Politieke onzekerheid zet gebiedsproces verder op scherp

Van een koude kermis thuiskomen. Dat gevoel kregen agrarisch ondernemers in de Oostrand van de Noordoostpolder toen zij in 2022 geconfronteerd werden met het Flevolandse stikstofreductieplan. In plaats van af te wachten, sloegen zij de handen ineen voor een kansrijk gebiedsproces.

Agrariërs in de Oostrand van de Noordoostpolder werken aan een gebiedsproces. /SHIFTTAB/Foto’s: Freddy Schinkel
© Freddy Schinkel

Een provinciaal stikstofreductieplan waarbij agrariërs 50 procent moeten reduceren op hun stalemissie en 20 procent op veldemissies. Het plan, dat Flevoland een aantal jaar geleden aan de 85 ondernemers in de Oostrand van de Noordoostpolder presenteerde, deed de gemoederen hoog oplopen.

Als antwoord daarop startte van onderop al snel een gebiedsproces. ‘We zijn best ver’, vertelt Marcel Scholtens, akkerbouwer en vleesveehouder in Luttelgeest en een van de initiatiefnemers. ‘Er liggen kansen en we worden inmiddels als voorbeeld gezien. Alleen nu fietst Den Haag met de nieuwe stikstofplannen erdoorheen’, verzucht de ondernemer. ‘Hoe komt het nu? Welke kant gaan we op? Het is onduidelijk, maar vooralsnog gaan wij gestaag door.’

Goed schrikken

De boodschap van de provincie in het voorjaar van 2022 was kraakhelder: de Flevolandse land- en tuinbouw moet hoe dan ook reduceren. Vooral de agrarisch ondernemers in de Oostrand van de Noordoostpolder staan hiervoor aan de lat. ‘De schrik zat er goed in’, weet Scholtens nog heel goed. ‘Onze toekomst en die van jonge toekomstige ondernemers werd in één klap onzeker.’

‘Wat betekent dit voor mijn bedrijf? Wat is mijn positie als ondernemer en kan ik op deze plek nog wel verder boeren?’, waren vragen die werden gesteld, gaat hij verder. ‘En dat in Flevoland, een diverse en ondernemende provincie met een sterke agrarische sector en de meest vruchtbare landbouwgrond.’

‘Het was een demotiverend bericht’, valt Martin van de Peut, varkenshouder in Marknesse, hem bij. ‘De boodschap en de manier waarop de provincie deze tijdens keukentafelgesprekken naar de ondernemers in het gebied overbracht, zorgde voor veel weerstand. Velen knapten daarop af’, herinnert hij zich nog.

De Weerribben-Wieden

De Oostrand van de Noordoostpolder kenmerkt zich als een divers en leefbaar gebied. De diversiteit binnen alleen al de agrarische sector is groot. Naast (biologische) melkveehouders boeren er akkerbouwers, varkenshouders, pluimveehouders, geitenhouders, bloembollenkwekers en fruittelers. ‘We werken goed samen’, vertelt Van de Peut. ‘Denk aan landgebruik, wisselteelten en mestafzet en mestaanvoer. Dat maakt het ondernemerschap in dit gebied sterk’, weet hij.

Hoewel de agrarisch ondernemers binnen de provinciale grenzen feitelijk gezien niet dicht bij een Natura 2000-gebied boeren, moeten zij wel ten behoeve van een natuurgebied fors reduceren.

We zijn best ver, alleen nu fietst Den Haag met haar plannen erdoorheen

Marcel Scholtens, akkerbouwer en vleesveehouder in Luttelgeest (FL)

Het gaat om het natuurgebied De Weerribben-Wieden in provincie Overijssel, wat aan de andere kant van de dijk ligt. ‘Provincie Flevoland heeft zichzelf als doel gesteld dat de stikstofuitstoot op dat natuurgebied flink moet worden teruggebracht’, weet Scholtens.

De Flevolandse aanpak is gebaseerd op de landelijke opgave. Met haar aanpak, waarbij de agrariërs in de Oostrand van de Noordoostpolder 50 procent moeten reduceren op hun stalemissie en 20 procent op veldemissies, verwacht de provincie haar doelstelling te halen.

De Weerribben-Wieden ligt namelijk het dichtst bij van alle Natura 2000-gebieden. Niet alleen de boeren in de Oostrand moeten inleveren. Ook agrariërs in de rest van de provincie moeten reduceren. Daarvoor geldt een streefpercentage van 20 procent op stalemissies en 20 procent op veldemissies.

In beweging komen

‘Dat zijn behoorlijke cijfers, helemaal in ons gebied’, concludeert Scholtens. ‘Het ondernemerschap wordt daarmee eigenlijk de kop ingedrukt. Je kunt zo niet verder. Willen we toekomst houden en blijven ondernemen, dan is het belangrijk dat wij als sector in beweging komen.’

En daarom pakten de agrariërs die handschoen op. Zes van hen, waaronder Scholtens en Van de Peut, zijn het gesprek aangegaan met de provincie. ‘Over wat wij willen, wat mogelijk is binnen de kaders die de provincie stelt en wat wij naast de gestelde doelen belangrijk vinden’, legt Van de Peut uit. ‘Denk ook aan waterkwantiteit- en kwaliteit en de leefbaarheid in het gebied’, zegt Scholtens. ‘Dat is minstens zo belangrijk.’

Marcel Scholtens (links) en Martin van de Peut boeren in Flevoland.
Marcel Scholtens (links) en Martin van de Peut boeren in Flevoland. © Freddy Schinkel

Van daaruit werd in samenwerking met provincie en stakeholders, waaronder het waterschap, een gebiedsproces gestart. In een gebiedsgerichte aanpak zoeken de samenwerkende partijen al vier jaar naar een balans tussen ecologie en economie, waarbij het terugdringen van de stikstofdepositie een randvoorwaarde is.

Er wordt vooral gekeken naar knelpunten, kansen en maatregelen op gebiedsniveau. ‘Het is een lang traject, maar we komen steeds verder’, zegt Van de Peut. In november 2025 boden de zes afgevaardigden namens alle agrariërs een manifest aan de Flevolandse gedeputeerden Jan Klopman en Harold Hofstra.

Het manifest bevat onder meer voorstellen voor vervolgstappen op het gebied van water en bodem, stikstof en natuur, biodiversiteit en landschap en leefbaarheid en energie. ‘In de vervolgstappen willen we bijvoorbeeld op het gebied van stikstof en natuur meer ruimte voor maatwerk per sector en actuele cijfers om bedrijven emissiearm en toekomstbestendig te laten ondernemen’, legt Scholtens uit.

Robuust watersysteem

Op het gebied van water en bodem en biodiversiteit en landschap worden al concrete acties ondernomen. ‘Zoals onderzoek naar de waterkwantiteit en -kwaliteit, een robuust watersysteem en laagdrempeligere acties zoals het creëren van kruidenrijke randen en landschappen’, legt hij uit.

Beide gedeputeerden waren positief gestemd over het manifest en willen de agrariërs ondersteunen in het behalen van de doelen. ‘Dat is belangrijk’, stelt Van de Peut. ‘Vooral omdat we in veel gevallen de hulp en invloed van de provincie ook echt nodig hebben.’

Volg de laatste ontwikkelingen in het stikstofdossier op onze themapagina

‘Denk bijvoorbeeld aan vergunningverlening’, zegt hij. ‘Een vervolgstap is het maken van concrete plannen op bedrijfsniveau. Waar wil een ondernemer naartoe? Wat heb je daarvoor nodig en welke stappen kan en wil je met je bedrijf zetten om de doelen op het gebied van stikstof, water en biodiversiteit te halen? Door dat per bedrijf inzichtelijk te krijgen, kunnen we als gebied veel beter sturen op de doelen.’

‘Wat de één een beetje meer wil en kan doen, daar heeft de ander profijt van. We moeten het samen doen.’ Om stappen te zetten zal eerst de vergunningverlening op gang moeten komen. ‘De provincie wil de juridische kaders onderzoeken om gebiedsgerichte vergunningverlening mogelijk te maken’, weet Van de Peut.

‘Hoe het nu met de nieuwe stikstofplannen van het kabinet concreet gaat, is nog onduidelijk’, benadrukt Scholtens nog een keer. ‘Maar we gaan hoe dan ook door’, besluit hij.


BBB-gedeputeerde Jan Klopman van Provincie Flevoland
BBB-gedeputeerde Jan Klopman van Provincie Flevoland © Jiri Büller

‘Maatwerk is en blijft belangrijk’

BBB-gedeputeerde Jan Klopman van provincie Flevoland is positief over het gebiedsproces wat van onderop is ontstaan. ‘Flevoland staat, net als andere provincies, aan de lat voor stikstofemissiereductie en natuurherstel. Maatwerk daarin is en blijft belangrijk’, benadrukt hij.

Volgens Klopman is de Flevolandse stikstofaanpak ontstaan vanuit de landelijke opgave die er ligt. ‘Ook Flevoland neemt haar verantwoordelijkheid daarin’, stelt hij. Ondanks de nieuwe kabinetsplannen wil de provincie wel door met haar eigen aanpak.

‘Op dit moment analyseren we wat de plannen van landbouwminister Jaimi van Essen concreet betekenen voor de ondernemers in onze provincie. We pleiten voor maatwerk, in lijn met onze eigen aanpak. Dat hebben we via een brief meegegeven aan de minister.’

Hoewel Flevoland geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden heeft, grenst zij aan andere provincies waar dat wel het geval is. ‘Kijk niet alleen naar de Weerribben-Wieden in Overijssel en de Veluwe in Gelderland, maar ook naar bijvoorbeeld de Rottige Meenthe in Friesland en het Naardermeer in Noord-Holland’, zegt Klopman.

De Flevolandse stikstofaanpak moet volgens de gedeputeerde niet alleen zorgen voor stikstofemissiereductie en natuurherstel, maar ook voor meer toekomstperspectief en vergunningverlening. ‘Door de landelijke opgave die er ligt, staan agrarische bedrijven al te lang stil in hun ontwikkeling en is hun toekomst onzeker. We moeten stappen zetten.’

Begrip voor impact

Klopman begrijpt dat de aanpak voor het gebied destijds hard aankwam bij de ondernemers. ‘Daarom zijn we met elkaar in gesprek gegaan, om te kijken wat wel mogelijk en realistisch is en wat op bedrijfsniveau haalbaar is om de doelen te halen.’ Van hieruit is het gebiedsproces ontstaan.

‘We werken goed en nauw samen en faciliteren het gebiedsproces vanuit de provincie. We voeren een eerlijk gesprek met elkaar, daar ben ik trots op. Samen kijken we naar gerichte oplossingen. We gaan voor maatwerk en zijn ervan overtuigd dat wij met deze aanpak de doelen kunnen halen’, vertelt Klopman.

‘Wij vragen het Rijk om bij de uitwerking van het voorgenomen beleid het gebied en de rest van Flevoland een kans te geven dit te bewijzen en de ondernemers daarvoor te belonen’, besluit de Flevolandse BBB-gedeputeerde.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zondag
    20° / 11°
    5 %
  • Maandag
    22° / 10°
    0 %
  • Dinsdag
    24° / 12°
    20 %
Meer weer