Schoon+drinkwater+helpt+biggen+stap+verder
Achtergrond
© De Snuitgeverij

Schoon drinkwater helpt biggen stap verder

Alles in het werk stellen om een goede opname van drinkwater bij biggen te krijgen is net zo belangrijk als het stimuleren van de voeropname. Genoeg drinkplekken goed inrichten is nodig voor optimale prestaties. Een goed drinkwatersysteem levert elke dag geld op.

Het is niet vanzelfsprekend dat gespeende biggen onder alle omstandigheden voldoende vers schoon drinkwater kunnen opnemen. In een opfokafdeling is het doorgaans behoorlijk warm, zeker bij opleg van de biggen. Ze drinken dan nog weinig waardoor de doorstroomsnelheid in de leidingen laag is en het water flink opwarmt.

'Dat zorgt voor een overmatige groei van bacteriën, virussen, schimmels en gisten', zegt Erwin van der Wielen van Kewi Services. 'Een drinkwatersysteem in een stal moet net zo goed zijn als in een woonhuis. Maar meestal heeft een stalinrichter bij de aanleg te weinig aandacht voor waterkwaliteit en vermorsing. Daarnaast lijkt het erop alsof varkenshouders niet willen investeren en kiezen voor het toepassen van desinfectiemiddelen en toevoegingen aan het water.'

Geen drinkbakje

Schoon drinkwater en een drinkbakje gaan volgens de waterexpert absoluut niet samen. In het lekwater onder in het bakje zijn alle denkbare bacteriën en virussen terug te vinden. 'Het gaat een varkenshouder niet lukken om elk drinkbakje iedere dag schoon te maken en te ontsmetten. Het gebruik daarvan in de biggenopfok is wat mij betreft verleden tijd.'

Meestal heeft een stalinrichter bij de aanleg te weinig aandacht voor waterkwaliteit en vermorsing

Erwin van der Wielen, Kewi Services

Anita Hoofs, onderzoeker bij Wageningen Livestock Research beaamt dat er bij hygiëne van drinkbakjes winst is te behalen. 'Het zou mooi zijn als er een drinkbakje wordt ontwikkeld dat snel en goed schoon is te maken.'

Drinknippel

Een drinknippel geeft meer garantie op een opname van schoon en vers drinkwater. Zeker bij biggen komt de spits om een goede nippel met de juiste doorstroming op de correcte hoogte en goede bereikbare plek te hebben. Een complicerende factor bij groeiende dieren is het frequent veranderen van de beste nippelhoogte. Hoofs: 'Als een big niet de goede drinkhouding aan kan nemen, zal het vermorsen van water toenemen.'

De ideale hoogte van een schuin geplaatste nippel onder een hoek van 45 graden is 5 centimeter boven de rughoogte van de big. Bij een rechte nippel is het aanhouden van de rughoogte het beste. Bij opleg van de biggen moet een schuine nippel op 25 centimeter boven de roostervloer zitten. Bij biggen van 25 kilo is dat 55 centimeter boven de vloer. Bij rechte nippels is dat respectievelijk 20 en 45 centimeter.

Verschillende hoogten

'Een in hoogte verstelbare nippel zou ideaal zijn, maar ik vrees dat niet veel zeugenhouders goed met die optie omgaan. Daarom kun je beter twee of liever drie nippels op verschillende hoogten plaatsen', zegt Van der Wielen.

Hoofs benadrukt de noodzaak van een goede bereikbaarheid. 'Help biggen na opleg een handje door tijdelijk een stoeptegel onder de nippel te leggen.'

Waterafgifte

De afstelling van de waterafgifte van de nippel is ook van eminent belang. 'Als de waterafgifte te hoog is, het water in de bek spuit en in de neus terechtkomt, dan ervaart een big het opnemen van water als heel vervelend', beklemtoont de onderzoeker. 'Dat kan ervoor zorgen dat biggen minder drinken dan goed voor ze zou zijn. Een nippel met een opbrengst van 500 milliliter per minuut is goed.'

De waterafgifte moet goed passen bij de slikcapaciteit van de big, vult Van der Wielen aan. 'Metingen bewijzen dat daarin grote verschillen bestaan tussen speenleeftijden. Bij op vier weken gespeende biggen past een afgifte van 500 milliliter per minuut, maar speen je jonger, dan is 250 milliliter beter.'

Voermoment

Biggen drinken bij voorkeur rondom de momenten van voeren. Ongeveer 85 procent van de dagelijkse wateropname van een big vindt dan plaats. Op die belangrijke momenten moeten ze dus volop kunnen drinken. Een drinknippel per tien biggen is echt het minimum. Aan te raden is het om de eerste twee dagen na opleg extra water bij te geven in een kom.

Zijn in een biggenopfokhok meerdere nippels nodig, dan is de onderlinge afstand ook een aandachtspunt. Een afstand van 50 tot 60 centimeter tussen twee drinkpunten is prima. Hoofs: 'Maar plaats nippels nooit in een hoek en zeker niet tussen de hokafscheiding en een voerbak. Staat een ranghoog dier te vreten, dan krijgen andere biggen geen kans om te drinken.'

Drinkbak en waterkwaliteit
Het verschil in waterkwaliteit tussen een drinknippel en drinkbak is onderzocht in het project 'Serious Farming'. Op varkensbedrijven zijn monsters genomen van het water bij de bron en uit de nippels of bakjes bij gespeende biggen. Het water bij de bron was overal microbiologisch schoon. Het totaal kiemgetal per milliliter water was nul. Er waren geen streptokokken of resistente bacteriën. De kwaliteit uit de drinknippels was goed. Het totaal kiemgetal was 5.856 kve (kolonievormende eenheden) per milliliter, ruim onder de norm voor goed drinkwater (10.000 kve per milliliter). Wel werden er streptokokken gevonden in watermonsters uit nippels (339 kve per milliliter) plus 31 kve per milliliter van resistente bacteriën. Bij drinkbakjes is er geen sprake van schoon water. Het totaal kiemgetal lag boven de 2 miljoen kve per milliliter, ruim boven de grens van een slechte drinkwaterkwaliteit voor varkens (meer dan 100.000 kve per milliliter). Ook het aantal streptokokken was met 13.570 kve per milliliter hoog, evenals het aandeel resistente bacteriën met 3.406 kve per milliliter. Bij biggen zijn drinkbakjes daardoor een extra risico voor de darmgezondheid.


Wateropname monitoren
Omdat een goede wateropname zo belangrijk is voor de gezondheid en prestaties, is het voortdurend monitoren van het waterverbruik aan te raden. Gespeende biggen zijn de meest ideale groep. Hoe eerder een probleem bij de biggen na spenen wordt opgemerkt, hoe eerder ingrijpen mogelijk is en hoe sneller echte problemen kunnen worden voorkomen. De wateropname door gespeende biggen loopt in de loop van de ronde langzaam op, doordat ze steeds meer voer opnemen. Daarnaast is er een duidelijk patroon zichtbaar in de opname over de dag heen. Afwijkingen van de normale stijging van de watercurve en het drinkpatroon zijn een indicatie dat er mogelijk wat aan de hand is. De wateropname daalt bijvoorbeeld al een paar dagen voordat biggen zichtbaar ziek worden. Bij koorts of diarree kan de wateropname juist stijgen en afwijken van het normale drinkpatroon. Een stijgende opname is ook te zien als het te warm is in de afdeling of als de biggen geen voer krijgen. Een oplopende wateropname kan ook uit verveling komen, wat een voorbode kan zijn van staartbijten. Met monitoren van de wateropname zijn dus risicofactoren op te sporen, mits je er oog voor hebt.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    7° / 4°
    50 %
  • Zondag
    8° / 4°
    70 %
  • Maandag
    8° / 5°
    60 %
Meer weer