Jonge dieren zijn het gevoeligst voor mycotoxinen

Onderzoeker Regiane Rodrigues dos Santos van Schothorst Feed Research lichtte tijdens een webinar de negatieve effecten van mycotoxinen en hun afbraakproducten op de vruchtbaarheid bij varkens en pluimvee toe. Ze putte hiervoor uit onderzoeken die ze samen met collega's heeft uitgevoerd en uit internationale onderzoeken.

Tijdens de dracht en zoogperiode kunnen lage hoeveelheden negatief uitpakken voor de latere vruchtbaarheid van gelten.
© Marcel Berendsen

Zijn er vandaag de dag meer mycotoxinen dan vroeger? Het is een vraag die aan het einde van het webinar werd gesteld. Volgens Santor is dat niet het geval. 'Mycotoxinen zijn er altijd al. Er is geen sprake van 'emerging' (opkomende) mycotoxinen, maar eerder van 'neglected' mycotoxinen. Vanwege een gebrek aan kennis werden ze genegeerd.'

Er zijn meer dan vierhonderd mycotoxinen en afbraakproducten. Soms zijn die laatste nog schadelijker dan de mycotoxine zelf. Zo is alfa-zearalenol zestig keer schadelijker dan zearalenon (ZEN). Wel heeft de klimaatverandering hier effect op. Schimmels die mycotoxinen produceren en goed gedijen bij hogere temperaturen komen steeds noordelijker voor. Daardoor worden vaker aflatoxine in Zuid-Europa en de nog minder bekende mycotoxinen beauvaricine en enniatine in Noord-Europa gevonden.

De onderzoeker raadt aan om juist goed op deze 'nieuwe' mycotoxinen te letten. Ze worden niet standaard onderzocht. Verder geeft Santos aan dat bij de teelt van voedergewassen aanpak van schimmels nodig is en adviseert ze om schimmelvorming in de opslag van grondstoffen en voer te voorkomen. In de toekomst ziet ze kansen om regelmatig mycotoxinebinders en/of enzymen te gebruiken.

Door goede controle komen acute problemen door mycotoxinen niet vaak voor. Maar ook in lage hoeveelheden kunnen mycotoxinen problemen veroorzaken. Het onderzoek van Schothorst Feed Research richt zich de laatste jaren dan ook op de chronische effecten van lagere doses mycotoxinen.


Vruchtbaarheid

ZEN bootst bijvoorbeeld het hormoon oestrogeen na en blokkeert hierdoor de werking daarvan. Dat kan zowel bij een hoge als lage dosis vruchtbaarheidsproblemen opleveren. Omdat oestrogeen ook een rol speelt bij de bouw van gezonde botten, longen, darmen en hersenen, kan dit meer schade opleveren dan tot nu toe werd gedacht.

Voorheen werd bij onderzoek met mycotoxinen vaak naar de directe effecten gekeken. Bij sperma van beren had ZEN geen groot direct effect op het aantal spermacellen, maar wel op het aantal levende spermacellen en hun beweeglijkheid. Daardoor kan het bevruchtingspercentage dalen.

ZEN en deoxynivalenol (DON) hebben ook in lage doses een negatief effect aan het begin van het proces bij de vorming van spermacellen. Dieren maken hierdoor minder spermacellen aan, met onvruchtbare beren of hanen als gevolg.


Tekst gaat verder onder het kader.

Deoxynivalenol verlaagt eierproductie bij leghennen

Bij vleeskuikens heeft de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) het referentieniveau voor deoxynivalenol (DON) onlangs verlaagd van 5 milligram per kilo naar 0,6 milligram per kilo in grondstoffen, omdat DON zorgt voor darmschade en een slechtere weerstand tegen ziekten. Bij leghennen is er nog een gebrek aan kennis over de effecten van DON. Daarom is de norm hier nog niet verlaagd. Regiane Rodrigues dos Santos van Schothorst Feed Research en haar collega's hebben onderzocht of een lagere norm voordelen kan hebben. De hennen kregen hierbij zestien weken voer dat geen DON bevatte en voer met 2,5 milligram DON per kilo, wat al lager is dan de EFSA-norm. Duidelijk was dat de voerconversie slechter was. De hennen namen meer voer om eieren te produceren. Bij het bestuderen van de eierstokken bleek waar dit effect door kwam. Bij de bijna rijpe follikels waar de hennen de komende dagen de eieren van produceren, was geen effect te zien. Maar bij de nog rijpende eicellen was er wel een groot effect. Dat aantal daalde met 20 procent of meer. Dus de vraag is of de hennen nog wel een legperiode van honderd weken vol kunnen maken.

Een 'voordeel' voor de mannelijke dieren is dat overschakelen naar een rantsoen met minder mycotoxinen helpt, want de productie van spermacellen is een voortdurend vernieuwend proces. Na een aantal weken zijn de beren of hanen weer vruchtbaar. Bij jonge dieren, in dit geval hanen, heeft aflatoxine een blijvend effect. Bij een te hoge dosis van aflatoxine stokt de ontwikkeling van de testes, waardoor hun spermaproductie ook lager is.

Bij biggen heeft blootstelling aan mycotoxinen in de baarmoeder en/of in de zoogperiode een blijvend effect op hun latere vruchtbaarheid als zeug. Bij gelten had dit duidelijk effect op de 'voorlopers' van de eicellen die een big bij de geboorte meekrijgt. Dit aantal daalt vanaf dat moment alleen maar en kan niet meer groeien.

Bij de geboorte en na de zoogperiode was het aantal van die eicellen 20 tot 30 procent lager bij de gelten van zeugen die voer met 200 microgram ZEN per kilo kregen. Het aanbevolen maximum in Europa is 250 microgram per kilo. Het betekent dat die gelten minder eicellen kunnen produceren, minder goed berig worden en kleinere tomen zullen produceren.


Rugspekdikte

In een ander onderzoek van Santos en haar collega's werden zeugen die tijdens de dracht en/of lactatie voer kregen met 250 microgram DON gecombineerd met 318 microgram per kilo ZEN, vergeleken met zeugen die 250 microgram DON en 118 microgram ZEN per kilo kregen. Ze brengen nog wel evenveel biggen groot, maar hun rugspekdikte gaat bij het hogere ZEN-gehalte verder onderuit.


Een te hoog gehalte aan mycotoxinen verlaagt de voerefficiëntie en eierproductie.
Een te hoog gehalte aan mycotoxinen verlaagt de voerefficiëntie en eierproductie. © Twan Wiermans

In de biest en melk van deze zeugen zit meer alfa-zearalenol. Bij biggen leidde dit tot ontstekingsprocessen. Ook werden in hun bloed fors hogere gehalten aan DON en het afbraakproduct van DON gevonden. Verder lieten de zeugen en hun biggen van de hogere ZEN-groep een verlaagd estradiolniveau zien, aldus de onderzoekers. Dat speelt een cruciale rol bij vruchtbaarheid en botgezondheid.

Een ander onderzoek met de mycotoxine beauvaricine (BEA) die vaak in mais wordt gevonden, laat zien dat dit negatief uitpakt voor het afrijpen van de eicellen. Uit een vervolgonderzoek met BEA en DON blijkt dat gelten gevoeliger zijn voor hogere gehalten aan mycotoxinen dan oudere zeugen. Hun productie van rijpe eicellen daalt veel meer dan bij de oudere zeugen.

'Het is dus belangrijk om ervoor te zorgen dat gelten al in de baarmoeder, en ook daarna als jonge zeugen, zo min mogelijk worden blootgesteld aan mycotoxinen', besluit Santos tijdens het webinar.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Donderdag
    1° / -1°
    40 %
  • Vrijdag
    4° / 0°
    5 %
  • Zaterdag
    8° / 2°
    35 %
Meer weer