Dassenschade werkt ook door in maiskuil

De das lijkt zich inmiddels over heel Nederland te hebben verspreid. Die groeiende populatie van het roofdier leidt steeds vaker tot problemen in de landbouwsector. Zo kampen ook maispercelen de laatste jaren met schade. De dieren gaan daarbij vooral voor de suikerrijke planten.

Dassen hebben een sterke voorkeur voor nog suikerrijke maisplanten.
© Twan Wiermans

Onderzoeker Jos Groten van Wageningen Plant Research omschrijft de invloed van dassen in bepaalde regio's als verontrustend. 'De beschermde diersoort komt inmiddels ook voor op grondsoorten waar je ze voorheen niet verwachtte. Een voorbeeld van een grondsoort waar de das oorspronkelijk niet voorkwam en tegenwoordig wel, is rivierklei. Maar over het algemeen zien we in heel Nederland meer dassen.'

De toename van het aantal dassen zorgt ervoor dat jonge dieren uit hun bestaande leefgebieden (burchten) worden verdrongen, waarna ze nieuwe leefplekken zoeken. Zodoende komen ze nu voor in bijzondere gebieden, zoals langs spoorlijnen en op lichtere kleigronden, weet Groten. 'Wel zijn er regionale verschillen: op sommige plaatsen komt de das meer voor dan op andere.'


Schade vaak onderschat

In Zuidoost-Nederland lijkt het aantal dassen te zijn gestabiliseerd. 'Maar het zijn er zeker niet minder geworden. De impact op het boerenbedrijf blijft groot', stelt Mark van den Broek. Hij is gewasspecialist voor de regio's Oost-Brabant en Limburg bij VisscherHolland. Volgens Van den Broek wordt de werkelijke schade in mais vaak onderschat. 'Niet alleen verdwijnen er kolven, maar de kwaliteit van de hele oogst komt in gevaar door schimmels in de kuil. Die ontstaan doordat dassen de aangevreten kolven achterlaten, die dan in de kuil gaan rotten.'

Dassen ruiken goed, maar zien slecht; bij het foerageren pakken ze steevast het vroegste gewas

Jos Groten, onderzoeker Wageningen Plant Research

In de bosrijke gebieden in het zuidoosten van Nederland zijn dassen een bekend verschijnsel, signaleert de gewasspecialist. Ze zoeken de beschutting van houtwallen en bosranden op om hun burchten te bouwen, en vinden in de aangrenzende maisvelden een gedekte tafel. De dassen beginnen aan het gewas wanneer de kolf begint af te rijpen en dus in het melkrijpe stadium komt. 'Als de kolf rijp is, is het zetmeel vast en melig. De das heeft liever dat het nog een heel eind vloeibaar is; de suiker is dan nog niet helemaal omgezet in zetmeel. Als het suikergehalte laag wordt, komt de das niet meer eten', licht Van den Broek toe.

Het grootste probleem is volgens de specialist niet alleen wat de dieren opeten, maar wat ze achterlaten. 'Dassen trekken planten omver om bij de suikerrijke kolven te komen. Ondernemers tellen voor de schadevergoeding vaak alleen de stengels die platliggen, maar een groot percentage wordt tegen de grond gedrukt en raakt beschadigd.'

Deze beschadigde mais wordt vaak alsnog geoogst. Van den Broek: 'Je krijgt dan een half aangevreten kolf, die met veel schimmelvorming de kuil in gaat. Die rotzooi komt uiteindelijk voor het voerhek terecht. En als een koe daardoor 1 of 2 procent minder vreet, zie je dat direct terug in de resultaten.'


Extra werk

Om schade door dassen uit te sluiten, worden bij de velden met proeven in het kader van het officiële maisrassenonderzoek de percelen omheind met schrikdraad. 'Dat geeft wel extra werk, want de percelen zijn soms wel 2 hectare groot. Maar we houden de dassen er wel mee buiten', vertelt Groten. Voor grotere percelen is omheinen lastiger, weet de onderzoeker.

Wel zijn er andere manieren om de schade te beperken. Uit onderzoek van Groten in samenwerking met het Faunafonds blijkt dat dassen een specifieke voorkeur hebben op de velden. 'Ze ruiken goed, maar zien slecht. Daarom pakken ze steevast het vroegste ras, het gewas dat het eerst bloeit. En zolang daar vreten is, blijven ze hetzelfde pad volgen totdat de mais op is.'

Van den Broek vult de onderzoeker aan: 'Dassen gaan voor de suikers in de kolf. Als ze in dat vroege hoekje blijven zitten, laten ze de rest van het perceel misschien met rust. Kortom, dan hoef je alleen dat hoekje te laten staan en houd je de rest van de kuil schoon. Maar bij te weinig suiker gaat de das elders eten. Het is dus geen garantie.' Door in te schatten hoeveel dassen er in de buurt zijn en wat ze per nacht eten, kan de gewasspecialist de omvang van deze 'voederbuffer' bepalen.


Tekst gaat verder onder het kader

'Kieskeurige das doet op smaak soms aan eigen rassenkeuze'

VisscherHolland maakt gebruik van zogeheten screeningsvelden. Dit zijn proefpercelen om te kijken hoe bepaalde rassen het in die omgeving doen. Tijdens proeven op zo'n perceel viel gewasspecialist Mark van den Broek van het bedrijf iets opmerkelijks op: de selectiviteit van de das. 'We hadden een screeningsveld met diverse rassen naast elkaar, geselecteerd op FAO-vroegheden. De das koos er één specifiek ras tussenuit en vrat dat helemaal weg, terwijl de rij ernaast onaangeroerd bleef. Het was niet eens het vroegste ras. Blijkbaar was dat ene ras simpelweg smakelijker, alsof er meer suiker in zat. Dat ras viel bij deze das blijkbaar in de smaak.'

Groten geeft aan dat die hoeveelheid 'best wel meevalt'. Hij denkt aan vier tot zes rijen mais voor de dassen. De beheermethode zorgt ervoor dat de dassenactiviteit beperkt blijft tot de rand of de kopakker. Het vergemakkelijkt de oogst van schone mais en reduceert de schade in de rest van het perceel. 'Schade aan de bufferzone kan vervolgens worden gemeld bij het Faunafonds voor een mogelijke vergoeding.'

Uitvoeringsorganisatie BIJ12, die de provincies ondersteunt bij het regelen van tegemoetkomingen in faunaschade, ziet een toename van het aantal schadegevallen en uitbetaalde schade. In 2024 zijn er 360 aanvragen binnengekomen voor een tegemoetkoming in dassenschade aan alle soorten mais. Daarvan was het totale getaxeerde bedrag ruim 400.000 euro. Gemiddeld gaat het dus om 1.100 euro per aanvraag.


Hogere gewasprijzen

Vooral in dasrijke gebieden hebben agrarische bedrijven te maken met hogere schades. Het totale getaxeerde schadebedrag neemt de laatste jaren sowieso toe, onder meer door een stijging in het aantal aanvragen en hogere gewasprijzen. In 2024 heeft BIJ12 alle aangevraagde schade veroorzaakt door de das in mais toegekend.


Tekst gaat verder onder het kader

Thema Mais

Voor veel telers was 2025 een goed maisjaar. Nu is het tijd om vooruit te kijken. Of er dit jaar veel mais wordt geteeld, is nog maar de vraag. Voor stoppers is het gewas wellicht een aardige optie, zeker nadat de aardappelteelt vorig jaar niet overal financieel succesvol was. Sommige melkveehouders kunnen misschien beter uit met de grasteelt. In het themanummer van 14 januari praten deelnemers van het Maismeetnet van Nieuwe Oogst over hun ervaringen met het voeren van mais, is er aandacht voor dassenschade en zoomen we in op kwaliteitsmais voor de geitenhouderij. Lees alle verhalen die in weekblad Nieuwe Oogst zijn verschenen met het thema Mais.

Volgens woordvoerder Myrna Fraters van BIJ12 hanteert iedere provincie een eigen systeem wat betreft drempelwaarde, eigen risico, het heffen van leges en/of andere regelingen. Zo varieert de schadedrempel tussen de 0 euro, of het voorschieten van de leges, tot 550 euro. Volgens de uitvoeringsinstantie en de provincies werken op dit moment alleen rasters tegen dassenschade.

Die hekwerken zijn prijzig. Maar omdat mais geen kapitaalintensief gewas is, is het niet verplicht een raster te plaatsen, stelt Fraters. 'We hebben in de afgelopen jaren geen tegemoetkoming in dassenschade aan mais afgewezen. Daaruit kun je opmaken dat de regels duidelijk zijn. We raden telers aan regelmatig te controleren of er schade ontstaat aan de mais', adviseert de woordvoerder. De komende jaren wordt onderzocht welke andere aanvullende maatregelen schade door dassen kunnen voorkomen.

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Dinsdag
    7° / -1°
    10 %
  • Woensdag
    5° / -3°
    10 %
  • Donderdag
    6° / -5°
    10 %
Meer weer