Landbouwinkomen stijgt gemiddeld, maar variatie is groot

Akkerbouwers, melkveehouders en veel glastuinders hebben een goed jaar achter de rug met gemiddeld voldoende compensatie voor de hogere kosten. Ondernemers in enkele andere tuinbouwsectoren en de intensievere veehouderijsectoren moeten het doen met vaak stabiele of lagere inkomens. Opvallend is de grote variatie in bedrijfsinkomens tussen sectoren en regio's, maar ook binnen de sectoren.

Landbouwinkomen+stijgt+gemiddeld%2C+maar+variatie+is+groot
© Vidiphoto

Gemiddeld was het een goed jaar voor de Nederlandse land- en tuinbouw. Wageningen Economic Research (WER) raamt voor 2022 het gemiddelde bedrijfsinkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje) op 100.000 euro. Dat is 18.000 euro hoger dan in 2021 en 34.000 euro meer dan het vijfjarig gemiddelde.

Deze week presenteerden WER en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in Den Haag de geraamde landbouwinkomens voor 2022. Belangrijke constatering van de economische specialisten is dat de spreiding van de inkomens tussen de landbouwsectoren en ook daarbinnen groter is dan in andere jaren.

Er zijn dit jaar duidelijk meer bedrijfseconomische onzekerheden

Roel Jongeneel, onderzoeker agrarische economie Wageningen Economic Research

Oorlog in Oekraïne

Verder zijn er dit jaar duidelijk meer bedrijfseconomische onzekerheden, stelt onderzoeker agrarische economie Roel Jongeneel van WER. 'De oorlog in Oekraïne heeft veel invloed. We zien daarvan directe en indirecte effecten op de agrarische markten en voor de energievoorziening. Een gevolg is onder meer de hoge inflatie en daardoor de stijgende consumentenprijzen. Voor de landbouw speelt verder ook de onzekerheid over het beleid. Er is nog veel onduidelijk over stikstof. Verder moeten we afwachten wat het Landbouwakkoord brengt voor het verdienmodel van de boer.'

Van de gewassectoren heeft de akkerbouw een goed jaar achter de rug. Akkerbouwers zien hun gemiddelde bedrijfsinkomen per onbetaalde aje met ruim 50.000 euro toenemen tot 133.000 euro, zegt agrarisch bedrijfseconoom Harold van der Meulen.

Uien en aardappelen

'Nederlandse akkerbouwers profiteren van goede productprijzen voor onder meer uien en aardappelen. Verder zijn de opbrengstvolumes redelijk tot goed, vooral op bedrijven die in het groeiseizoen over voldoende water beschikten. In andere EU-landen had de akkerbouw vaak meer last van de gevolgen van de droogte.'


20 procent van de akkerbouwers heeft een inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid van 25.000 euro of lager, 20 procent heeft een inkomen van 222.000 euro en hoger en 60 procent zit daartussenin.
20 procent van de akkerbouwers heeft een inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid van 25.000 euro of lager, 20 procent heeft een inkomen van 222.000 euro en hoger en 60 procent zit daartussenin. © Marcel Berendsen

Ook in de akkerbouw zijn de inkomensverschillen groot. In het Bedrijveninformatienet van WER – dit zijn bedrijven met standaardomzet van 25.000 euro of meer – scoort 20 procent een inkomen per onbetaalde aje van 25.000 euro of lager en ook 20 procent scoort een inkomen van 222.000 euro en hoger. De overige 60 procent zit daartussenin. De gemiddelde rentabiliteit van de akkerbouw komt dit jaar op 116.

Hoge inflatie

Hogere kosten voor vooral energie en ook voor arbeid, een lager consumentenvertrouwen door de hoge inflatie en wisselende opbrengsten zorgen voor een forse druk op de inkomens van glastuinders. Van een gemiddeld bedrijf wordt het inkomen geraamd op 175.000 euro per onbetaalde aje. Dat is ongeveer 100.000 euro lager dan vorig jaar en 35.000 euro onder het vijfjarig gemiddelde.

Overigens blijkt uit WER-gegevens dat de glastuinbouw opnieuw de sector is met de grootste bijdrage aan de productiewaarde van de Nederlandse agrarische sector. De totale productiewaarde stijgt in 2022 met 18 procent tot 36,2 miljard euro. Daarvan neemt de glastuinbouw 12,2 miljard euro ofwel 34 procent voor zijn rekening. Het aandeel van de akkerbouw is 11,5 procent met 4,1 miljard euro productiewaarde.

Verschillen in glastuinbouw

Tussen de gewasgroepen in de glastuinbouw zijn de inkomensverschillen groot. Vooral glasgroentetelers hadden de wind in de rug. Hun gemiddeld inkomen per onbetaalde aje steeg met bijna 150.000 euro tot 416.000 euro. 'Een goed groeiseizoen met uitstekende productprijzen', vat Van der Meulen samen. 'Verder hebben telers met een warmtekrachtkoppeling als energiebron veel geld verdiend met de verkoop van elektriciteit.'


Het gemiddeld inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid van glasgroentetelers steeg met bijna 150.000 euro tot 416.000 euro.
Het gemiddeld inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid van glasgroentetelers steeg met bijna 150.000 euro tot 416.000 euro. © Twan Wiermans

In snijbloemen en potplanten is het beeld minder florissant. Deze gewasgroepen worden getroffen door de hoge inflatie. 'Voor luxeproducten staat de afzet duidelijk onder druk', zegt Van der Meulen. 'De opbrengsten zijn vaak onvoldoende om de gestegen kosten te compenseren.' Voor snijbloemen daalt het inkomen per onbetaalde aje van ongeveer 300.000 euro naar 86.000 euro. Dit is het laagste niveau sinds 2013. In potplanten is het gemiddelde inkomen zelfs geraamd op min 6.000 euro.

Wegvallen coronasteun

Voor snijbloemen en potplanten geldt dat 2021 een goed jaar was. Hetzelfde geldt voor boomkwekers, bloembollentelers, fruittelers en vollegrondsgroentetelers. Deze sectoren scoren wat betreft gemiddelde inkomens fors lager in 2022, blijkt uit de raming van WER. Behalve door lagere prijzen en hogere kosten wordt dit ook veroorzaakt door het wegvallen van de coronasteun.


Voor bollenkwekers daalt het gemiddelde inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid ten opzichte van 2021 met 90.000 euro tot 220.000 euro.
Voor bollenkwekers daalt het gemiddelde inkomen per onbetaalde arbeidsjaareenheid ten opzichte van 2021 met 90.000 euro tot 220.000 euro. © Marcel Berendsen

Voor bollenkwekers daalt het gemiddelde inkomen per onbetaalde aje ten opzichte van 2021 met 90.000 euro tot 220.000 euro. Dit is voor deze sector nog steeds een hoog niveau dankzij de goede productprijzen. In de boomteelt daalt het gemiddelde bedrijfsinkomen met 40 procent tot 78.000 euro per onbetaalde aje. Boomkwekers zien vooral hun kosten voor uitgangsmateriaal stijgen.

Negatief bedrijfsinkomen

Fruittelers moeten het doen met een negatief bedrijfsinkomen van 7.000 euro per onbetaalde aje. De daling van 70.000 euro is een gevolg van lage prijzen voor appels en peren door een grote Europese productie.


Fruittelers moeten het doen met een negatief bedrijfsinkomen van 7.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid.
Fruittelers moeten het doen met een negatief bedrijfsinkomen van 7.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid. © Marcel Berendsen

Voor vollegrondsgroentetelers is de daling van 28.000 euro tot een gemiddeld inkomen van 51.000 euro per onbetaalde aje vrijwel volledig toe te schrijven aan het stopzetten van de coronasteunmaatregelen. Het inkomen daalt daardoor beneden het gemiddelde van de afgelopen vijf jaar.

Kosten blijven hoog, productprijzen zijn onzeker

Sectorspecialisten die vooruitkijken naar de bedrijfseconomische ontwikkelingen in de gewassectoren, verwachten dat productiemiddelen zoals energie, arbeid, kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen voorlopig duur blijven. Het is volgens hen maar de vraag wat er met de productprijzen van de landbouwgewassen gebeurt. 'Met de hogere kosten worden sectoren kapitaalsintensiever. Daarmee is het lastiger voor ondernemers om een jaar met slechte prijzen te overbruggen', stelt Mark Manshanden, sectorexpert akkerbouw bij Wageningen Economic Research (WER). Volgens hem is het van het grootste belang dat akkerbouwers ervoor zorgen dat hun productiecapaciteit op orde blijft. 'Dat is al een uitdaging op zich gezien alle beleidsplannen en de gevolgen van de klimaatverandering.' Zijn collega voor de glastuinbouwsector Peter Ravensbergen ziet 2023 vooral als een overgangsjaar. Ook hij wijst erop dat het hoge niveau van de kosten voorlopig zal aanhouden. 'Het aandeel energie in de bedrijfskosten nam het afgelopen jaar toe van 30 procent tot gemiddeld zo'n 40 procent. Voor komend jaar zijn er vooral grote zorgen omdat veel energiecontracten aflopen. Dat gaat veel impact hebben op de kostprijs.' Ravensbergen is vooral benieuwd hoe glastuinders volgend jaar hun teeltplannen aanpassen en ook hoe de ketens daarop reageren. 'Het ligt voor de hand dat glasgroentetelers voor een deel hun winterproductie uitstellen om energie te sparen. Verder verwacht ik zeker dat er bij bloemen en planten meer animo komt voor gewassen die kouder geteeld kunnen worden.'

Vleeskuikenbedrijven hebben gemiddeld ieder jaar een fatsoenlijk jaarinkomen. Ook wat betreft rentabiliteit – vergoeding voor eigen arbeid en kapitaal – zitten ze boven de 100 procent. Bij leghennenbedrijven zijn het gemiddelde inkomen en de rentabiliteit gemiddeld goed, al gooiden de jaren met de fipronilcrisis en vogelgriep roet in het eten.


Met vleeskuikens is al jarenlang een goed inkomen te verdienen.
Met vleeskuikens is al jarenlang een goed inkomen te verdienen. © Twan Wiermans

Een gemiddeld leghennenbedrijf heeft in 2022 een inkomen van 111.700 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid (aje). Dat is ruim boven de grens van de 58.000 euro die Wageningen Economic Research (WER) als norm voor geleverde arbeid hanteert. De variatie in inkomen is groot. Dit jaar is dat extreem met meer dan 300.000 euro verschil tussen bedrijven die in de onderste 20 procent vallen en de bovenste 20 procent.

Vrije markt of contract

Reden is het verschil in prijsstijging tussen vrije markt en contract. Gemiddeld stijgen de eierprijzen met 33 procent; kooieieren met 91 procent, scharreleieren met 66 procent en vrije-uitloopeieren met 41 procent. Maar 90 procent van de vrije-uitloopeieren zit op contract. Die stijgt met 7 procent en de contractprijs biologisch met 5 procent.


De eierprijzen stijgen gemiddeld met 33 procent.
De eierprijzen stijgen gemiddeld met 33 procent. © Twan Wiermans

Verder kampten sommige pluimveehouders met leegstand door vogelgriep en hadden sommige pluimveehouders de voerprijs vastgezet, terwijl anderen direct werden geconfronteerd met de 34 procent gestegen voerprijs.

Lastige keuze

Biologische legpluimveehouders die een nieuw koppel op moeten zetten, staan voor een lastige keuze: krijg ik een goed afzetcontract die de hogere kosten dekken of zet ik scharrelkippen op?

Voor 40 procent van de vleeskuikens is de keuze voor komend jaar al gemaakt. Die gaan onder het Beter Leven-keurmerk vallen, want alle supermarkten in Nederland schakelen hierop over. Die pluimveehouders hebben langjarige afspraken gemaakt over het inkomen om te kunnen investeren in de uitloop.

Voerprijzen onzeker

De overige vleeskuikenhouders kiezen doorgaans bewust voor de vrije markt. De vooruitzichten hiervoor zijn goed. De vraag naar pluimveevlees blijft stijgen en het aanbod stijgt waarschijnlijk minder. De grootste onzekerheid zit in de voerprijzen en het aanbod van regulier pluimveevlees uit Oekraïne.

Dit jaar komt het inkomen van vleeskuikenhouders gemiddeld uit op 99.000 euro. Ook de afgelopen jaren was hun inkomen goed en kwam de rentabiliteit boven de 100 procent uit. De individuele verschillen tussen vleeskuikenhouders zijn groot met een verschil van meer dan 233.000 euro tussen de onderste 20 en bovenste 20 procent door onder meer leveren op contract of de vrije markt en voerprijsafspraken.

Rendabele bedrijfstak

Geitenhouders hebben gemiddeld gezien een rendabele bedrijfstak. Zowel het inkomen per onbetaalde aje als de rentabiliteit zit al jarenlang boven het gemiddelde. Wel is dit jaar de rentabiliteit gezakt naar 96 procent en daarmee voor het eerst sinds 2012 onder het kostendekkend niveau uitgekomen.


Het inkomen uit bedrijf op melkgeitenbedrijven zal in 2022 naar verwachting uitkomen op gemiddeld 59.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid.
Het inkomen uit bedrijf op melkgeitenbedrijven zal in 2022 naar verwachting uitkomen op gemiddeld 59.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid. © René Eijsink

Het inkomen van geitenhouders daalt dit jaar met 54.000 euro naar 59.000 euro. Dat is ruim 40 procent onder het vijfjarig gemiddelde. De 59.000 euro zit nog wel op de norm zoals WER die hanteert voor het inkomen. Van dit bedrag moeten alle privé-uitgaven, inclusief verzekeringen en dergelijke, worden betaald.

Geitenmelkprijs

De daling van het inkomen en de rentabiliteit komt doordat de stijging van de prijs voor geitenmelk met 3,5 procent lang niet voldoende is om de 32 procent gestegen voerkosten goed te maken.

Ongeveer 20 procent van de geitenhouders is biologisch. Ze leveren 10 procent van de geitenmelk. Deze bedrijven zijn gemiddeld de helft kleiner en ze halen een deel van het inkomen uit nevenactiviteiten.

Energiekosten

Het inkomen uit bedrijf op blankvleeskalverbedrijven op contract daalt in 2022 met 23.000 euro naar gemiddeld 24.000 euro per onbetaalde aje. De gemiddelde kosten per bedrijf stijgen met 38.000 euro, omdat de energiekosten en de vaste kosten van stallen en machines toenemen evenals de kosten van mestafzet.


Het inkomen uit bedrijf op de blankvleeskalverenbedrijven op contract daalt naar verwachting in 2022 met 23.000 euro naar gemiddeld 24.000 euro per arbeidsjaareenheid.
Het inkomen uit bedrijf op de blankvleeskalverenbedrijven op contract daalt naar verwachting in 2022 met 23.000 euro naar gemiddeld 24.000 euro per arbeidsjaareenheid. © Archieffoto Marcel Bekken

Mede door de toegenomen kosten daalt de rentabiliteit naar 85 procent. Vorig jaar was deze nog 95 procent. Bij een rentabiliteit van 100 procent worden alle kosten volledig marktconform door opbrengsten vergoed. Onder de 100 procent is dit niet het geval.

Flink verlies met zeugen

Zeugenhouders sluiten 2022 af met flinke verliezen. Per onbetaalde aje moeten ze 49.000 euro bijleggen. Dit beeld is nog vertekend vanwege een waardestijging van de biggen op de balans. In 2021 was er per onbetaalde aje een klein plusje van 6.000 euro, wat vooral te danken was aan de coronasteun, anders zou ook dat jaar zwaar verliesgevend zijn geweest.


Doordat de stijging van de biggenprijs achterblijft bij de stijging van de voerkosten, lijden vooral zeugenbedrijven dit jaar een flink verlies van 49.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid.
Doordat de stijging van de biggenprijs achterblijft bij de stijging van de voerkosten, lijden vooral zeugenbedrijven dit jaar een flink verlies van 49.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid. © Twan Wiermans

Een groot deel van de zeugenbedrijven heeft problemen met de liquiditeit. De rentabiliteit van zeugenbedrijven komt in 2022 gemiddeld uit op 87 procent. Ook gesloten bedrijven lijden verlies van 14.000 euro per onbetaalde aje. Vorig jaar haalden ze een plus van 15.000 euro.

Verschil op balans

Vleesvarkensbedrijven behaalden dit jaar een plus van 108.000 euro per onbetaalde aje, al is dat vrijwel geheel te danken aan een verschil van 104.000 euro op de balans die in de komende periode nog ten gelde moet worden gemaakt.

De vooruitzichten voor varkenshouders worden beter. In het tweede kwartaal zal het merkbaar worden dat de varkensstapel in heel Europa afgelopen jaar is gedaald.

Hoge melkprijs

Wageningen Economic Research raamt het gemiddelde inkomen uit een melkveebedrijf in 2022 op 115.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid. Dit is 70.000 euro meer dan in 2021 en 70.000 euro hoger dan het gemiddelde over de periode van 2017 tot met met 2021. De melkprijs ligt in 2022 met 58,5 euro per 100 kilo zo'n 20 euro boven dit vijfjarig gemiddelde.


Het gemiddelde inkomen uit bedrijf in 2022 wordt voor melkveebedrijven geraamd op 115.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid.
Het gemiddelde inkomen uit bedrijf in 2022 wordt voor melkveebedrijven geraamd op 115.000 euro per onbetaalde arbeidsjaareenheid. © Pixabay

De totale opbrengsten nemen in 2022 met 222.000 euro toe ten opzichte van vorig jaar door de hogere melk- en veeprijzen. De totale kosten zijn dit jaar 105.000 euro hoger, onder meer door hogere voer-, kunstmest- en energieprijzen.

Vervangingsinvesteringen

Verder doen melkveehouders, al dan niet om fiscale redenen, veel vervangingsinvesteringen. Door de hogere melk- en veeprijzen nemen de opbrengsten per 100 kilo melk ruim twee keer zoveel toe als de kosten en stijgt het inkomen van 7,60 euro per 100 kilo melk in 2021 naar 19 euro in 2022.

Mede als gevolg van de hoge melkprijs stijgt de melkproductie per bedrijf in 2022 met 37.000 kilo naar gemiddeld ruim 1 miljoen kilo. Het aantal koeien per bedrijf neemt met 3 procent toe. De melkproductie per koe stijgt met 1 procent. Begin dit jaar bleef de melkproductie achter, doordat de ruwvoerkwaliteit minder was.

De prijs voor biologische melk in 2022 wordt geraamd op ruim 62 euro per 100 kilo melk, inclusief nabetaling. Dit is 10 euro hoger dan in 2021 en 4 euro hoger dan gangbaar. Na de ontkoppeling van beide prijzen lag de melkprijs in de periode 2013-2021 op biologische melkveebedrijven gemiddeld 13 eurocent hoger.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    8° / 7°
    30 %
  • Zondag
    8° / 5°
    20 %
  • Maandag
    7° / 1°
    10 %
Meer weer