Wie+denkt+dat+Randstad+negatief+is+over+boer%2C+heeft+het+mis
Achtergrond
© Ruud Ploeg

Wie denkt dat Randstad negatief is over boer, heeft het mis

Randstedelingen zijn positiever over de boeren dan de boeren over hen. De kloof tussen stad en platteland is de afgelopen jaren echter wel groter geworden. Dat blijkt uit onderzoek van Nieuwe Oogst en onderzoeksbureau Magis.

In 2019 hebben de boeren van Nederland heel wat op hun bordje gehad. De bezetting van een varkensstal in Boxtel, het toenemende dierenactivisme, kritische geluiden over dierenwelzijn en milieu in de media en bijvoorbeeld de uitspraken van D66-Tweede Kamerlid Tjeerd de Groot over halvering van de veestapel.

De uitspraak van De Groot werd gedaan naar aanleiding van de stikstofcrisis die, na maanden, ons land nog steeds in volle hevigheid bezighoudt. Is de agrarische sector in het verdomhoekje terechtgekomen? De boeren als bron van dierenellende en milieuvervuiling in de ogen van burgers en het establishment?

Om te onderzoeken hoe inwoners van de Randstad aankijken tegen de agrarische sector en boeren, deed Nieuwe Oogst samen met onderzoeksbureau Magis een uitgebreid onderzoek. 500 inwoners werd gevraagd naar hun mening. Tegelijkertijd is aan boeren gevraagd hoe zij tegen Randstedelingen aankijken. 555 boeren deden aan het onderzoek mee. (Zie de onderzoeksverantwoording onderaan dit artikel.)

Een zorgelijke ontwikkeling is de steun van jongeren voor de sector

Veessen0157-N
Veessen0157-N © Ruud Ploeg

Boeren moeten blijven

En daaruit kwamen opvallende resultaten. Want wie denkt dat inwoners van de Randstad negatief zijn over boeren en tuinders, heeft het mis. Inwoners uit Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn ronduit positief over boeren. De uitkomsten van het onderzoek laten dit beeld overduidelijk zien. 95 procent van de Randstedelingen vindt dat Nederland boeren en tuinders moet blijven houden.

Verder is 78 procent bezorgd over de toekomst van de agrarische sector en 94 procent van de ondervraagden geeft aan boeren ‘belangrijk’ te vinden. Opvallend is dat slechts 29 procent denkt dat landbouw de meeste stikstof uitstoot en 26 procent ziet de landbouw als vervuilend of slecht voor het milieu.

Andersom is er eerder wat aan de hand. Boeren kijken veel minder positief naar inwoners uit de Randstad. 93,8 procent van de boeren en tuinders vindt dat Randstedelingen geen of weinig beeld hebben van het leven op het platteland en 95 procent meent dat Randstedelingen te weinig kennis hebben van het platteland. Van de boeren en tuinders denkt 67 procent dat Randstedelingen alleen hun eigen omgeving belangrijk vinden. Een even hoog percentage meent dat Randstedelingen zich boven een ander plaatsen. 41 procent van de boeren en tuinders geeft aan meer in contact te willen staan met de stad, 59 procent geeft aan niet per se meer dan nu contact te willen hebben met Randstedelingen.

Boeren denken niet alleen negatiever over de inwoners van de Randstad zelf. Ze blijken ook bevooroordeeld te zijn over wat de stedelingen van hen vinden. Veel boeren denken dat inwoners van de vier grote steden negatief en in stereotypen over boeren denken. Zo denkt 71,5 procent van de boeren dat inwoners van de Randstad denken dat ze de hele dag in laarzen of klompen en in een overall lopen. 73,6 procent verwacht dat Randstedelingen denken dat boeren allemaal in dialect spreken. 63,3 procent verwacht dat inwoners uit de Randstad hen ‘ouderwets ingesteld’ vinden.

Calimero-effect?

Wat is hier aan de hand? Waarom denken boeren negatiever over stedelingen dan andersom? Is hier sprake van het calimero-effect: ‘Zij zijn groot en ik is klein’? Want één ding is zeker: bij de sector zijn steeds minder mensen betrokken. Van de bevolking in Nederland neemt het percentage dat werkzaam is in de agrarische sector, af. En ook het aantal mensen dat een boer kent of iemand die in de agrarische sector werkt, neemt af.

Uit onderzoek van de Verenigde Naties (VN) blijkt dat het aantal mensen in Nederland dat op het platteland woont, afneemt. Dit komt enerzijds door de groei van de steden en anderzijds door de daling van het aantal inwoners op het platteland. Deze trend is in vergelijking met andere Europese landen in Nederland het sterkst. Tussen 1950 en 2017 daalde in Nederland het aantal plattelanders met 67 procent. De prognose van de VN is dat in 2042 maar liefst 96 procent van de inwoners in Nederland woont in een stad.

Veessen0157-N
Veessen0157-N © Ruud Ploeg

Die trend zet dus door, laat ook het onderzoek van Nieuwe Oogst zien. Een derde deel van de Randstedelingen kent de veehouderij, akker- en tuinbouw alleen van de producten (36 procent) of heeft nooit te maken met agrariërs (gemiddeld 36 procent). Dit laatste is in vergelijking met 2012, toen dit onderzoek ook is gedaan, gestegen. Toen gaf 24 procent van de ondervraagden aan nooit te maken te hebben met veehouders. Dat is 28 procent voor de akker- en tuinbouw. Anno 2019 heeft 31 procent van de inwoners van de Randstad nog nooit een boer of tuinder bezocht en 50 procent heeft geen behoefte aan contact.

Veranderd beeld over boeren

Hoewel minder mensen dan in 2012 aangeven te maken te hebben met boeren, meent 67 procent van de Randstedelingen dat mensen in de stad het boerenleven begrijpen. Op meer fronten is het beeld van stedelingen over boeren veranderd ten opzichte van 2012. 11 procent van de Randstedelingen geeft aan dat de kijk op de boer naar aanleiding van de boerenprotesten in oktober en november negatiever is geworden. 60 procent van de inwoners van de Randstad ziet boeren als hoogopgeleid en ook dat is meer dan 7 jaar geleden. Ruim driekwart vindt dat veehouders vernieuwend zijn en dat is bijna 10 procent meer dan in 2012.

Over veehouders is het beeld van bijna 70 procent van de ondervraagden veranderd, zowel in positieve als negatieve zin. Oorzaken hiervan zijn de boerenprotesten, de impact van de veehouderij op het milieu en het harde werken van veehouders. Akkerbouwers en tuinders worden eveneens gezien als ‘een harde werker’, ‘belangrijk’ en ‘ondernemend’. Andere associaties die Randstedelingen aan akker- en tuinbouwers geven zijn ‘vriendelijk’ en ‘natuur’.

Bereid meer te betalen

De zorg van Randstedelingen over de toekomst van boeren lijkt door hen ook praktisch te worden vertaald. 74 procent van de inwoners van de Randstad is namelijk bereid om meer te betalen voor producten als de boer en natuur daarmee geholpen worden. Het is natuurlijk de vraag in hoeverre dit stand houdt als dezelfde burger als consument in de supermarkt staat. Bovendien is de markt afhankelijk van wat er in het buitenland gebeurt. In oktober dit jaar concludeerde de Taskforce Verdienvermogen onder leiding van oud-gedeputeerde Hester Maij al, dat Nederlandse boeren en tuinders zich gemakkelijk uit de markt kunnen prijzen als ze overschakelen op kringlooplandbouw als andere landen dat niet doen. De marktmacht van individuele boeren is te klein. Maar de consument en zeker de retail kunnen eerder een vuist maken. Dit signaal lijkt dus hoopvol voor de sector.

Het onderzoek onder de burgers laat niet alleen maar loftuitingen zien richting de agrarische sector. Er komen wel degelijk zaken naar boven die aandacht verdienen als boeren en tuinders de steun van inwoners van de Randstad willen behouden.

Met name de omgang met dieren, het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de uitstoot van emissies door de agrarische sector zijn heikele punten. De ondervraagden laten duidelijk merken hierover zorgen te hebben. Ze wensen dat vee diervriendelijk wordt gehouden en dat zowel veehouders als akkerbouwers en tuinders milieuvriendelijk werken.

• In het dossier Stad en platteland verschijnen de komende week verschillende interviews met boeren en Randstedelingen


Beeld over diervriendelijkheid

Op dit moment vindt 21 procent van de ondervraagden dat de Nederlandse veehouders dieronvriendelijk werken. 28 procent vindt de akker- en tuinbouw milieuonvriendelijk. Het beeld dat een veehouder milieuvriendelijk werkt, is in vergelijking met 2012 gedaald. Toen gaf 76 procent aan de veehouders als milieuvriendelijk te zien, nu is dat 61 procent.

Om een positiever imago te krijgen zouden veehouders volgens de stedelingen diervriendelijker moeten gaan werken en moet de sector de uitstoot van emissies die slecht zijn voor het milieu verminderen.

Voor akker- en tuinbouw geldt dat voor ongeveer 40 procent van de Randstedelingen het beeld van de akkerbouwer en tuinder niet is veranderd ten opzichte van 2012. Het beeld van de meerderheid veranderde dus wel in de afgelopen zeven jaar. Volgens de respondenten zal het terugdringen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen het imago van de plantaardige sectoren positief beïnvloeden.

Jongvolwassenen kritischer

Een zorgelijke ontwikkeling is de steun en sympathie voor de sector van jonge volwassenen. Stedelingen tussen de 25 en 34 jaar blijken een stuk kritischer te zijn en minder positief. Het onderzoek is uitgevoerd onder Randstedelingen van 25 jaar en ouder. Slechts 46 procent van stedelingen tussen de 25 en 34 jaar ziet de veehouder als hoogopgeleid tegen 55 tot 69 procent in de andere leeftijdscategorieën. 63 procent van de ‘jonge stedelingen’ vindt Nederlandse veehouders diervriendelijk. In de andere leeftijdscategorieën ligt dat met percentages tussen de 68 en 85 procent een stuk hoger.

Het negatievere beeld van de jongeren gaat niet alleen over milieu en diervriendelijkheid, maar ook over vernieuwing en modernisering. De leeftijdscategorie 25-34 vindt de akker- en tuinbouw bijvoorbeeld minder vernieuwend dan oudere inwoners uit de Randstad. Slechts 30 procent in de leeftijdscategorie 25-34 ziet de Nederlandse akker- en tuinbouw als milieuvriendelijk.

Wereld te winnen

Er lijkt dus een wereld te winnen voor educatie en boer-burgerverbinding met als specifieke doelgroep de jongeren. De belangenorganisaties ZLTO, LTO Noord en LLTB hebben hier al diverse initiatieven voor ontwikkeld. Voorbeelden van maatschappelijke stages op boerenbedrijven zijn het meehelpen op een open dag, meehelpen op een zorgboerderij, producten verzamelen op agrarische bedrijven en hiermee een maaltijd bereiden in samenwerking met de Voedselbank.

Zijn dit inderdaad de voorbeelden waardoor kinderen en jongeren een beter beeld van de agrarische sector krijgen? Zou het helpen als bijvoorbeeld elke schoolklas een keer een boerderij bezoekt? Het lijkt er niet op, want uit het onderzoek blijkt dat de kloof de laatste jaren alleen maar toeneemt.

Het huidige kabinet introduceerde de maatschappelijke diensttijd. Die wordt in 2020 ingevoerd. Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie Carla Dik-Faber wil dat jongeren deze ook kunnen vervullen op een boerderij. ‘Zeker voor jongeren die ver van het platteland opgroeien, is dit een uitgelezen kans’, zei ze hierover. Als jongeren kiezen voor diensttijd op een boerderij doen ze volgens haar een onvergetelijke ervaring op en dragen ze een steentje bij aan de voedselproductie.

Eigen ideeën over verduurzaming

De geënquêteerde boeren hebben er zelf ook wel ideeën over. ‘In plaats van allerlei verre reizen te maken zouden inwoners uit de grote steden vaker het Nederlandse platteland kunnen bezoeken’, wordt door iemand gesuggereerd. ‘Geef al vanaf de basisschoolleeftijd voorlichting over de manier van werken door Nederlandse boeren’, schrijft een ander. Een volgende ziet een belangrijke rol weggelegd voor het onderwijs: ‘Biedt kinderen educatie aan op de boerderij. Melk komt niet uit de winkel. Verplicht ook ambtenaren om twee keer per jaar een boerderij te bezoeken en in gesprek te gaan met de boer.’

Het verkeerde beeld van de sector komt volgens veel boeren ook door de ‘groene lobby’ en het beeld dat door de media van de sector geschetst wordt. ‘De media schetsen, zonder vooraf getoetst te hebben, negatieve berichten. Als er ook eens positieve berichten zijn over de inspanningen die door de mensen op het platteland geleverd worden, op televisie, krant of sociale media, dan komt er misschien ook een andere beleving in de stad.’

Veessen0157-N
Veessen0157-N © Ruud Ploeg

Verbazing over onwetendheid

Iemand met een gastenverblijf verbaast zich over de onwetendheid van veel stedelingen over de sector. ‘Melken jullie al die koeien met de hand?’, vragen gasten bijvoorbeeld. ‘Worden ze elke dag gemolken? Wat? Wel twee keer per dag? Ze snappen bijvoorbeeld niet dat koeien buiten laten lopen in de winter niet kan. Maar als ik het uitleg, krijg ik er wel veel begrip voor.’

Een heel aantal boeren in het onderzoek laat weten positief verrast te zijn door de reacties van burgers op de acties in onder meer Den Haag. ‘Ik kreeg de laatste jaren het gevoel dat veel mensen negatief naar de boeren keken. Het leek wel alsof we een milieucrimineel waren en slecht met onze dieren omgaan! Nu heb ik gezien en gehoord dat wat je veel in de media hoort, ziet en leest, niet de grote groep mensen vertegenwoordigt.’

En een ander: ‘Er staan nog zeer veel burgers achter ons. Ik dacht al jaren dat dat anders was.’ Een derde reactie: ‘Mijn beeld is gebaseerd op mijn ervaringen met medemensen die soms toevallig of met reden in de Randstad wonen. Misschien hebben wij als boeren wel meer last van de stadse mensen die op het platteland wonen.’

Wederzijds begrip dankzij boerenprotesten

De boerenprotestacties lijken op deze manier niet alleen te hebben bijgedragen aan het vergroten van de zichtbaarheid van boeren aan de maatschappij. Andersom hebben heel wat boeren ook een ander beeld gekregen van burgers, door het boerenerf te verlaten en al protesterend de stad in te trekken. De boer-burgerverbinding in optima forma, maar tegelijkertijd een unieke gebeurtenis.

Het laat zien wat de uitkomsten van het onderzoek van Nieuwe Oogst ook aantonen: boeren en tuinders horen bij Nederland. In ieder geval volgens bijna honderd procent van de inwoners van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht.

• Lees meer over het thema Stad en platteland


Medeauteur: Esther de Snoo

Onderzoeksverantwoording
Het agrarisch multimediaplatform Nieuwe Oogst heeft in samenwerking met onderzoeksbureau Magis marketing & research een onderzoek uitgevoerd om het imago van boeren en tuinders onder Randstedelingen te achterhalen. Randstedelingen gevestigd in Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht hebben in november 2019 hun oordeel gegeven over de boer en tuinder. Inwoners van bovengenoemde steden zijn door middel van een online panel uitgenodigd en hebben in de periode van 22 tot en met 27 november 2019 deel kunnen nemen aan het onderzoek. Om een gedegen uitspraak over de steden te doen is een gelijke verdeling gemaakt.

Aan het onderzoek hebben van iedere stad (Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht) 125 respondenten deelgenomen, in totaal 500 mensen in de Randstad. Het onderzoek heeft een betrouwbaarheid van 95 procent en een foutmarge van 5 procent. Dit betekent dat de kans op dezelfde resultaten bij exacte herhaling van het onderzoek 95 procent is. Het aantal respondenten kan per vraag variëren, omdat de respondenten die een vraag met ‘niet van toepassing’ hebben beantwoord buiten beschouwing zijn gelaten. Dit heeft als doel een zo betrouwbaar en realistisch mogelijk beeld te schetsen.

Nieuwe Oogst voerde het onderzoek onder boeren zelf uit via het Nieuwe Oogst Opiniepanel. Nieuwe Oogst berekent de steekproefgrootte voor ieder onderzoek aan de hand van een maximale foutmarge van 5 procent (het streven is 3 procent) en een betrouwbaarheidsniveau van 95 procent. Vervolgens wordt het benodigde aantal respondenten uit het bestaande adressenbestand gehaald met LTO- en niet-LTO-leden, gefilterd op doelgroep en willekeurig geselecteerd. Er wordt een bestand bijgehouden met alle selectiemethodes, zodat er zo vaak mogelijk unieke mailadressen worden gebruikt.

Aan het onderzoek hebben in totaal 555 mensen met een land- of tuinbouwbedrijf deelgenomen. 360 van hen zijn veehouder, 191 zijn afkomstig uit de akker- en tuinbouw, 4 respondenten hebben niet aangegeven in welke sector zij werkzaam zijn. De respondenten zijn gelijkmatig verdeeld over de twaalf provincies. Bijna de helft van hen heeft een mbo-opleiding genoten, een kwart hbo, 7 procent vmbo en bijna 4 procent volgde een universitaire opleiding.

Vergelijkbaar onderzoek in 2012
In 2012 heeft Nieuwe Oogst, ook in samenwerking met Magis, onderzoek naar het imago van boeren en tuinders onder burgers uitgevoerd. Dit onderzoek is nu herhaald en geeft de input voor de eindejaarsspecial ‘Stad en platteland’. Door het actuele boerenprotest naar aanleiding van de stikstofproblematiek alsook uitspraken door Tweede Kamerlid Tjeerd de Groot (D66) wilde Nieuwe Oogst achterhalen in hoeverre er sprake is van een kloof tussen stad en platteland. De diverse imago-onderzoeken die landelijk zijn uitgevoerd beperken zich tot de boerenacties zelf en in hoeverre burgers deze acties steunen.

Bekijk meer over:

Weer

  • Maandag
    19° / 13°
    40 %
  • Dinsdag
    18° / 13°
    70 %
  • Woensdag
    17° / 11°
    70 %
Meer weer