Water wordt geleidelijk schoner, de landbouwsector helpt mee

Over ruim anderhalf jaar moet de waterkwaliteit voldoen aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). Dat gaat Nederland bij lange na niet halen. Niettemin werkt de landbouwsector onverminderd aan de waterkwaliteit. Er is vooruitgang, maar nieuwe uitdagingen zijn er ook.

Een Friese akkerbouwer spuit zijn trekker schoon op een wasplaats.
© Niels de Vries

'De KRW houdt ons erg bezig, het is een lastig dossier', weet Sjoerd van der Meulen van LTO Noord. Nederland gaat de gestelde doelen niet halen, dat is voor iedereen duidelijk. Maar het staat er minder slecht voor dan het beeld dat de samenleving krijgt voorgespiegeld, stelt de projectleider.

'99 procent van de waterlichamen is rood op de landelijke kaart. Maar als je alleen naar de nutriëntendoelen van de KRW kijkt, voldoet 60 procent van de waterlichamen aan de norm van stikstof of fosfor', licht Van der Meulen toe.

Belangrijk is het onderscheid tussen chemische en ecologische doelen, die samen het beoordelingskader voor de waterkwaliteit vormen. De chemische doelen betreffen onder meer zware metalen en gewasbeschermingsmiddelen. 'Op dit punt zijn de doelen technisch vrijwel niet haalbaar door oude vervuiling en stoffen die nauwelijks afbreken', aldus Van der Meulen.

De doelen zijn technisch vrijwel niet haalbaar vanwege oude vervuiling

Sjoerd van der Meulen, projectleider LTO Noord

Anders ligt het bij de ecologische doelen, waar voor de landbouw de belangrijkste opdracht ligt. Deze categorie is weer onderverdeeld in biologische en fysisch-chemische indicatoren. Bij die laatste horen fosfor, stikstof en chloride. Van der Meulen: 'Het is onze opgave zo efficiënt mogelijk om te gaan met nutriënten. Voedingsstoffen en meststoffen moeten in de koe, het graan en de aardappelen terechtkomen. Afspoeling en emissies moeten we zoveel mogelijk voorkomen.'

Overal wordt wel vooruitgang geboekt. Een rondje langs wat (noordelijke) waterschappen wijst uit dat zij een eind op weg zijn om in 2027 een ruime meerderheid van de KRW-waterlichamen aan de ecologische kwaliteitsnormen te laten voldoen.

Al jaren wordt gewerkt aan de verbetering van de waterkwaliteit, zoals binnen de vele regionale projecten van Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW). Daarin zijn boeren, LTO Nederland, waterschappen en provincies partners. Vaak richten de projecten zich op vermindering van erf- of perceelafspoeling en gaan de inspanningen hand in hand met een verbetering van de bodemkwaliteit.


Strenger beleid

De DAW-projecten in de noordelijke provincies zijn populair; voor sommige subsidies geldt momenteel een wachtlijst. Veel ondernemers sorteren met de bovenwettelijke investeringen voor op toekomstig strenger beleid. Door de subsidie is dat nu aantrekkelijk voor hen, constateert de projectleiding.

Nieuw is het project om afspoeling in de akkerbouw van de noordelijke kleischil in Friesland te verminderen. In dit gebied zijn de reliëfverschillen binnen percelen vrij groot en het risico op afspoeling dus ook. Vorig jaar ging er een proef met meetpunten en een dubbele greppel aan vooraf.

'We hebben in de proefpolder bij Pingjum met debietmeters gemeten hoeveel water afspoelt bij neerslag en welke gewasbeschermingsmiddelen in het water zitten. We weten nu hoezeer afspoeling het watersysteem belast bij zware buien', zegt adviseur Niek Vedelaar van Delphy, betrokken als uitvoerder.

Met een dubbele greppel als overloop is getest in hoeverre dit afspoeling afvangt. Het resultaat was veelbelovend. Binnen het project, waarin vijf studiegroepen worden gevormd, is deze 'cascadegreppel' een van de maatregelen om emissies te beperken.


Begroeide kopakkers

Daarnaast wordt ingezet op begroeide kopakkers en de putjesrol. Kopakkers zijn vaak onbegroeid, maar als hier een gewas op wordt geteeld, vergroot dit de infiltratiecapaciteit van de bodem, legt Vedelaar uit. Ook houdt het gewas vocht langer vast. 'Met de putjesrol kun je aan het begin van het groeiseizoen putjes trekken in het perceel, waarin bij regenval het water kan blijven staan. Vooral stapeling van maatregelen kan bijdragen aan schoner water', zegt de Delphy-adviseur.

Het verlies van derogatie kan indirect ook effect hebben op de waterkwaliteit. 'Voor melkveehouders wordt het lastiger hun mestplaatje rond te krijgen, waardoor ze vee afstoten en grasland verpachten aan akkerbouwers. Die telen meer plantaardige gewassen, met meer risico op uitspoeling van middelen en meststoffen dan op grasland', licht Van der Meulen toe.


Doelsturing

Anderzijds wordt gehint op doelsturing, waarmee boeren meer worden beloond voor inspanningen die goed zijn voor de waterkwaliteit, geeft Van der Meulen aan. 'In Friesland willen we ervaring opdoen binnen het project Duurzaam bodembeheer Fryslân. De inzet is een hogere nutriëntenefficiëntie.'

Wat is de consequentie van het niet halen van alle KRW-normen in 2027? 'Dan gaat Brussel waarschijnlijk inbreken in het Nederlandse beleid en extra eisen stellen', voorziet de beleidsmedewerker.



Harry Geling, akkerbouwer in Borgercompagnie (GR)
Harry Geling, akkerbouwer in Borgercompagnie (GR) © Huisman Media

'Als ik niet hoef te spuiten, zit ik op de eerste rij'


Akkerbouwer Harry Geling in het Groningse Borgercompagnie investeerde vorig jaar in een rotorwieder. Daarmee wil hij het mechanisch wieden in de praktijk brengen, om zo minder te hoeven spuiten met herbiciden. 'Als ik niet hoef te spuiten, zit ik op de eerste rij. We moeten zo duurzaam mogelijk proberen te werken', motiveert hij zijn keuze.

Mechanische onkruidbestrijding staat op de Bestuurlijk Overleg Open Teelt en Veehouderij (BOOT)-lijst, behorend bij de DAW-projecten. Geling maakte gebruik van de subsidieregeling in het project 'Verminderen perceel- en erfemissie Groningen' in het beheergebied van waterschap Hunze en Aa's.

De rotorwieder is geschikt voor de Veenkoloniale dalgrond waar Geling zijn gewassen verbouwt. 'Deze grond gaat snel stuiven, vooral in het voorjaar als de akkers nog kaal zijn. Dus je moet voorzichtig zijn met beroering. De rotorwieder gaat heel ondiep en laat een kluitje achter. Dat voorkomt verstuiving.' Tot nu toe gebruikt de akkerbouwer de rotorwieder vooral in de cichorei, een teelt waarin weinig middelen zijn toegelaten.

Het luistert nauw, benadrukt Geling. 'Je kunt in het perceel pas terecht als het cichoreiplantje sterk genoeg is, vanaf het vierde bladstadium. Anders sla je het eruit. Als het blad te groot wordt, kan het niet meer.' Dat betekent dat hij de machine vooral in het begin van het seizoen inzet, van mei tot half juni. Hij kijkt nu uit naar een volgende stap: de aanleg van een vul- en spoelplaats. 'Dankzij de subsidie komt het wat sneller binnen je bereik.'


Populaire maatregelen

Alleen een spuit- en wasplaats in combinatie met een fytobak als filter voor het spoelwater komt in aanmerking voor subsidie. Andere populaire maatregelen om emissies te verlagen zijn aangepaste doppen op spuitmachines om drift te voorkomen, precisiebemesting en erfaanpassingen tegen de afspoeling van percolaat. Het DAW-project heeft inmiddels een wachtlijst. Op elke maatregel binnen het project is 40 procent subsidie verkrijgbaar, met een maximum van 10.000 euro.



Gerrit de Boer, melkveehouder in Britsum (FR)
Gerrit de Boer, melkveehouder in Britsum (FR) © Marcel van Kammen

'Goede boerenpraktijk, dat is de kapstok voor alles'


Het DAW-project 'Optimale nutriëntenbenutting Fryslân' draait om efficiënter gebruik van nutriënten, zoals stikstof en fosfor in de melkveehouderij. Het is de opvolger van het project 'Vruchtbare Kringloop' en telt 23 studiegroepen met elk circa tien deelnemers.

Onder begeleiding van een externe adviseur vergelijken de deelnemers hun resultaten uit de KringloopWijzer en zoeken ze naar de juiste aanpak in mest en bemesting, bodem en bodemverbetering, grasland- en ruwvoerbeheer. Zo leren ze met en van elkaar om nutriënten slimmer en beter te benutten, zodat minder uitspoeling naar het water plaatsvindt.

Het draait om de wisselwerking tussen bodem, mest en gewas. Centraal staat het verbeteren van het verdienvermogen door via goede boerenpraktijk de aanvoer te verminderen. Dit komt ook de waterkwaliteit ten goede.


Experimenten

Tijdens de studiegroepbijeenkomsten komen uiteenlopende onderwerpen aan bod. Per studiegroep kan ook een kleinschalig experiment worden uitgevoerd bij een van de boeren. Dit biedt ruimte om in de praktijk te experimenteren met verschillende technieken, zoals alternatieve bemestingsvormen, toedieningsmethoden, groenbemesters, bodembeheer en mechanisatie.

'Goede boerenpraktijk, dat is de kapstok voor alles in dit project', zegt deelnemer Gerrit de Boer uit Britsum. Dat betekent onder meer zo nauwkeurig mogelijk bemesten, op het juiste moment en bij de juiste bodemconditie.


Belang van gezonde bodem

De Boer benadrukt het belang van een gezonde bodem. Grote investeringen doet hij in dit verband niet, maar wel heeft hij geëxperimenteerd met een specifiek soort kalk. 'Veel boeren zijn gericht op het rantsoen, maar je voert geen gras, je voert een bodem.'

Met een gezonde bodem krijg je kwalitatief voer en dan is de mest ook gezonder, stelt de melkveehouder. 'Zo krijg je een goed functionerende kringloop op je bedrijf, waarbij je minder hoeft aan te voeren van buitenaf. Dat voorkomt verliezen van nutriënten en uitspoeling, wat ook goed is voor de waterkwaliteit.'



Het gps-systeem van melkveehouder Erik Rottink in Noord-Sleen (DR)
Het gps-systeem van melkveehouder Erik Rottink in Noord-Sleen (DR) © Erik Rottink

'Bemest waar het nodig is en minder waar het kan'


In het beheergebied van waterschap Vechtstromen loopt het DAW-project 'Verminderen perceel- en erfemissie Zuidoost-Drenthe'. Voor de maatregelen is genoeg animo, zozeer zelfs dat hier een wachtlijst geldt.

'Boeren zetten zich op eigen kosten in voor de waterkwaliteit, want het zijn bovenwettelijke maatregelen. Maar omdat deze waarschijnlijk op den duur verplicht worden, investeren ze met een vooruitziende blik', zegt projectleider Rosalie van 't Hof van LTO Noord.

Een voorbeeld is het gesloten vulsysteem voor de veldspuit, dat per 2027 verplicht wordt. 'Bij dit systeem wordt een gesealde verpakking bevestigd op de veldspuit. Dat minimaliseert de kans op morsen en geeft een directe afmeting van de dosering.'


Gps-gestuurde kunstmeststrooier

Melkveehouder Erik Rottink in Noord-Sleen investeerde afgelopen zomer in een gps-gestuurde kunstmeststrooier met weeginrichting. Hij deed hier ervaring mee op via een project over precisielandbouw, in samenwerking met de Werktuigenvereniging Emmen en Aeres Hogeschool Dronten.

'Tijdens het uitrijden van de dierlijke mest bleek dat er op perceelsniveau veel variatie in nutriënten zat. Om dit egaal te krijgen, is plaatsspecifiek bijgestuurd met kunstmest. Toen kwam de DAW-subsidieregeling in beeld', vertelt Rottink.


Onder vergrootglas

'Een deel van onze grond valt in een grondwaterbeschermingsgebied, dus we liggen onder een vergrootglas. Omdat ook de wettelijke bemestingsnormen krapper zijn geworden, moet je de beschikbare mest, zowel dierlijke als kunstmest, zo goed mogelijk verdelen', legt de ondernemer uit.

De nieuwe strooier sluit en opent automatisch en kan zich zo aanpassen aan plekken waar meer of minder kunstmest nodig is. 'Ook kunnen we nu via taakkaarten bemesten, waardoor we op de hogere droogtegevoelige plekken binnen een perceel meer dierlijke mest toedienen en minder kunstmest', aldus Rottink. 'Kortom, bemesting waar het nodig is en minder waar het kan.'

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    9° / 4°
    40 %
  • Zondag
    12° / 0°
    20 %
  • Maandag
    10° / 4°
    60 %
Meer weer