Bewaarkwaliteit nog te vaak een verrassing

Teeltadviseur Christoffel den Herder van Ceres Horti Advice vindt dat peentelers zich bewuster moeten zijn van het aantal groeidagen dat hun gewas nodig heeft. Peen te lang op het land laten staan, geeft meer kans op een overrijp product dat niet optimaal te bewaren is.

Rooibeschadigingen voorkomen, maakt peen minder gevoelig voor zwarte vlekken in de bewaring.
© Koos v.d. Spek

'Bewaarpeen die je op 15 oktober wilt oogsten, moet je niet al op 15 mei zaaien', is de boodschap van Den Herder. 'Ik pleit ervoor om peen voor de langere bewaring pas eind mei of begin juni te zaaien. Telers die toch vroeg willen zaaien, moeten dan al in september rooien als het op groeidagen aankomt. Dat kan wel, maar zeker bij hoge oogsttemperaturen is dan voldoende capaciteit nodig om de peen na inslag terug te kunnen koelen.'

Den Herder gaf tijdens de Themadag Peen van Landbouwbeurs Noord- en Centraal-Nederland (LNCN) een presentatie over 'kwaliteit voor kwantiteit'. Dat blijft volgens de adviseur een dilemma. 'De kwaliteit van peen is nog te vaak een verrassing. Naast de afrijping heeft dat te maken met klimaatverandering, intensievere teeltrotaties en hogere ziektedruk.'

Om de oorzaken van de problemen te schetsen, kijkt Den Herder terug op het teeltseizoen 2025. Dat startte voortvarend, met een overwegend goede bodemstructuur en voldoende vocht voor een mooie opkomst. 'Maar in juni liep de temperatuur enkele dagen zo hoog op dat soms nog relatief grote peenplanten zijn weggevallen door hittestress. Dat leidde tot een dunne stand met gemiddeld veertig tot zestig planten per strekkende meter, terwijl honderd planten optimaal is.'

Peen van humusrijke gronden is gevoeliger voor zwarte vlekken

Christoffel den Herder, teeltadviseur bij Ceres Horti Advice

Den Herder omschrijft het groeiseizoen in Zuid-Nederland als droog. In noordelijke teeltgebieden zijn in de zomer regionaal soms zware regenbuien gevallen. Het aantal zonuren was hoog, met 2.100 tegen gemiddeld 1.800. Dat duidt op een snelle gewasgroei. In het najaar zorgden nattigheid en hoge temperaturen ervoor dat veel percelen aan de late kant zijn geoogst.

'Juist laat in het seizoen liep de ziektedruk van afrijpingsziekten als alternaria en sclerotinia op. Dat resulteerde op het veld in een matige kwaliteit en nu in de bewaring komen we regelmatig rotte koppen tegen. Veel bewaarloodsen zitten vol met een instabiel product dat niet superbetrouwbaar is. Daarmee is het een uitdagend bewaarseizoen', legt Den Herder uit.

Als onderbouwing voor zijn pleidooi om later te zaaien en het aantal groeidagen meer als richtlijn te gebruiken voor de teeltplanning, komt Den Herder met een rekenvoorbeeld voor Nerac. 'Stel, dit ras heeft 130 groeidagen en de teler wil na de oogst zijn peen maximaal zes maanden bewaren. Dan praat je over een periode van driehonderd dagen vanaf het moment van zaaien.'


• Bekijk ook deze video die is opgenomen tijdens de Themadag Peen: Peenras Crispycut wint De Lekkerste Peen Verkiezing 2026

Als dan op 15 mei wordt gezaaid, heeft die partij een potentiële houdbaarheid tot 15 maart, vervolgt de adviseur. 'Dat maakt de teler minder flexibel in zijn afzet. Ook daarvoor is laat zaaien gunstiger.' Maar later zaaien is een extra uitdaging in een extremer klimaat, dus de veldomstandigheden moeten dan perfect zijn, stelt Den Herder.

Het streven is een uniforme stand van het gewas met zo'n honderd planten per strekkende meter, vertelt Den Heder. Daarop is het aantal groeidagen gebaseerd. 'De jeugdfase is kwetsbaar, dat moet niet te lang duren. Mochten er onverhoopt minder planten op een meter staan, bijvoorbeeld zeventig of tachtig, dan moet je rekening houden met een snellere afrijping.'

In demo's blijkt volgens Den Herder vaak het belang van een goed zaaibed. Geprimed zaad ziet hij inmiddels als standaard voor ondersteuning van de opkomst. Na zware regenbuien in de periode kort na inzaai is op slempgevoelige gronden het breken van de korst een belangrijke maatregel om wegval van planten te beperken.


Wortelluis

Als uitdagingen in de peenteelt die invloed hebben op de bewaarkwaliteit, benoemt Den Herder de wollige wortelluis en zwarte vlekken. Voor wortelluis geldt, net als voor meeldauw, dat de druk hoger is in een droog seizoen. 'Peentelers kunnen weinig doen om deze te bestrijden. Wel is het belangrijk om altijd de vochtvoorziening van het perceel op orde te houden; meestal blijft de schade dan beperkt.'

Zwarte vlekken is een verzamelnaam voor de symptomen in de bewaring van een aantal pathogene schimmels, zoals Acrothecium carotae en twee alternariasoorten. Den Herder stelt dat er meerdere factoren zijn waarop peentelers zelf en direct invloed kunnen uitoefenen om de kans op infecties te beperken.


Invalspoorten voor schimmels

Hij verwijst nogmaals naar de groeiduur, maar ook naar het tegengaan van mechanische schade en de aanwezigheid van schermbloemigen rondom percelen. 'Ook voor zwarte vlekken geldt dat een overrijp gewas gevoeliger is. Verder zien we door overmatig reinigen tijdens de oogst veel beschadigingen aan de huid van de peen. Dat zijn invalspoorten voor de schimmels die zwarte vlekken veroorzaken', aldus Den Herder. 'Schermbloemigen zijn waardplanten voor deze schimmels en het is beter om die te mijden in akkerranden.'

Klimaatverandering en het beperkte middelenpakket vergen volgens Den Herder meer aandacht voor de bewaarkwaliteit van peen. Dat begint wat hem betreft met de keuze voor sterke rassen, met vooral focus op de kwaliteit.

Verder benadrukt hij de meerwaarde van wat later zaaien, de perceelkeuze en bemesting. 'Het is bekend dat peen van humusrijke gronden gevoeliger is voor zwarte vlekken. Ook is het beter om zuinig te zijn met stikstof en vooral scherp te zijn op de kalibemesting. Peen is nu eenmaal een echte kalivreter.'



Flexibele wortels vanwege een aantasting door stolbur.
Flexibele wortels vanwege een aantasting door stolbur. © Witczak et al.

Stolbur en SBR vormen ook een bedreiging voor peen

Stolbur en 'syndrome basses richesses' (SBR) spelen niet alleen in de teelt van aardappelen en suikerbieten, maar ook in die van peen. Productmanager Mark Ermers van Cebeco Agro waarschuwt dat het om een bouwplanbreed probleem gaat. 'Vanuit Duitsland komen aantastingen met 30 kilometer per jaar dichterbij. In 2025 is op twee locaties in Flevoland en op vijf locaties in Limburg positief bemonsterd op SBR. Stolbur is gelukkig nog niet gevonden.'

Een fytoplasma is de veroorzaker van stolbur, ofwel 'rubbery taproot disease' (RTD). De symptomen in peen zijn roodverkleurd loof en wortels die volledig flexibel zijn. SBR staat voor het laagsuikersyndroom in suikerbieten. In peen zijn de symptomen vaatbundelverkleuring en vervroegd afsterven van loof. De veroorzaker is een proteobacterie.


Cicaden

Beide ziekten hebben veel waardplanten en met name de rietglasvleugelcicade is verantwoordelijk voor verspreiding in het gewas. Dit insect is nauwelijks te bestrijden en overwintert onder meer op tarwestoppels. 'Vroeg oogsten, direct ploegen en wintergranen mijden in het bouwplan zijn de effectiefste maatregelen', meldt Ermers.

Om dergelijke ziekten beheersbaar te houden, is een onderzoeksprogramma gestart waarin akkerbouworganisaties samenwerken. Zelf is Ermers lid van de werkgroep SBR/RTD. 'Het is goed om dit potentiële probleem in een vroeg stadium sectorbreed op te pakken. Als werkgroep kijken we bijvoorbeeld of het binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid mogelijk is om bij infectiegevaar vrijstelling te krijgen voor de teelt van rustgewassen.'

Bekijk meer over:

Lees ook

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Woensdag
    12° / 1°
    10 %
  • Donderdag
    12° / 2°
    50 %
  • Vrijdag
    11° / 3°
    20 %
Meer weer