Tienjarige database VK-Oost bewijst: planmatig en secuur werken loont

Melkveehouders die nauwkeuriger bemesten en efficiënter omgaan met eiwit halen meer uit de bodem en produceren met minder verliezen. Dit blijkt uit een rapport van de vereniging Vruchtbare Kringloop Oost (VK-Oost). Het lerend netwerk beschikt over een tienjarige database met KringloopWijzer-gegevens en gewas- en bodemuitslagen van zo'n tweehonderd melkveehouders.

Vier VK-Oost-leden betreden het podium. Deze leden hebben uiteenlopende bedrijfsvoeringen en scoren meerjarig bovengemiddeld goed op de thema’s ammoniakemissie, broeikasgassen of stikstofbodemoverschot.
© Anouk Hemmink

VK-Oost heeft in het uitgebreide rapport op de thema's ammoniak, broeikasgassen en stikstofbodemoverschot uitgewerkt welke resultaten zijn behaald en welke inzichten dit geeft. Donderdagavond werden tijdens de inspiratiebijeenkomst van de vereniging in het Gelderse Borculo vier leden-melkveehouders met langjarige bovengemiddelde resultaten door VK-Oost eruit gelicht. De melkveehouders gaven daarbij een toelichting op hoe ze deze resultaten hebben weten te bereiken.

Het rapport 'De oogst van 10 jaar praktijkdata' bestaat uit data van een vaste groep van 200 VK-Oostleden in de periode 2017-2024. De onderzochte bedrijven groeiden in die periode duidelijk. Gemiddeld kwam er 8 hectare grond bij (vooral grasland) en steeg de melkproductie tot circa 1,2 miljoen kilo per bedrijf. Toch zijn de bedrijven gemiddeld iets extensiever geworden door een lagere melkproductie per hectare en een lagere veebezetting. Momenteel past 80 procent van de bedrijven weidegang toe.

Het melkveebedrijf van Mark Ormel in De Heurne is een van de vier bedrijven die ten sprake kwam. Zijn bedrijf heeft met 48 kilo per hectare een lagere ammoniakemissie dan gemiddeld. Daarmee zit Ormel iets onder het gemiddelde van zijn collega-boeren, al laten ook de algehele tienjarige cijfers een licht dalende trend zien: van circa 57 kilo in 2017 naar 52 kilo per hectare in 2024.

We moeten onze eigen 'license to produce' verdienen

Mark Ormel, melkveehouder in De Heurne (GD)

Ormel bereikt deze lage score door zijn Jersey-koeien veel uren te weiden in combinatie met een rantsoen met een laag ruw eiwitaandeel. 'We moeten onze eigen 'license to produce' verdienen. Dat wordt de komende tien jaar nog belangrijker dan het de afgelopen tien jaar al was.' Zelf staat de Achterhoeker overigens vrij nuchter in zijn resultaten: 'Ik ben geen hele goede boer, maar ik heb wel hele goede koeien', grapt hij.


Ammoniaklessen

In het rapport meldt VK-Oost een aantal 'ammoniaklessen' die aansluiten op Ormels' bedrijfsvoering: extensievere bedrijven hebben gemiddeld een lagere ammoniakemissie per hectare, het verlagen van het ruw eiwitgehalte in het rantsoen is de snelste en voordeligste route naar minder emissie en ook weidegang verlaagt de ammoniakemissie. Daarnaast beveelt de vereniging aan de eiwitaanvoer met krachtvoer te verlagen en een gedeelte van het eiwit te vervangen door energie.

Met 780 gram CO2-equivalent per kilo meetmelk is Boudewijn Krabben uit Harreveld de 'CO2-kampioen' van VK-Oost. Hoe beperk je de broeikasgasemissie? 'Door alles op tijd te doen en scherp te zijn op meerdere facetten. Zo zetten we in op kwalitatief goed ruwvoer en een goede voeropname', verklaart de veehouder.

'Dat begint met mollen vangen in de winter, in het voorjaar op tijd kunstmest strooien en consequent iedere 4 weken maaien. Wees scherp, een stap extra loont altijd', geeft hij mee aan de 250 aanwezigen in de zaal. Binnen de VK-Oostbedrijven vertoont de carbon footprint ook een duidelijk dalende lijn.


Verschillen in voerefficiëntie

De belangrijkste verklarende factor voor verschillen tussen bedrijven zijn de verschillen in voerefficiëntie. Intensievere bedrijven scoren makkelijker een lage carbon footprint dan extensieve bedrijven. Minder jongvee en minder CO2-armer krachtvoer verhogen de voerefficiëntie. VK-Oost adviseert de efficiëntie van de voerproductie te verhogen en mais pas te oogsten als het zetmeelgehalte hoog is.

André de Groot stuurt met zijn bedrijf in Laren op de bodem: een zo'n hoog mogelijke stikstofbenutting en een zo laag mogelijke uitspoeling. Vlinderbloemigen zijn daarin een belangrijke schakel. Hiermee kan hij ook op kunstmest besparen. Verder heeft de melkveehouder geïnvesteerd in meer mestopslag, voegt hij water toe bij de mest en stopt hij op tijd in het seizoen met uitrijden. Dankzij deze maatregelen behaalt De Groot een stikstofbodemoverschot van slechts 60 kilo per hectare.

Ook bij andere VK-Oostleden vertonen de stikstofbodemoverschotten een licht dalende trend. De bedrijven met de laagste cijfers kenmerken zich door hogere gewasopbrengsten en een veel lagere stikstofbemesting. 'Het overgrote deel van de VK-Oostleden, zo'n 90 procent, voldoet in 'normale' groeizame jaren aan de Europese Nitraatrichtlijn', benadrukt dataspecialist Jur Eekelder van VK-Oost.


Bodemverdichting

Over de bodem zegt Eekelder verder dat de bodemverdichting volgens onderzoek op de helft van de percelen in de Achterhoek een probleem is. 'Positief is dat het organische stofgehalte op peil is en de trend eerder positief dan negatief. Ook de chemische bodemvruchtbaarheid is op orde', meldt de dataspecialist. In het rapport geeft de vereniging aan de fosfaatbeschikbaarheid hoog is, maar wel daalt en aandacht verdient. Hetzelfde geldt voor de zwavelbeschikbaarheid.

Daarnaast constateert VK-Oost dat er nog te weinig perceelsgericht wordt bemest en er op veel bedrijven nog te veel drijfmest op maisland wordt uitgereden. Daarbij komt dat ondernemers te weinig rekening houden met stikstofnalevering uit graszodes en groenbemesters.


Aan veel knoppen draaien

Jeroen Beker uit Brummen is de vierde melkveehouder die tijdens de inspiratiebijeenkomst werd 'gehuldigd'. Beker scoort consequent goed op ammoniak- en broeikasgasemissie en stikstofbodemoverschot. De ammoniakemissie van zijn bedrijf noteert 45 kilo per hectare, de CO2-equivalent per kilo meetmelk komt uit op 740 gram en het stikstofbodemoverschot is 70 kilo per hectare.

'Wij draaien aan veel knoppen', zegt Beker. 'We streven naar een goede hoeveelheid Voeder Eenheid Melk (VEM) en smakelijk voer in de kuil. De eerste grassnede maaien we niet eerder dan begin mei. Daarna maaien we consequent iedere 4 weken en als het uitkomt met 3,5 week.'

Met zijn bandenhark kan de veehouder ook kleinere hoeveelheden gras mooi bij elkaar harken. Daardoor vallen de loonwerkkosten voor wat betreft de hakselaar relatief mee. 'Verder zijn we ook vrij scherp op transitiemanagement, dat is belangrijk voor een goede opstart in elke lactatie.'

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zondag
    3° / -3°
    60 %
  • Maandag
    6° / 0°
    85 %
  • Dinsdag
    6° / 0°
    45 %
Meer weer