Precisiebemesting in aardappelen houdt stikstofresidu laag

Stikstofresidumetingen op aardappelpercelen laten zien dat precies bemesten loont. Wie stuurt op actuele bodem- en gewasdata, blijft volgens onderzoek van Agrifirm op 93 aardappelpercelen vaker binnen de drempelwaarde voor nitraatuitspoeling.

Agrifirms aanpak BalansBemesting Aardappel laat bij vier op vijf aardappelpercelen gunstige resultaten zien in minerale stikstofresidumetingen in het najaar van 2025.
© Job Hiddink

Afgelopen najaar zijn op de betreffende aardappelpercelen voor het eerst gestandaardiseerde metingen uitgevoerd naar het minerale stikstofresidu (N-min). Volgens Agrifirm geven deze metingen een duidelijk beeld van de effectiviteit van gerichte bemesting.

De aardappelen zijn geteeld volgens het concept BalansBemesting Aardappel, waarbij akkerbouwers in de eerste tien weken van het groeiseizoen bijbemestingsadviezen krijgen. Hierdoor is het mogelijk op perceelsniveau de bijbemesting te bepalen. Daarbij wordt rekening gehouden met het ras, het teeltdoel en de pootdatum.


83 procent voldoet

De resultaten in het rapport van Agrifirm laten zien dat het merendeel van de percelen goed scoort. In totaal voldeed 83 procent van de onderzochte percelen aan de voorlopige drempelwaarden voor N-minresidu. Het gemiddelde residu noteerde 74,2 kilo stikstof per hectare met een spreiding van 32,1 tot 158,4 kilo stikstof per hectare. Dit betekent dat de meeste percelen ruim binnen de acceptabele bandbreedte zaten.



De resultaten op kleigrond zijn het meest overtuigend. Hier lag het gemiddelde N-minresidu op 80,3 kilo stikstof per hectare. Daarbij voldeed 96 procent van de percelen aan de norm van 125 kilo stikstof per hectare. Deze resultaten wijzen op een effectieve stikstofbenutting en een laag risico op uitspoeling.



Voor wat betreft de zandgronden ligt de situatie complexer. Ondanks dat het gemiddelde residu op deze gronden met 65,7 kilo stikstof per hectare lager was, voldeed 64 procent van de percelen aan de drempelwaarden. Opvallend is dat de cijfers sterk variëren per grondwatertrap: van 62,5 tot 71,4 procent, waarbij percelen met de strengste norm (grondwatertrap VIII) niet voldeden. Dit onderstreept dat het risico op uitspoeling op zandgronden groter is en sterk afhankelijk is van lokale omstandigheden.



Daarnaast valt op dat voor wat betreft de verdeling over de bodemlagen een substantieel deel van de stikstof zich ook in diepere lagen bevindt. In de laag 0-30 centimeter werd ongeveer 16 tot 20 kilo stikstof per hectare gemeten, terwijl in de lagen daaronder, 30-60 centimeter en 60 tot 90 centimeter, vergelijkbare of hogere waarden voorkomen.


Verbetermogelijkheden

Verder laten de metingen zien dat er verbetermogelijkheden zijn. Een deel van de overschrijdingen blijkt samen te hangen met hoge N-minstartwaarden aan het begin van het seizoen. Dit geldt vooral voor zandgrond.


Het suggereert dat niet alleen de bemesting tijdens het groeiseizoen, maar ook de beginsituatie van de bodem bepalend is voor het uiteindelijke residu. De verwachting is dat verdere optimalisatie en meerjarige toepassing van het concept BalansBemesting Aardappel leiden tot nog lagere residuen en een grotere naleving van toekomstige normen binnen het mestbeleid. De N-minresidumetingen zijn dan ook het uitgangspunt in het concept van het achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    18° / 5°
    30 %
  • Zondag
    14° / 4°
    20 %
  • Maandag
    14° / 5°
    20 %
Meer weer