De oplossing bij uitrijden van mest is nog niet gevonden

De resultaten van het project Bemest op z'n Best zijn recent gepresenteerd. Twaalf kansrijke innovaties zijn uitvoerig onderzocht. Een baanbrekende nieuwe manier van bemesten zat er niet tussen, wel vier technieken die ver genoeg zijn om in de praktijk te testen.

Een prototype van Slootsmid van de innovatie 'afdekken met toevoegmiddelen’.
© Niels van der Boom

De verwachtingen van Bemest op z'n Best waren hooggespannen. Zou er een nieuwe emissiearme techniek beschikbaar komen na vijf jaar innovatieonderzoek? Het doel was om een extra reductie van de ammoniakemissie van 50 procent te realiseren tijdens aanwending ten opzichte van gangbare technieken.

Maar een baanbrekende nieuwe techniek die dat waarmaakt, is niet gevonden. Dat bleek tijdens de presentatie van de resultaten op de Rundvee & Mechanisatie Vakdagen in het Zuid-Hollandse Gorinchem. 'Dit terwijl de urgentie er wel is', schetst onderzoeker Zwier van der Vegte. 'Het is vijf voor twaalf. Daarom moest dit project ook bewustwording bevorderen en draagvlak creëren voor het beter benutten van mest. Dat is wel gelukt.'

Van der Vegte onderstreept zijn stelling met cijfers: 'Bij emissiearm werken realiseert men 300 tot 400 kilo droge stof aan extra gras per hectare. Dat is goed voor een meeropbrengst per hectare van 60 tot 80 euro. Besmeuring kost ook nog eens 200 kilo droge stof. Alles bij elkaar levert netjes bemesten al gauw zo'n 350 euro per hectare op.'

Ons pleidooi is om boeren te belonen voor netter werken; je zou meer koeien per hectare moeten mogen houden als je netter bemest

Hans de Vree, directeur van Vredo

Het is volgens Van der Vegte laaghangend fruit dat voor het grijpen hangt. 'Met bekend vakmanschap valt veel winst te behalen. Denk aan het voorkomen van overlap, zorgen dat de mest goed in de sleuf past, het gras niet besmeuren, homogeen gemixte mest toepassen en bemesten bij goede omstandigheden.' Onder goede omstandigheden verstaat hij uitrijden bij vochtig, windstil weer en een buitentemperatuur onder de 20 graden Celsius.

Maar het project was niet alleen bedoeld om de voordelen van netjes werken te benadrukken. Uit de 61 aangedragen innovaties werden twaalf kansrijke ideeën uitvoerig onderzocht. Vier daarvan zijn ver genoeg om in een praktijkpilot te testen. De meest interessante en praktijkrijpe innovatie is volgens Van der Vegte de monitoring voor nauwkeurigheid van de mestverdeling.


Feedback

Bij het idee dat is aangedragen door Vredo krijgt de chauffeur van de trekker tijdens het uitrijden van mest feedback over het werkresultaat. 'Er zit een meetslof tussen de schijven. Gaan de schijven 5 centimeter de grond in, dan geeft de meetslof dat aan. Stel dat je 20 kuub wilt bemesten en daarvoor een snijdiepte van 35 millimeter moet instellen, dan brandt er een rood lampje als de bemester niet diep genoeg snijdt', legt directeur Hans de Vree uit.

De mestdiepteregistratie werd gepresenteerd op de Agritechnica en is ontwikkeld in 2021. De eerste machine die de registratietechniek toepast, draait inmiddels op Texel. De Vree: 'De taakkaarten uit het systeem lenen zich goed voor de borging en geven precies aan op welke coördinaten de bemester werkt. Ons pleidooi is boeren te belonen voor netter werken; je mag meer koeien per hectare houden als je netter bemest.'


Mestdiepteregistratie is de meest praktijkrijpe techniek, maar haalt de doelstelling van 50 procent extra ammoniakreductie nog niet. Ondiepe injectie zou dat in theorie wel kunnen. Bij deze techniek brengt een injecteur de mest 12 centimeter onder de graszode. Door contact tussen mest en buitenlucht te minimaliseren, kan de emissie fors afnemen, zo is de gedachte.

Ook deze innovatie wordt momenteel op beperkte schaal al toegepast in de praktijk. Maar de effecten op de bodem en de graszode zijn nog onvoldoende duidelijk om te kunnen opschalen naar grotere pilots.


Mestsleuf afdekken

Veelbelovend is verder de bemestingstechniek van Slootsmid. Die dekt de mestsleuf af met een toevoegmiddel. De mest wordt bij deze aanpak tijdens toediening afgesloten met een suspensie, die een barrière vormt tegen ammoniakemissie. De focus in het onderzoek lag op de doseerunit voor vloeistoffen en suspensies. Suspensies zijn een mengsel van kleine, vaste deeltjes die zweven op of in een vloeistof.

De doseerunit verspuit of vernevelt de vloeistof met een veldspuitpomp en een membraamklep. Suspensies worden gedoseerd met een slangenpomp. Het sproeien van de vloeistoffen verliep goed en schade aan de grasmat is niet waargenomen. Wel is de werkzaamheid van de afdekmiddelen nog onzeker.


Van links naar rechts: Hans Verkerk, Ron Houweling, Berenike Timm en Harm Albring. Zij bespraken op de slotbijeenkomst de resultaten van Bemest op z’n Best.
Van links naar rechts: Hans Verkerk, Ron Houweling, Berenike Timm en Harm Albring. Zij bespraken op de slotbijeenkomst de resultaten van Bemest op z’n Best. © Niels van der Boom

'Zwavelzuur en magnesiumchloride zijn onderzocht, maar het is nog onduidelijk in welke hoeveelheid de middelen moeten worden toegepast. Ook zijn de grondsoort, periode en mestsamenstelling van invloed. Bij hoge doseringen is het effect op de gezondheid van de bodem en het vee een aandachtspunt. 4 liter zwavelzuur per kuub mest is veel en zorgt voor een overmaat aan zwavel', legt Van der Vegte uit.

Of afdekmiddelen niet een laatste redmiddel zijn, is een terechte vraag, beaamt de onderzoeker. Bovendien lopen de kosten bij hoge doseringen fors op. Toch is het een methode die in Denemarken en Duitsland inmiddels wordt toegepast. Al worden daar veelal kleinere hoeveelheden mest gebruikt.

De vierde techniek die klaar is voor praktijktesten is het afdekken van de uitgereden mest met grond. Een methode die voor bouwland de emissie nagenoeg verwaarloosbaar klein maakt. Op grasland is het onderzocht met gewasresten in plaats van grond, maar dit bood weinig perspectief op emissiereductie.


Secuur bemesten

Sander Fisser is deelnemer aan Vruchtbare Kringloop Oost en melkt 100 koeien op 40 hectare zandgrond. Bij de bemesting kiest hij secuur welke percelen meer of minder mest krijgen. 'Percelen met schaduwranden krijgen maximaal 25 kuub mest en in de schaduw geef ik bijna niets. Op de betere esgronden bemest ik meer; ze krijgen nog een keer 15 kuub en later 7,5 kuub per hectare. De grond waar ik het meeste rendement mee behaal, krijgt meer mest. Ik houd daarbij rekening met het stikstofleverend vermogen van de grond', aldus de ondernemer. Om dezelfde reden brengt Fisser zijn mest niet op maisland dat in een gescheurde graszode staat. De vrijgekomen mineralen uit de zode maken bemesting met dierlijke mest overbodig. Nieuw ingezaaid grasland krijgt juist meer mest, om de opbouw van organische stof te bevorderen. De eerste snede laat Fisser volledig sleepslangen, om water te kunnen toevoegen voor een hogere benutting van de mest. Op het moment dat de zodebemester de mest op het land brengt, voegt hij water toe in de mestkelder.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Weer

Meer weer