40+procent+melkveehouders+moet+in+actie+komen+voor+grondgebondenheid
Nieuws
© Twan Wiermans

40 procent melkveehouders moet in actie komen voor grondgebondenheid

Als de overheid wil dat de melkveehouderij volledig grondgebonden wordt, zou 40 procent van de melkveehouders daarvoor actie moeten ondernemen. Dat schrijft minister Carola Schouten van LNV aan de Tweede Kamer.

De inzet op een grondgebonden melkvee- en rundveehouderij is een van de drie pijlers onder het mestbeleid van de toekomst. Het landbouwministerie heeft een verkenning uitgevoerd waarbij is gekeken naar de stikstofproductie, afgezet tegen de plaatsingsruimte voor stikstof. Het resultaat is een indeling van Nederlandse melkveebedrijven in vier categorieën.

De eerste categorie bestaat uit volledig grondgebonden, extensieve bedrijven. Deze produceren minder dan 170 kilo stikstof per hectare aan dierlijke mest. Zij hebben doorgaans minder dan 1,5 grootvee-eenheden (GVE) per hectare. 10 procent van de bedrijven valt in deze categorie.


Bedrijven met derogatie

De tweede categorie bestaat uit bedrijven die tussen de 170 en 250 kilo stikstof per hectare produceren en 1,5 tot 2 GVE per hectare hebben. Met de huidige derogatie kunnen deze bedrijven de mest op eigen land kwijt. Het gaat om 30 procent van de melkveebedrijven.

In de derde categorie vallen bedrijven die in potentie grondgebonden kunnen zijn. Het zijn bedrijven met derogatie die mogelijk kunnen aantonen dat ze stikstofefficiënter kunnen zijn dan forfaitair vastgesteld. Dat zouden ze in de toekomst mogelijk kunnen aantonen via bedrijfsspecifieke verantwoording. Deze bedrijven hebben doorgaans 2 tot 2,5 GVE. 20 procent van de melkveebedrijven valt in deze categorie.


Niet grondgebonden

In de vierde categorie vallen de 40 procent bedrijven die duidelijk niet grondgebonden zijn. Het gaat volgens het ministerie van LNV om bedrijven met meer dan 2,25 GVE per hectare. Ook met bedrijfsspecifieke verantwoording en derogatie zullen zij de mest niet op eigen land kwijt kunnen. Een deel van deze bedrijven zit dicht bij de grens van 2,25 GVE en kan makkelijk de stap naar grondgebondenheid zetten, in de visie van LNV.

Schouten wil de meest extensieve bedrijven zo min mogelijk belasten met regelgeving en administratie. Van meer intensieve bedrijven zal meer worden gevraagd in hun verantwoording van het mestgebruik, om milieurisico's te minimaliseren. In Nederland zijn er grote verschillen. In regio Zuid is ongeveer twee derde van de bedrijven niet grondgebonden. In regio Noord is een kwart niet grondgebonden.


Hogere veebezetting

De landbouwminister is er stellig in dat de mogelijkheid om op een bedrijfsspecifieke manier aan te tonen dat een bedrijf grondgebonden is alleen moet openstaan voor bedrijven met een GVE tussen de 2 en 2,5. 'Het is ongewenst dat deze mogelijkheid openstaat voor bedrijven met een hogere veebezetting. Die zijn zo intensief dat, ook bij een optimale inzet van de mineralenstromen op hun bedrijf, er met hoge waarschijnlijkheid toch een mestoverschot blijft bestaan. Als de mogelijkheid van bedrijfsspecifieke verantwoording voor hen wel wordt geopend, zou dat een te hoge fraudedruk geven.'

Schouten denkt daarom voor de toekomst aan een bovengrens aan de intensiteit van een rundveebedrijf, om in aanmerking te komen voor bedrijfsspecifieke verantwoording. Dat kan een maximale veebezetting per hectare zijn, van bijvoorbeeld 2,25 GVE per hectare. Een andere mogelijkheid is om naar de melkproductie per hectare te kijken. Daarmee wordt volgens LNV de prikkel weggenomen om steeds meer melk per dier te produceren. Het ministerie voelt er wel voor om de 'race naar hoge melkproducties per koe' te ontmoedigen.


Maximaal fosfaatoverschot

Er kan ook nog worden gekeken naar een maximaal fosfaatoverschot per bedrijf. Dit is volgens het ministerie de laatste optie. Voor de Wet grondgebonden groei, onderdeel van de Meststoffenwet, wordt nu gewerkt met een mate van fosfaatoverschot om te bepalen of een bedrijf bij verdere ontwikkeling voldoende grond heeft. Dit kan verder worden verfijnd.

In de visie voor het mestbeleid van de toekomst wordt ervan uitgegaan dat bedrijven die niet alle mest op eigen land kwijt kunnen, een samenwerking kunnen aangaan met andere bedrijven die nog plaatsingsruimte over hebben. Dit zal de mogelijkheden vergroten om de melkvee- en rundveehouderij grondgebonden te krijgen. Volgens de verkenning van het ministerie moet dan wel aan een aantal 'spelregels' worden gewerkt, bijvoorbeeld over de toegestane afstand tussen de bedrijven en de mate waarin grondgebondenheid mag worden ingevuld met samenwerkingsovereenkomsten.

Bekijk meer over:

Weer

  • Maandag
    18° / 15°
    70 %
  • Dinsdag
    17° / 8°
    60 %
  • Woensdag
    16° / 7°
    50 %
Meer weer