Pilot Krimpenerwaard: hoger waterpeil raakt boer en plant

De slootwaterstand omhoogbrengen kan een oplossing zijn voor verdroging en inklinking van landbouwgrond. Maar er zitten ook nadelen aan voor boeren en het milieu. Dat blijkt uit het verslag van een pilot in de Krimpenerwaard dat donderdag wordt aangeboden aan wethouder Leo Barth (SGP). Barth is ook voorzitter van de regiegroep Krimpenerwaard van het Zuid-Hollands Programma Landelijk gebied.

Pilot+Krimpenerwaard%3A+hoger+waterpeil+raakt+boer+en+plant
© Dirk Hol

De Krimpenerwaard is een laagveengebied dat grotendeels wordt beheerd door melkveehouders. Het is van oudsher ook een belangrijk weidevogelgebied. Een groot deel van de boeren – 120 van de 150 – doet mee met het agrarisch natuur- en landschapsbeheer.

Het gebied lijdt onder bodemdaling, achteruitgang in biodiversiteit en waterkwaliteit. Omgaan met weersextremen wordt steeds lastiger voor boeren en natuurbeheerders. Vernatten van het agrarisch beheerde veenweidegebied is een mogelijke oplossing om bodemdaling en emissies van broeikasgas te beperken. Vandaar dat de afgelopen twee jaar een proef is gedaan op drie representatieve locaties in de Krimpenerwaard.

Het Nutriënten Management Instituut (NMI) in het Gelderse Wageningen heeft in samenwerking met lokale agrarische partijen en deskundigen gekeken wat het effect is van het verhogen van het slootpeil. De onderzoeksgroep komt met gemengde resultaten. De positieve resultaten op het verhogen van het slootpeil op de grondwaterstand – vooral in droge zomers – kunnen niet los worden gezien van de nadelen. Dat zijn vooral verlies aan draagkracht voor gewassen van het perceel, minder stabiliteit van de oever, zichtbaar afkalven van de oever en verlies aan biodiversiteit op de oever. Bij een peil van 35 centimeter onder maaiveld was het verlies aan agrarische gebruiksruimte ongeveer 5 procent. Bij een peil van 20 centimeter onder maaiveld was dat zelfs 10 procent.


Verlies biodiversiteit

Slootpeil verhogen leidt ook tot een verlies aan biodiversiteit op de oever. De biodiversiteit op oeverzones waar jarenlang in is geïnvesteerd met agrarisch natuur en landschapsbeheer kan binnen enkele maanden verloren gaan. NMI kan niet zeggen of dat een tijdelijk effect is of permanent. De oevers, met jarenlang ecologisch beheer soortenrijk, hebben een hoge soortenrijkdom met algemene kruiden die kenmerkend zijn voor vochtige veenoevers. Lokaal zijn ook schaarsere soorten aanwezig. Hoger slootwaterpeil leidt al na vier maanden tot een sterke afname (60 tot 70 procent) in de soortenrijkdom aan planten op de oever.

Bij het verhogen van het slootpeil zouden streefcijfers voor grondwater vooral als leidraad moeten dienen, vinden de onderzoekers. Zij kunnen niet als harde eis worden opgegeven door de grote variatie in grondwaterstand in ruimte en tijd.

Voordat vernattingsmaatregelen grootschalig worden uitgerold, moet er een concreet plan zijn over welke vernattingsmaatregel waar effectief is. Verder is het toekomstperspectief voor agrariërs van belang. Vergoedingen moeten volgens NMI het verlies aan bewerkbare grond en verminderde opbrengst compenseren. Begeleiding moet boeren helpen om onder nattere omstandigheden te kunnen blijven boeren. Ten slotte vindt NMI dat er onderzoek naar methaanemissies moet komen om te voorkomen dat maatregelen die CO2-emissies beperken, leiden tot verhoogde methaanemissies.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Maandag
    23° / 12°
    20 %
  • Dinsdag
    21° / 16°
    50 %
  • Woensdag
    20° / 13°
    20 %
Meer weer