moeten we daar ook iets mee kunnen in de wet- en regelgeving. Dat was natuurlijk het hele idee van de KringloopWijzer.'

Volgens Verhoeven laten de resultaten zien dat de uitstoot van ammoniak en broeikasgassen is afgenomen. Tegelijkertijd is gewerkt aan een betere bodem, waterkwaliteit en biodiversiteit. ‘Ook de ontwikkeling van de natuur wordt gevolgd, waardoor zichtbaar wordt hoe de gebiedsaanpak bijdraagt aan natuurherstel.’ Juist die integrale aanpak onderscheidt Midden-Delfland van veel andere initiatieven, stelt Verhoeven. 'Als je aan de ene knop draait, wil dat niet zeggen dat de andere automatisch de goede kant op gaat.'

Belangrijk aandachtspunt

Een belangrijk aandachtspunt blijft volgens de begeleiders van het project de erkenning van managementmaatregelen. Slimmer voeren, meer weidegang en efficiënter omgaan met mineralen leveren aantoonbaar milieuwinst op, maar zijn in regelgeving vaak lastiger te waarderen dan technische innovaties. Juist daar ligt volgens de kringloopboeren nog een belangrijke opgave.

De deelnemers benadrukken dat verduurzaming niet alleen geld kost. Een efficiëntere bedrijfsvoering levert ook financieel voordeel op. Minder verlies van stikstof en mineralen betekent vaak ook lagere kosten. Als daar een beloning voor aantoonbare prestaties tegenover staat, ontstaat volgens hen een systeem waarin duurzaamheid en economisch rendement elkaar versterken.

Breed toepasbaar beleid

Tijdens de discussie komt de vraag aan bod hoe de ervaringen uit Midden-Delfland ook in andere gebieden kunnen worden benut. Volgens de aanwezigen is daarvoor samenwerking nodig tussen provincie, gemeenten, waterschappen en natuurorganisaties, zodat praktijkervaring kan uitgroeien tot breed toepasbaar beleid.

De kringloopboeren vragen niet om een nieuw project of een nieuwe pilot. Volgens hen is de pilotfase allang voorbij. Na zeventien jaar meten, verbeteren en samenwerken vinden zij dat het moment is aangebroken waarop de ervaringen uit Midden-Delfland niet langer alleen waardering verdienen, maar een vaste plaats krijgen in het stikstof- en natuurbeleid.


Sander van der Vaart, voorzitter LTO Noord-Zuid-Holland
Sander van der Vaart, voorzitter LTO Noord-Zuid-Holland © Bert Hartman

‘Ondernemers hebben vooral perspectief nodig’

De kringloopboeren in Midden-Delfland laten volgens voorzitter Sander van der Vaart van LTO Noord Zuid-Holland zien dat verduurzaming en een gezonde bedrijfsvoering prima samengaan. Nu de resultaten na zeventien jaar praktijkervaring op tafel liggen, is het volgens hem tijd voor een volgende stap.

De melkveehouders hebben bewezen dat doelsturing werkt, stelt Van der Vaart. ‘Boeren willen best stappen zetten. Dat zie je hier al jaren. Maar ze moeten wel weten waarvoor ze het doen.’

Alleen regels opleggen is volgens Van der Vaart niet genoeg. ‘Ondernemers moeten erop kunnen vertrouwen dat hun inspanningen uiteindelijk ook worden erkend en beloond.’

Meer dan compliment

Die erkenning gaat verder dan een compliment. De resultaten die de kringloopboeren hebben behaald, moeten ook worden geborgd in beleid, vindt Van der Vaart. ‘Als de overheid erkent dat deze aanpak werkt, moeten ondernemers daarop kunnen bouwen. Anders blijft het bij een mooi verhaal, terwijl de praktijk allang heeft bewezen dat het kan.’

Veel melkveehouders in Zuid-Holland staan voor dezelfde opgaven, benadrukt Van der Vaart. ‘Je hoeft niet overal opnieuw het wiel uit te vinden. Gebruik de kennis en resultaten die hier zijn opgebouwd. Dan kunnen ook andere ondernemers daarmee aan de slag en er hun voordeel mee doen.’

De provinciaal voorzitter van LTO Noord ziet borging bovendien als een belangrijke stap richting vergunningverlening. ‘Aantoonbare prestaties zouden zwaarder moeten meewegen. Als een ondernemer kan laten zien dat hij de doelen haalt, moet dat ook gevolgen hebben voor de ruimte die hij krijgt om zijn bedrijf voort te zetten en verder te ontwikkelen.’

De belangstelling voor het werkbezoek ziet Van der Vaart als een positief signaal. ‘De kringloopboeren hebben laten zien dat hun aanpak werkt. Nu is het tijd om die ervaring niet alleen te waarderen, maar ook echt te verankeren in beleid. Dat geeft ondernemers perspectief en zorgt ervoor dat investeren in duurzaamheid zich terugbetaalt.’


Wendy Renzen, wethouder (VVD) Midden-Delfland
Wendy Renzen, wethouder (VVD) Midden-Delfland © Bert Hartman

‘Zonder boeren verdwijnt bijzonder open landschap’

Midden-Delfland wordt vaak omschreven als de groene long tussen Rotterdam, Delft en Den Haag. Volgens wethouder Wendy Renzen (VVD) is dat geen vanzelfsprekendheid. Het karakteristieke veenweidelandschap blijft alleen behouden als de melkveehouderij toekomst houdt.

Volgens Renzen is dat precies de gedachte achter het programma Duurzaam Boer Blijven van LTO Noord en de gemeente. ‘We willen niet alleen werken aan natuur, waterkwaliteit en een lagere uitstoot. We willen ook dat agrariërs hier over twintig of dertig jaar nog steeds een gezond bedrijf kunnen voeren. Die twee horen onlosmakelijk bij elkaar.’

Juist daarom noemt Renzen de resultaten van de kringloopboeren zo belangrijk. ‘Ze laten zien dat verduurzaming en een economisch gezond bedrijf prima samengaan. Die ontwikkeling steunen we als gemeente graag.’

Renzen benadrukt dat Midden-Delfland een unieke positie inneemt. ‘De druk op de ruimte is groot. Generaties boeren hebben het open landschap onderhouden. Als je wilt dat Midden-Delfland groen blijft, moet je ervoor zorgen dat boeren hier een toekomst hebben.’

Dat vraagt volgens Renzen om duidelijke keuzes. ‘We moeten zorgvuldig omgaan met dit gebied. Er mag niet steeds een stukje van worden afgesnoept. Als we de kwaliteit van het landschap willen behouden, moeten we investeren in de mensen die het beheren.’

Belangrijk signaal

Het werkbezoek van BBB-gedeputeerde Aad Straathof noemt Renzen een belangrijk signaal. ‘Het is goed dat bestuurders met eigen ogen zien wat hier gebeurt. Achter de cijfers zitten ondernemers die al jarenlang investeren in een duurzamere manier van werken. Die praktijkervaring moeten we benutten.’

De wethouder hoopt dat de resultaten van de kringloopboeren bijdragen aan die volgende stap. ‘Voor de bedrijven zelf, maar vooral ook voor iedereen die het open landschap een warm hart toedraagt. Want zonder boeren verdwijnt ook het landschap dat Midden-Delfland zo bijzonder maakt.’


Aad Straathof, landbouwgedeputeerde (BBB) in Zuid-Holland
Aad Straathof, landbouwgedeputeerde (BBB) in Zuid-Holland © Bert Hartman

‘Klap de werkwijze om en begin bij de praktijk’

Zuid-Holland telt zeventien gebieden waarvoor plannen zijn gemaakt voor de toekomst van het landelijk gebied. De eerste inventarisatie leverde volgens BBB-gedeputeerde Aad Straathof een wisselend beeld op. Veel plannen bleven voor het stikstofvraagstuk te algemeen, met weinig concrete voorstellen van boeren zelf. Midden-Delfland springt daaruit, omdat hier gebiedsbreed wordt gewerkt aan meetbare resultaten.

Straathof steekt daarbij ook de hand in eigen boezem. ‘Boeren beschreven gemiddeld niet zoveel concrete zaken in die plannen, terwijl wij dat wel hadden moeten vragen. Daar is de provincie niet echt in uitgeblonken.’

Het voorstel van de gedeputeerde is helder: ‘Klap deze werkmethode om. Boeren moeten binnen een veilige en betrouwbare werkwijze worden uitgedaagd om zelf bij te dragen aan de doelen. Midden-Delfland kan daarbij als voorbeeld dienen, omdat hier al jarenlang gegevens worden verzameld en de deelname vrijwel gebiedsdekkend is.’

Daarvoor moet het vertrouwen in boeren terugkeren. ‘Anders gaat niemand iets doen en lukt het sowieso niet. Dan komen er rechtszaken en wordt het heel zwaar.’ Straathof vindt dat vooral de brede middengroep perspectief moet krijgen: niet steeds de dreiging van nieuwe maatregelen, maar de boodschap dat aantoonbare vooruitgang werkelijk meetelt.

Dat vraagt om borging van voer- en andere managementmaatregelen. Juist daarin ziet hij een kans richting het Rijk. ‘De provincie moet helpen aantonen dat zulke maatregelen betrouwbaar kunnen worden gemonitord.’

Kritisch op uitvoerbaarheid

Straathof is kritisch op de uitvoerbaarheid van de landelijke plannen. Volgens hem gaat het Rijk er te gemakkelijk van uit dat provincies de uitvoering wel oppakken, zonder voldoende capaciteit en middelen.

Ook moeten landbouw, natuur en vergunningverlening eerder samen optrekken. Nieuwe werkwijzen mogen niet eerst worden gestimuleerd en later door een andere provinciale dienst worden afgewezen, stelt Straathof.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zondag
    29° / 15°
    5 %
  • Maandag
    26° / 17°
    10 %
  • Dinsdag
    24° / 12°
    0 %
Meer weer