Kringlooplandboeren+willen+goed+verdienmodel
Achtergrond
© Twan Wiermans

Kringlooplandboeren willen goed verdienmodel

Koplopers in kringlooplandbouw, zoals leden van de Vereniging tot Behoud van Boer & Milieu (VBBM), hebben dringend behoefte aan een goed verdienmodel en regelgeving die hen stimuleert in plaats van frustreert. Dat betogen Jan Willem Erisman en Frank Verhoeven, prominente kringlooplandbouwadviseurs van landbouwminister Carola Schouten.

Koplopers in kringlooplandbouw, zoals leden van de Vereniging tot Behoud van Boer & Milieu (VBBM), hebben dringend behoefte aan een goed verdienmodel en regelgeving die hen stimuleert in plaats van frustreert. Dat betogen Jan Willem Erisman en Frank Verhoeven, prominente kringlooplandbouwadviseurs van landbouwminister Carola Schouten.

Wat wordt er nu precies onder kringloopboeren verstaan? Landbouwminister Carola Schouten ging er vorig jaar zomer met kringloopvoorvechter Frank Verhoeven over in gesprek. Hij kreeg de opdracht hierover een analyse te maken, die hij samen met directeur Jan Willem Erisman van het Louis Bolk Instituut uitvoerde.

Aanbevelingen

Tijdens de dertigste jaarvergadering van de Vereniging tot Behoud van Boer & Milieu (VBBM) op vrijdag 20 september in Nijkerk lichtten de twee hun kijk op kringlooplandbouw in de praktijk toe en deden zij aanbevelingen voor beleid.

Beloningen voor biodiversiteit, milieu en klimaat stapelen

Jan Willem Erisman en Frank Verhoeven, kringloopadviseurs

Kringlooplandbouw betekent volgens Verhoeven en Erisman het optimaliseren van het bedrijfsrendement in brede zin, met opvolgersperspectief, door zoveel mogelijk gebruik te maken van eigen niet aangekochte beschikbare middelen in evenwicht en met respect voor de natuurlijke omgeving.

5 procent

Biologisch-dynamische boeren, een deel van de biologische sector, boeren die volgens de principes van Stichting Veldleeuwerik werken en vernieuwende veehouders zoals de Herenboeren voldoen aan deze definitie. In totaal gaat het om 5 procent van alle agrarische bedrijven.

Het gros van de VBBM-leden hoort hier ook bij. Want een zo laag mogelijk stikstofoverschot door zo min mogelijk aankoop van krachtvoer, kunstmest en technische hulpmiddelen zoals precisietechnologie is altijd hun streven geweest. Hoe lager het stikstofoverschot, hoe meer biodiversiteit en hoe groter de vee- en bodemgezondheid.

Vrijstelling

VBBM-leden onderscheiden zich bovendien door hun vrijstelling om bovengronds mest te mogen uitrijden, want 'geen dier stopt zijn eigen mest onder de grond'.

Dat slechts 5 procent van de agrarische sector aan de definitie van kringlooplandbouw die Erisman en Verhoeven hebben geformuleerd voldoet, is niet de schuld van de boeren, maar het gevolg van de macro-economische systematiek.

Gevangen

Daardoor hebben de meeste veehouders geen keus meer en zitten ze gevangen in een spiraal van efficiëntie en schulden met onvoldoende rendement op dit vreemd vermogen waardoor het opvolgersperspectief verdwijnt. Ze zijn afhankelijk gemaakt van de agribusiness.

Door met kritieke prestatie-indicatoren (KPI's) voor biodiversiteit, milieu en klimaat te werken en beloningen te stapelen, kan toch een duurzaam verdienmodel ontstaan, betogen Erisman en Verhoeven.

Heet hangijzer

Beloningen van de zuivelverwerker maar ook in het kader van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), waterschappen, provinciale subsidies en aantrekkelijke financieringen. Het moet niet op een starre manier worden ingevuld waardoor elk kruisje in de beoordeling waar niet aan kan worden voldaan, in een heet hangijzer verandert.

De telefoon van Verhoeven stond roodgloeiend, toen zuivelconcern FrieslandCampina vorig jaar de KPI-methode introduceerde met de PlanetProof-criteria. Vooral de CO2-uitstooteisen zijn een ergernis waaraan menigeen die veronderstelt een goed scorende kringloopboer te zijn, niet kan voldoen omdat de bedrijfsvoering te extensief is.

Voorbeeld

Kringloopboeren volgens de definitie van Erisman en Verhoeven kunnen als voorbeeld en inspiratie dienen voor de boeren die nu de gemiddelde landbouwpraktijk volgen, maar het graag anders willen.

Als deze boeren, maar ook hun adviseurs, de kennispartners en de beleidsmakers, ook de principes van de kringlooplandbouw doorvoeren, dan moet de bereidheid en de mogelijkheid er zijn om van specialisatie te verbreden naar een meer integrale aanpak. Biodivers boeren noemen ze dat.

Tegendeel

Nu dreigt juist het tegendeel. Het oplossen van de stikstofproblematiek kan tot gevolg hebben dat de landschapsboer verdwijnt en de schaalvergroting nog meer wordt aangezwengeld.

Alleen grote kredietwaardige bedrijven kunnen met nieuwe stalsystemen voldoen aan de strengste eisen op het gebied van stikstofuitstoot. Terwijl de kringloopstal bij uitstek, namelijk de potstal met stro, goed voor de mestkwaliteit en bodemgezondheid, wettelijk geregistreerd staat als het staltype met de hoogste ammoniakuitstoot.

Averechts

VBBM-veehouders zijn er bepaald niet gerust op dat Schouten hen vrijwaart van milieu- en klimaatinvesteringen die volgens hen averechts werken. De vrijstelling die ze hebben gekregen om bovengronds mest te mogen uitrijden, is geen zekerheid voor onbepaalde tijd, maar verleend voor een periode van vijf jaar. Een vrijstelling die zwaar bevochten moest worden.

Daarom raadt de VBBM de minister aan extra te investeren in onderzoek naar mest- en bodemkwaliteit, zodat VBBM-boeren niet langer door emissiearme mestwetgeving die de ammoniakuitstoot tegengaat, maar het bodemleven schaadt, worden gehinderd.

Broodfonds voor omschakeling
Ambtenaren van het ministerie van LNV zullen ongetwijfeld de boodschap mee naar huis hebben genomen dat het verdienmodel van biodiverse kringloopboeren beter moet. Tijdens de VBBM-jaarvergadering op 20 september in Nijkerk illustreerden de praktijkverhalen van melkveehouder Tom Keuper uit Megchelen en de biologische bloembollenteler John Huiberts uit Sint Maartensbrug dat. Beide enthousiaste kringlooppioniers vonden weliswaar het plezier in het boeren terug, maar verkochten ook bedrijfskapitaal om de omschakeling mogelijk te maken. Een broodfonds zou een oplossing kunnen zijn. Broodfondsen zijn onder zzp'ers vooral in het leven geroepen als alternatief voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering. Ze bestaan uit minimaal twintig tot maximaal vijftig ondernemers, die elkaar bij ziekte steunen. Daarvoor zetten ze elke maand een vast bedrag opzij.

Bekijk meer over: