Rechtszaak+ZLTO+en+POV+tegen+Brabants+milieubeleid
Nieuws
© Eigen Foto

Rechtszaak ZLTO en POV tegen Brabants milieubeleid

De civiele rechter van de rechtbank in Den Haag boog zich vandaag over de bodemprocedure van ZLTO en POV tegen de provincie Noord-Brabant. De vraag is of ook de rechter het provinciale milieubeleid voor stikstofreductie in de veehouderij te ver vindt gaan.

ZLTO en POV hebben, samen met elf veehouders, deze juridische procedure ingezet om het strenge eenzijdige milieubeleid dat de provincie Noord-Brabant in de zomer van 2017 afkondigde, van tafel te krijgen. De oorspronkelijke afspraak om in 2028 de doelen van stikstofafname te halen, moet weer leidend worden.

Advocaten van beide kampen hielden vandaag hun pleidooi. ZLTO en POV vinden de vereiste en vervroegde milieu-aanpassingen ‘disproportioneel’ omdat Brabantse veehouders onnodig worden geconfronteerd met grote investeringen, restschulden en omdat hun concurrentiepositie in het geding is in vergelijking met de rest van Nederland.

Ook het afschaffen van intern salderen voert ZLTO op als onrechtvaardig. Daarnaast hebben de zware maatregelen van de provincie volgens de boerenpartijen maar weinig effect op de natuur en heeft de provincie het stikstofaandeel van de industriesector onvoldoende in beeld.

Hand aan de kraan

De provincie stelt dat zij haar afspraken in het convenant met onder meer ZLTO niet heeft geschonden omdat er ingegrepen mocht worden als de stikstofdepositie niet snel genoeg zou afnemen, het zogenoemde hand-aan-de-kraan principe.

De rechter vroeg vandaag meermalen aan de advocaten van de provincie Noord-Brabant waarom er generieke maatregelen zijn genomen en niet plaatsspecifiek voor veehouderijen nabij Natura2000 gebieden. Het depositieaandeel van bedrijven ver van deze gebieden is gering volgens de rechter. Volgens de provincie gaat het om de totale stikstofdeken en moeten alle kleine verwaarloosbare bijdragen daaraan bij elkaar opgeteld worden.

Meer duidelijkheid

Het blijft nog ongewis welke kant het kwartje op valt. De Haagse rechtbank verwacht medio april de procederende partijen meer duidelijkheid te kunnen geven. Op 14 februari beslissen Provinciale Staten over het opschuiven van de data voor het indienen van een vergunning van 1 april 2020 naar 1 januari 2021 en het realiseren van de vergunning naar 1 oktober 2022.

In een eerdere spoedprocedure had ZLTO geëist dat deze data in ieder geval opgeschoven moesten worden, zolang de bodemprocedure loopt. De rechter ging daar niet in mee, omdat de provincie al een voorstel klaar had liggen om de data negen maanden op te schuiven. Daarvoor is 14 februari nog wel goedkeuring van Provinciale Staten nodig.

Nieuwe spoedprocedure

Mocht Provinciale Staten niet instemmen dan staat de weg voor ZLTO open om een nieuwe spoedprocedure in te dienen, om alsnog te eisen dat de data opgeschoven worden zolang de juridische procedure loopt.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    35° / 18°
    10 %
  • Zondag
    33° / 20°
    10 %
  • Maandag
    33° / 21°
    20 %
Meer weer