Telers jagen op oplossing houtduivenschade
Vijf West-Friese vollegrondsgroentetelers zijn een pilot begonnen voor gecoördineerde schadebestrijding door houtduiven. Twee keer per dag verjagen beroepsjagers de vogels en passen waar nodig ondersteunend afschot toe. De proef volgt op een beleidswijziging van de provincie Noord-Holland. Sinds maart wordt houtduivenschade niet langer vergoed.
Volgens Noord-Holland kunnen ondernemers schade actief voorkomen. De pilot moet niet alleen schade beperken, maar ook gevalideerde data opleveren die nodig zijn voor toekomstig beleid. In de afgelopen twintig jaar zag vollegrondsgroenteteler Roel Bakker uit Wervershoof de schade door houtduiven langzaam toenemen. ‘Dat is misschien het verraderlijke van dit probleem. Het wordt elk jaar iets en daardoor groei je er als ondernemer ongemerkt in mee. Achteraf denk je: hoe hebben we het zover kunnen laten komen?’
Bakker demonstreert het effect op zijn huisperceel. De plek waar enkele weken geleden een stuk doek openwaaide, is zo goed als kaal. Op een perceel met verse aanplant plaatst hij enkele glinsterende molentjes, een van de voorgeschreven middelen om duiven te verjagen. Bakker: ‘Die doen eigenlijk niets, maar zijn vereist voordat ondersteunend afschot wordt toegestaan.’
Pilotcoördinator Raymond Zutt wijst naar een bomenrij aan de rand van het perceel. Volgens hem is dat een ideale uitvalsbasis voor houtduiven. ‘Daar zitten ze veilig en zodra ze trek krijgen, vliegen ze deze kant op’, licht hij toe. Volgens Bakker wringt daar de schoen. Jarenlang werd geprobeerd schade te beperken met doeken, linten, knalapparaten en andere werende maatregelen.
Lees ook: Boeren in Noord-Holland mogen weer houtduiven bestrijden
Die kosten geld en arbeid, maar bieden onvoldoende bescherming, vindt Bakker. ‘Op een gegeven moment lag bijna alles onder doek. Maar ganzen lopen eroverheen, duiven kruipen eronder en ondertussen krijgen we andere problemen met onkruid, schimmels en insecten. Het is geen oplossing, hooguit een pleister op een veel grotere wond.’
Onrust
Het besluit van de provincie om de vergoeding voor houtduivenschade te stoppen, zorgde voor veel onrust in de sector. In 2025 werd in Noord-Holland nog ruim 9 miljoen euro uitgekeerd. Alleen de vijf deelnemers aan de huidige pilot waren vorig jaar samen al goed voor ruim 1 miljoen euro schadevergoeding. Bakker benadrukt dat het hem niet alleen om die vergoeding te doen is. ‘We willen in de eerste plaats een gewas kunnen telen en oogsten, en leveren aan de handel, want die rekent op ons product. Daarom ben ik blij dat we nu eindelijk actie kunnen ondernemen.’
Zutt heeft een achtergrond als jager, bestuurder binnen de wildbeheereenheid en als projectmanager in het bedrijfsleven. Hij is de schakel tussen telers, jagers, provincie en andere betrokken partijen. ‘Dit is een gevoelig onderwerp. Er zijn telers die hun gewas verloren zien gaan en daar emotioneel van worden. Daarnaast kijken overheden, natuurorganisaties en omwonenden mee. Daarom moeten we zorgen dat we in gesprek blijven.’
In de pilot is het gebied verdeeld in een noordelijk en zuidelijk deel. Iedere dag rijden twee professionele jagers een vaste ronde langs de deelnemende percelen. Volgens de pilotcoördinator vraagt dat ook om een andere manier van kijken naar schadebestrijding. Jarenlang lag die taak vooral bij lokale jagers die het naast hun werk uitvoerden.
‘Ze doen allemaal hun best, maar een probleem van deze omvang vraagt meer capaciteit. Houtduiven zijn er iedere dag. Als je ze ’s morgens verjaagt, zijn ze ’s middags alweer terug’, zegt Zutt. Bakker knikt: ‘Normaal gesproken rust schadebestrijding grotendeels op vrijwilligers die dit naast hun werk doen. Daar mogen we zo’n miljoenenprobleem niet neerleggen.’
Zutt beseft dat dit soms gevoelig ligt. Sommige jagers zien ineens professionele schadebestrijders actief worden in gebieden waar zij al jarenlang komen. ‘Dat begrijp ik ook. Maar vrijwel iedereen ziet tegelijkertijd dat de schade zo groot is geworden dat er iets extra’s nodig is. Uiteindelijk hebben we hetzelfde doel: de schade door houtduiven terugbrengen zonder de natuur uit balans te brengen.’
Afschrikkende werking
De eerste signalen zijn voorzichtig positief, ziet de pilotcoördinator. Percelen waar regelmatig afschot plaatsvindt, lijken minder aantrekkelijk voor houtduiven te zijn. ‘Op veel plekken zijn de vogels gewend geraakt aan linten, molentjes en knalapparaten. Afschot heeft een afschrikkende werking. Als ze merken dat ergens gevaar dreigt, blijven ze langer weg. Dat zien we nu al terug op verschillende locaties.’
Toch draait de pilot om meer dan alleen schade beperken. Minstens zo belangrijk is het verzamelen van gegevens. Volgens pilotcoördinator Zutt wordt in landelijke discussies vaak verwezen naar cijfers waaruit blijkt dat de houtduivenpopulatie in Nederland afneemt. In West-Friesland ervaren telers juist het tegenovergestelde. Zutt: ‘Daar zit een belangrijk verschil. Veel tellingen worden uitgevoerd op momenten dat er nog weinig voedsel op de akkers beschikbaar is. Dan verblijven veel duiven in bosgebieden en worden ze nauwelijks meegeteld. Ondertussen ervaren telers hier dat de aantallen juist enorm zijn toegenomen.’
Bakker hoopt dat de sector lessen trekt uit het verleden. ‘We hebben het te lang laten oplopen. Dat moeten we eerlijk erkennen. Maar thuis boos blijven zitten helpt ook niet. We moeten iets doen. Daarom ben ik blij dat deze pilot er is. Als we kunnen aantonen wat werkt, hebben we eindelijk iets in handen om verder te komen.’
Pilot moet bouwstenen leveren voor nieuw beleid
De pilot in West-Friesland loopt tot en met juli en wordt deels gefinancierd door de provincie Noord-Holland en deels door deelnemende telers. Onder meer schadecijfers, waarnemingen van houtduiven, inzet van jagers en resultaten van verschillende maatregelen worden vastgelegd. Die informatie moet duidelijk maken welke aanpak daadwerkelijk effect heeft en welke maatregelen vooral tijd en geld kosten. Volgens projectcoördinator Raymond Zutt is dat essentieel voor toekomstige besluitvorming.
Voorwaarde is dat ondernemers de duivenschade blijven melden bij uitvoeringsorganisatie BIJ12, ook al staat er geen vergoeding tegenover. ‘Juist daar ging het in het verleden mis. Veel schade werd wel ervaren, maar niet geregistreerd. Eerst moet de urgentie helder zijn. We roepen ondernemers dus dringend op om schade te blijven melden. Uiteindelijk worden besluiten genomen op basis van cijfers en feiten. Zonder data wordt beleid niet aangepast.’
Een belangrijk onderdeel van de pilot is dat taxateurs van BIJ12 de schade kosteloos opnemen. Dat levert objectieve gegevens op die waardevol zijn om de omvang van het probleem in kaart te brengen en het effect van de maatregelen te meten. Als de aanpak succesvol blijkt, zou gecoördineerde schadebestrijding op grotere schaal kunnen worden ingezet.
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

John Deere 6090M trekker (REU) #782150
Gebruikt, € 58.950
-

Case IH MAXXUM 115
2014, P.O.A.
-

John Deere 5075M (AKK) #703361
Gebruikt, P.O.A.
-

Pottinger Servo 4000P wentelploeg (HIL) #779280
Gebruikt, P.O.A.
Vacatures
Onderzoeker Agro-ecologie en Biodiversiteit
Louis Bolk Instituut - Bunnik
Onderzoeker Melkveehouderij
Louis Bolk Instituut - Bunnik
Voorzitter van de landelijke vakgroep Vleesveehouderij
LTO Nederland - NL
Agriwerker
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw - Munnekezijl, Noordoost-Friesland
Agrarisch Onderzoeker/Projectleider
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw - Munnekezijl En Nieuw Beerta
Weer
-
Donderdag26° / 15°0 %
-
Vrijdag27° / 15°5 %
-
Zaterdag28° / 15°0 %













