Van+Dam+bouwt+varkenstoilet+naar+eigen+ontwerp
Reportage
© Anton Dingemanse

Van Dam bouwt varkenstoilet naar eigen ontwerp

Vleesvarkenshouder Arie van Dam uit Aagtekerke bouwde in zijn stal varkenstoiletten naar eigen ontwerp. Na een aantal kleine aanpassingen functioneert het systeem nu perfect.

Omdat hij ammoniak bij de bron wilde aanpakken, koos varkenshouder Arie van Dam uit Aagtekerke voor een varkenstoilet. 'Bij een luchtwasser blijft in de afdeling ammoniak achter. De varkens lopen dan nog steeds in de vieze lucht en dat geldt ook voor jezelf. Ik wilde juist emissie voorkomen.'

Nog twee andere argumenten speelden een rol. De varkenshouder was de luchtwasser die hij sinds 2006 op een van zijn twee oudere stallen heeft, 'spuugzat'. Want het apparaat had een hoog stroomgebruik en zorgde voor extra werk.


Daarom oriënteerde de ondernemer zich op het varkenstoilet. Hij bezocht een stal die dat heeft en zag er al snel de voordelen van in. Hij installeerde het in de nieuwe stal voor 3.500 vleesvarkens, die hij in 2016 hoofdzakelijk samen met zijn zoon Gert zelf bouwde. Zodra er een afdeling klaar was, kwamen de biggen erin en gingen vader en zoon verder met de volgende afdeling.

Een big wil op zijn gemak schijten en dat doet hij niet op een plek waar drukte is

Arie van Dam, vleesvarkenshouder in Aagtekerke

80 procent dichte vloer

De hokken hebben voor 80 procent een dichte betonnen vloer. Samen met het rooster bestaat dat uit één prefabelement. Dat is twee keer zoveel dichte vloer als wettelijk verplicht is. In een groot deel van de vloer ligt vloerverwarming. De warmte voor de vloerverwarming in de biggenhokken komt voor het grootste deel van de oudere varkens.

Ook de roosters zijn van beton. 'Varkens poepen en plassen op betonnen roosters eerder dan op metalen', merkt Van Dam op. Hij noemt het de kunst om de dieren vanaf het begin zo te sturen dat ze alleen op het rooster poepen en plassen. 'Lukt dat, dan blijft de rest van het hok en daardoor ook de dieren schoon.'

Lastig eerste jaar

Dat ging niet vanzelf. Het duurde een klein jaar voordat de ondernemer dat in de vingers had. 'Op een bepaald moment dacht ik: ik stop. Ik koop geen biggen meer totdat we het hebben opgelost.' Gert van Dam: 'Je weet dat het inherent is aan nieuwe dingen, maar dat eerste jaar….'


De eerste afdeling die de varkenshouder oplegde in 2017 gaf '100 procent vieze hokken'. Met een aantal aanpassingen lukte het om in de tweede ronde al driekwart schone hokken te realiseren.

Minder dieren per hok

Een aanpassing was een wat lager aantal dieren per hok. Bij volle hokken kan de gang naar het rooster voor het varken te lang duren, waardoor er toch op de dichte vloer wordt gescheten. Ook overdekt Van Dam een hoek van elk hok in de eerste ruwweg drie weken dat biggen in het hok zitten.

'Varkens liggen graag ergens tegenaan of onder. Je ziet dat ze vaak in die hoek liggen.' Op die plek is de kier naar het voerpad goed dicht, zodat er geen koude lucht vanuit het voerpad het hok in komt. Daarnaast kwamen er twee drinknippels boven elk rooster. 'Dat gaf meer rust en door het gemorste water waren de mestpannen onder de roosters makkelijker te legen.'

Biggen leren snel

Na de tweede ronde had Van Dam het goed in de vingers. 'Biggen leren snel', is zijn ervaring. 'Na een paar uur schijt nu 90 procent van de biggen op de roosters en binnen 48 uur is het 100 procent schoon.' Als er toch nog een big de dichte vloer bevuilt, schuift Van Dam dat weg, gooit een handje zaagsel of graan op de plek en hangt een lege jerrycan op om mee te spelen.

'Een big wil op zijn gemak schijten. Dat doet hij niet op een plek waar drukte is.' De varkenshouder heeft er plezier in als hij ziet dat de biggen al snel het gewenste gedrag vertonen. 'Het kost wat meer aandacht, maar het is wel leuk.'

Stroom

De mest en urine komen in de mestpannen onder de roosters. Die worden elke week geleegd en gaan via een leiding naar de mestopslag onder een van de twee oudere stallen op het bedrijf. Een vergistingsbedrijf haalt elke week de mest op en maakt er stroom van, jaarlijks zo'n 360.000 kilowatt. Dat is vier keer het eigen gebruik.

Doordat de mest en urine niet op de dichte vloer komen, maar gelijk door het rooster in de mestpannen vallen, vindt er in de stal vrijwel geen ammoniakvorming plaats. In de stal is daardoor nauwelijks geur te ruiken. 'Bezoekers verbazen zich daarover.'

Technische resultaten

Er is niet alleen nauwelijks ammoniakvorming, ook de technische resultaten zijn prima. 'Veel beter dan in het verleden', stelt de varkenshouder tevreden vast.

Bedrijf Van Dam in vogelvlucht
Arie van Dam heeft in Aagtekerke een varkensbedrijf met een vergunning voor 5.400 vleesvarkens. De stallen zijn gebouwd in 1992, 2002 en 2016. De nieuwste stal, gebouwd in Zeeuwse stijl, heeft een capaciteit van 3.500 dieren. Van Dam bouwde die stal in eigen beheer, samen met zijn zoon Gert. Op de plek van de nieuwste stal stond een stal uit 1979 voor 1.500 dieren. Dankzij intern salderen mocht Van Dam nieuw bouwen voor meer dieren. De klimaatbeheersing in de jongste stal is energieneutraal.