Mestverwerkingsplicht melkveehouders 2015

Melkveehouders moeten in 2015 in veel situaties meer mest verwerken dan in 2014. Dit komt onder meer doordat de fosfaatgebruiksnormen in 2015 voor vrijwel alle grond met 5 kilo per hectare zijn verlaagd. Hierdoor is bij gelijkblijvende oppervlakte landbouwgrond de fosfaatplaatsingsruimte kleiner geworden en dus het mestoverschot toegenomen.

Verder zijn in 2015 de verwerkingspercentages verhoogd. Regio Oost heeft in 2015 een verwerkingspercentage van 30 procent, Zuid 50 procent en Overig 10 procent. Vervolgens komt daar het effect van de melkveewet overheen. Hierin is geregeld dat melkveebedrijven ten opzichte van 2013 mogen groeien als er voldoende grond bij het bedrijf is om de mest te plaatsen of als het bedrijf de extra geproduceerde mest 100 procent laat verwerken (of een combinatie van beide).
De melkveefosfaatreferentie wordt gebruikt om te bepalen of de mestproductie van melkvee is gestegen. De referentie is het door melkvee geproduceerde fosfaatoverschot in 2013. Het fosfaatoverschot boven de melkveefosfaat-referentie wordt het melkveefosfaatoverschot (MFO) genoemd.
Het MFO wordt als volgt berekend: de hoeveelheid fosfaat geproduceerd door het melkvee minus de fosfaatplaatsingsruimte minus de melkveefosfaatreferentie van het bedrijf. Het MFO moet 100 procent verwerkt worden. De regionale mestverwerkingspercentages zijn alleen van toepassing op de melkveefosfaatreferentie.
Voor de totale hoeveelheid te verwerken mest gelden dezelfde regels als bij de mestverwerkingsplicht voor een landbouwer. Zo gelden hier ook de uitzonderingen op de verwerkingsplicht.
Meer informatie is te vinden via www.rvo.nl (zoek op ‘verantwoorde groei melkveehouderij’ en ‘mestverwerkingsplicht landbouwer’).

Weer

  • Woensdag
    9° / -3°
    30 %
  • Donderdag
    10° / 2°
    50 %
  • Vrijdag
    9° / 3°
    20 %
Meer weer