‘Boerderij Ommeland uitbouwen tot stapsteen tussen landbouw en stad’
Vanuit Boerderij Ommeland in Thesinge, gelegen in de ‘voortuin van de stad’ Groningen, voelt akkerbouwer Menko Oosterhuis de verbinding tussen stad en platteland sterk. Tegelijkertijd zoekt hij naar zijn rol als toekomstig voedselproducent en landschapsbeheerder.
Waar in de keuken koekjes van naakte haver, venkel en vijgen worden gebakken, zet akkerbouwer Menko Oosterhuis (53) op het erf de laatste kisten neer die later die middag dienstdoen als tafels. ‘Eigenlijk moet ik nu op het land bezig zijn, maar dit hoort er ook bij,’ zegt de Groningse ondernemer, terwijl hij de kantine binnenstapt. Op Boerderij Ommeland in Thesinge draait het deze middag namelijk om de ontvangst van zo’n vijftig bezoekers tijdens de Week van de Biodiversiteit. Samen met zijn broer Janko (46) wil hij laten zien hoe biodiversiteit een plek krijgt binnen het akkerbouwbedrijf.
‘Al voordat ik kon lopen wist ik dat ik boer wilde worden. Maar met een bedrijf van ongeveer 10 hectare, vijftien koeien en acht kinderen was dat niet echt een realistisch toekomstbeeld’, vertelt Oosterhuis. Daarom vertrok hij naar Flevoland, waar hij de landbouwschool volgde en zich verder verdiepte in de akkerbouw. ‘Ik wilde heel graag boeren, maar ik ben eerst in Flevoland gaan kijken wat er in de moderne landbouw allemaal mogelijk was’, licht hij toe. In die provincie werkte hij vervolgens jarenlang en deed hij ervaring op in innovatie en bedrijfsontwikkeling.
Die ervaring nam hij mee terug toen zijn ouders het familiebedrijf wilden beëindigen. In 2007 nam hij het bedrijf over, samen met zijn broer Gert-Jan. Jarenlang runden de broers het als een efficiënt akkerbouwbedrijf. ‘Zo zaten we met het idee dat alles binnen beperkte uren moest gebeuren,’ vertelt Oosterhuis. Maar op een gegeven moment kwam het besef dat die aanpak niet langer vol te houden was en dat het werk steeds minder voldoening gaf. ‘We wisten eigenlijk al, dit houden we geen twintig jaar meer vol. Dus toen hebben we gezegd: het moet anders.’
De kloof tussen boer en burger is enorm; als we die niet herstellen, komt het met de landbouw niet goed
De vraag of het anders moest, kreeg later extra gewicht door het overlijden van zijn broer Gert-Jan, met wie hij het bedrijf had opgebouwd. Oosterhuis stond er opeens grotendeels alleen voor en moest opnieuw nadenken over richting en betekenis. Die zoektocht bracht hem bij regeneratieve landbouw en nieuwe samenwerkingen, onder meer met natuur- en gebiedsorganisaties. Daarbij draait het niet alleen om produceren, maar ook om de vraag hoe landbouw beter kan aansluiten bij maatschappelijke opgaven. ‘De kloof tussen boer en burger is enorm. Als we die niet herstellen, komt het met de landbouw niet goed,’ benadrukt de akkerbouwer.
Experimenteren met teelten
Op het Groningse bedrijf wordt deze beweging inmiddels zichtbaar. Naast gangbare teelten als wintertarwe, zomertarwe, suikerbieten en uien experimenteert hij samen met zijn broer Janko (46) met nieuwe gewassen, zoals quinoa, mosterd, naakte haver en groene en kreukerwten. ‘Met voedergraan en suikerbieten ben je vooral producent,’ stelt Oosterhuis. ‘Daarvan hebben we gemerkt dat het op termijn niet genoeg oplevert; we zijn niet per se kostenefficiënter dan andere boeren. Dus moeten we het anders doen en zoeken naar nieuwe gewassen en een sterkere positie in de keten.’
Die zoektocht gaat gepaard met experimenten op het land en in de afzet. Niet alle teelten blijken direct succesvol. Zo was quinoa gevoelig voor onkruiddruk en problemen na de oogst, terwijl lijnzaad wel goed groeide maar geen afzet vond. ‘Ik heb nog 2.000 kilo lijnzaad in de schuur staan waarvoor ik nog geen afzet heb. Maar ik weet nu wel dat ik het kan telen,’ zegt Oosterhuis lachend.
Samenwerking met organisaties die kritisch zijn tegenover de land- en tuinbouw was voor de Groningse ondernemer niet vanzelfsprekend. ‘In de sector denk je al snel: met een natuurorganisatie werken, dat is niet logisch,’ zegt Oosterhuis. Toch besloot hij het anders te doen. ‘Met de puzzel waar ik in zit, de plek die ik heb en de verantwoordelijkheid die ik voel, vond ik dat ik het juist wel moest proberen.’
Via die ervaring kwam hij in aanraking met het ‘7-vinkjes’-project van Urgenda. Binnen dat programma krijgen boeren ruimte en ondersteuning om stappen te zetten richting een duurzamere bedrijfsvoering, onder andere via een vergoeding van 1.000 euro per hectare. Op zijn akkerbouwbedrijf doet Oosterhuis met ongeveer 30 hectare mee. Dit vertaalt zich in concrete stappen richting een meer regeneratieve en natuurinclusieve manier van werken. De bodem vormt daarbij het vertrekpunt.
Om kennis op te doen over een meer regeneratieve en natuurinclusieve bedrijfsvoering, volgde Oosterhuis in 2025 een cursus van Dietmar Naser. Tegelijkertijd investeerde hij in nieuwe technieken en middelen, zoals een ‘rotary hoe’. Dit is een draaischoffel die wordt gebruik voor onkruidbestrijding en bodembewerking. Op termijn wil de ondernemer ook investeren in spuittechniek voor compostthee en plantfermenten, een composttheemachine en aanvullende mineralen.
Kippenmest op de zaaiuien
Ook het gebruik van kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen wil Oosterhuis stap voor stap afbouwen. Dit voorjaar bemestte de Groningse akkerbouwer de zaaiuien niet met kunstmest, maar diende hij kippenmest toe. ‘Als het voorjaar meewerkt, kan er veel’, benadruk Oosterhuis. Zo is er dit jaar alleen in wintertarwe een kleine startgift gegeven met kunstmest. Alle andere gewassen moeten het doen met alleen dierlijke mest.
Daarnaast is dit jaar op kleine schaal gestart met biologische teelt, op 3 hectare. De ambitie is om richting 2035 vrijwel zonder chemische gewasbescherming te werken, al plaatst de akkerbouwer daar zelf direct een nuance bij: ‘Is het geen, of bijna geen, om duurzaam te kunnen produceren? Dat is precies mijn zoektocht,’ zegt Oosterhuis. ‘Dus dan ga ik het gewoon proberen. Dan kom ik in dat wereldje en ontdek ik wat wel en niet past.’
De akkerbouwer benadrukt dat dit juist dat de kracht is van het project. ‘Het is niet zo zijn dat er vanaf dag één wordt gezegd dat er geen chemische middelen meer gebruikt mogen worden. Er moet samen gezocht worden naar hoe boeren stap voor stap kunnen toewerken naar minder gebruik van chemische middelen’, vindt Oosterhuis.
Natuurvriendelijke oevers
Ook landschapselementen krijgen binnen het project een grotere plek. De ambitie is om ongeveer 10 procent van het areaal in te richten met natuurvriendelijke oevers en met een struweelhaag van ongeveer 700 meter. Daarnaast wordt de aanleg van een voedselbos verkend en verdiept de Groningse akkerbouwer zich in agroforestry. ‘Je kunt er kritisch naar kijken, maar ik zie het als samenwerken,’ zegt Oosterhuis over Urgenda. ‘Zij willen een andere landbouw, en dat wil ik ook. En als je elkaar vertrouwt, kom je verder.’
Tijdens de rondleiding over de percelen wordt zichtbaar hoe biodiversiteit hier vorm krijgt. Op de akkers wisselen brede stroken met verschillende gewassen elkaar af; tussen quinoa en zomertarwe komen de bloemenmengsels op, terwijl verderop luzerne groeit. Dit jaar doet Oosterhuis voor het eerst mee aan het Biodivers Akker Mozaïek (BAM)-pakket, op 6 hectare. ‘Het mooie van het BAM-pakket is dat je de biodiversiteit versterkt, maar dat je tegelijkertijd ook gewoon iets kunt blijven produceren,’ zegt Oosterhuis. Hij erkent overigens wel dat het systeem meer werk vraagt en minder efficiënt is dan gangbare teelt. ‘Maar ik wil graag dat avontuur aangaan.’
Experimenteren met klaveronderzaai
Ook met klaveronderzaai onder tarwe blijft de ondernemer experimenteren. Al drie jaar werkt Oosterhuis aan het onder de knie krijgen van de techniek, al mislukten de eerste twee seizoenen grotendeels. ‘Het is lastig om het juiste moment van zaaien te vinden in verhouding tot het hoofdgewas. Toch geef ik niet op. Ik ga ermee door, want ik weet dat het wel gaat lukken,’ zegt hij stellig.
Als hij tien jaar vooruitkijkt, dan ziet Oosterhuis een bedrijf dat verder gaat dan alleen voedselproductie. Vanuit de ‘voortuin van de stad Groningen’ wil hij bijdragen aan een gezonde leefomgeving én een sterkere verbinding tussen boer en burger. ‘Dan ben ik leverancier van gezondheid, gezond voedsel voor mensen en een gezonde leefomgeving,’ zegt de akkerbouwer. ‘Boerderij Ommeland is dan een plek die een stapsteen vormt tussen de landbouwproductie en de stad.’
BedrijfsgegevensOp 3 kilometer van de stad Groningen runt Menko Oosterhuis samen met zijn broer Janko het akkerbouwbedrijf Ommeland. Ze telen op?140 hectare zeeklei onder meer wintertarwe, zomertarwe, suikerbieten en uien. Er wordt daarnaast geëxperimenteerd met nieuwe teelten, zoals quinoa, mosterd, naakte haver, groene- en kreukerwten. Het pootaardappelland wordt verhuurd.
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

Kuhn FC883-FF vlindermaaier
2014, P.O.A.
-

Ford 8630 Power Shift
Gebruikt, € 29.500
-

John Deere 5100M trekker (REU) #782329
Gebruikt, P.O.A.
-

John Deere 5058E trekker 24/12 (LIE) #780326
Gebruikt, P.O.A.
Vacatures
Onderzoeker Agro-ecologie en Biodiversiteit
Louis Bolk Instituut - Bunnik
Onderzoeker Melkveehouderij
Louis Bolk Instituut - Bunnik
Voorzitter van de landelijke vakgroep Vleesveehouderij
LTO Nederland - NL
Agriwerker
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw - Munnekezijl, Noordoost-Friesland
Agrarisch Onderzoeker/Projectleider
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw - Munnekezijl En Nieuw Beerta
Weer
-
Vrijdag28° / 14°0 %
-
Zaterdag29° / 15°0 %
-
Zondag29° / 17°0 %
















