‘Ik wilde het afbigpercentage boven de 90 procent krijgen en dat lukt nu’
Niek Baeten is een jonge varkenshouder met een fascinatie voor techniek. Terwijl slimme cameratechnologie in de akkerbouw al jaren terrein wint, vroeg hij zich af waarom vergelijkbare toepassingen er in de varkenshouderij nauwelijks zijn. Die vraag vormde het startpunt van een zoektocht naar meer grip op zijn zeugenbedrijf.
Eind mei staan op het erf de rolcontainers met pompoenplanten klaar om geplant te worden. In de loods heeft Niek Baeten zoete aardappelen voorgetrokken. Ze moeten de grond in. Op het 20 hectare grote biologisch akkerbouwbedrijf in Sevenum teelt hij verder tafelaardappelen, sperziebonen en staakbonen voor de veredeling. Alles biologisch, omdat dat volgens de Limburger het best rendeert. ‘Het is een nichemarkt; je produceert niet voor de bulk.’
Dat Baeten de mest van het eigen bedrijf daardoor niet kan gebruiken, vindt hij jammer, al maakt het praktisch weinig verschil. ‘Ik zou er maar een fractie van kwijt kunnen’, licht hij toe. De mest wordt daarom afgevoerd. Naast akkerbouw houdt Baeten varkens op twee locaties: op de thuislocatie 1.100 zeugen en op afstand 1.000 vleesvarkens. De zeugen zijn verdeeld over drie stallen: een dek- en dragende zeugenstal, een kraamstal en een gespeende biggenstal. Samen met drie fulltimers organiseert hij het werk. ‘Iedereen heeft zijn eigen stal; ik zorg dat er goed wordt samengewerkt.’
Data
De jonge ondernemer is veel met data bezig. Zo investeerde Baeten twee jaar geleden voor de akkerbouwtak in cameratechniek die de rijen kan volgen. ‘Zoiets zouden we in de varkenshouderij ook moeten hebben, dacht ik toen’, blikt hij terug. Er was genoeg informatie beschikbaar via onder andere Agrovision en klimaatcomputers, maar het bleef lastig om die gegevens te vertalen naar concrete managementinformatie. ‘Als je in de data duikt, dan zie je telkens nieuwe koppelingsmogelijkheden waarover je wel geïnformeerd wil worden. Regel je het zelf, dan heb je voordat je het weet voor een paar ton aan software laten ontwikkelen’, zegt Baeten. Vooral de technische resultaten hielden hem bezig. Zo zocht hij naar een mogelijkheid om het afbigpercentage boven de 90 procent te krijgen. ‘Ik was ervan overtuigd dat er meer in zat, maar het lukte maar niet om dat percentage te passeren.’
In de zomer van 2025 las hij over D-Care. Zijn interesse was meteen gewekt. D-Care is een platform dat data en kunstmatige intelligentie inzet om zeugen in de varkenshouderij te monitoren. De informatie die dat oplevert, zou een ondernemer meer grip moeten geven op het bedrijf. Het klinkt de Limburger als muziek in de oren: de zeugen worden 24 uur per dag, zeven dagen in de week gevolgd en de data geven hem en zijn medewerkers handvatten om op te sturen.
In september 2025 zijn in de stallen in totaal elf zogenoemde gateways geïnstalleerd. Die zorgen ervoor dat de data van de zeugen in de cloud van D-Care binnenkomen. Baeten gaf die gateways een naam, zodat meteen duidelijk is in welk deel van de stal de zeug zich bevindt. Voor het einde van het jaar waren alle zeugen voorzien van een oormerk met sensoren: de D-tag.
Dag beginnen met uitlezen
‘In eerste instantie wilde ik het systeem vooral hebben vanwege het lampje’, vertelt Baeten lachend. Dat lampje geeft licht als de zeug wordt gezocht. De Limburgse ondernemer begint zijn dag tegenwoordig met het uitlezen van de app die informatie geeft over de activiteit van de zeug, berigheid en koorts.
Baeten was een van de eerste klanten van D-Care. Inmiddels heeft het bedrijf zo’n twintig varkensbedrijven online en wordt wekelijks een nieuwe opgestart. Veel harde resultaten zijn er dus nog niet, al heeft het gebruik al wel tot een ingrijpende verandering geleid in de werkwijze van de Limburger. Baeten: ‘Eerder vond het spenen plaats op woensdag, dat is nu maandag. De inseminatie van de zeugen is verschoven naar vrijdag en zaterdag.’
Reden voor het omgooien van de bedrijfsstructuur was het relatief grote aantal zeugen dat op zondag moest worden geïnsemineerd. ‘Die informatie kreeg ik op een zondagavond in de kroeg binnen via een melding van D-Care’, vertelt Baeten. En de keuze is niet zonder succes. ‘De zeugen waren wel even ‘van de wap’ en ze werden niet direct drachtig. Maar laat je die dieren buiten beschouwing, dan is ons afbigpercentage door de verandering van de werkwijze gestegen naar 95 procent.’ De ondernemer is ontzettend blij met dit resultaat. ‘Een beter inseminatiemoment leidt namelijk niet alleen tot een hoger afbigpercentage en minder verliesdagen, maar ook tot een betere toomkwaliteit en -grootte. Dat zie ik, maar dat zien mijn medewerkers ook.’
Minder druk
Ook op de werkvloer merkt Baeten verschil door de verandering van de bedrijfsstructuur. ‘Gevoelsmatig zijn we minder druk. Iedereen komt fris uit het weekend, wanneer we starten met het spenen. En om 11.00 uur staat en ligt alles op de plaats. Dinsdagmorgen komen er nieuwe zeugen in het kraamhok’, licht hij toe. De varkenshouder ziet wel dat de overstap naar D-Care een groeiproces is. ‘Je moet binnen het bedrijf goed met elkaar leren werken én met D-Care. Het kost tijd om daarin een lijn en ritme te krijgen. En dat mag, want het proces moet uiteindelijk goed en efficiënt verlopen’, legt hij uit. Een praktijksituatie hielp enorm om medewerkers enthousiast te krijgen voor D-Care. Baeten: ‘Enkele zeugen bleken koorts te hebben zonder dat dit tijdens de dagelijkse controle was opgemerkt. Maar het systeem zag dit wel al tijdig.’
Over uitschieters in berigheid, zowel naar boven als naar beneden, is Baeten nu met concrete data op zak in gesprek met Topigs Norsvin en D-Care. ‘Topigs Norsvin haakt aan vanwege de kennis van de genetica en reproductie en D-Care voor de analyse van de onderliggende data per zeug’, aldus de ondernemer. Op de vraag wat D-Care hem kost, klinkt het met een harde lach: ‘Te veel. Maar ik geloof er echt in dat de investering zichzelf gaat terugverdienen.’
Baeten is ervan overtuigd dat de combinatie van data en kunstmatige intelligentie ondernemers nog veel meer interessante sturingsmechanismen gaat geven. Als voorbeeld noemt hij het selecteren van slachtzeugen. ‘Ik neem het liefst afscheid van de zeugen die economisch gezien het slechtst functioneren’, stelt de Limburger. Ook koppelingen met andere dataplatforms kunnen volgens hem waardevolle inzichten geven, bijvoorbeeld doordat de prestaties van biggen later in de keten zichtbaar worden.
Ook bij het aantrekken van jonge medewerkers ziet Baeten een rol voor technologie. ‘Wil je een aantrekkelijke werkgever zijn en jongeren enthousiast maken voor de sector, dan kun je met technologische toepassingen het verschil maken’, denkt de ondernemer. Zijn interesse in data maakt dat hij er graag mee aan de slag gaat. ‘Maar het systeem levert alleen iets op als je er actief mee werkt’, benadrukt hij. ‘Je moet er strak in willen zitten. Wij doen het al goed, maar ik zie nog genoeg mogelijkheden om het beter te doen.’
Met technologische toepassingen maak je als werkgever echt het verschil
Uit alles blijkt dat Baeten een gedreven ondernemer is. En hij is ook iemand die zijn mening niet onder stoelen of banken steekt. Daarom maakt hij sinds kort deel uit van het regiobestuur Zuid van de Producentenorganisatie Varkenshouderij (POV). ‘Je kunt niet altijd alleen maar mekkeren dat het niet goed gaat. Ik zit nu ruim een half jaar in het bestuur en merk nu ook echt tegen welke muur van onwil wij als sector aanlopen’, aldus de ondernemer. Gesprekken over bedrijfsgrootte en dierenwelzijn liggen aan die opmerking ten grondslag. ‘De samenleving legt onterecht een negatief verband tussen beide.’
Vitale sector
De belangrijkste drijfveer van Baeten om bestuurslid bij de POV te worden, is om ervoor te zorgen dat er een voldoende vitale varkenssector overblijft richting de toekomst. Daar is kennis voor nodig, geeft hij aan. ‘En een overheid die meewerkt. De Nederlandse varkenshouderij bevond zich altijd in de voorhoede. Hier in de buurt verdwijnt nu de ene studieclub na de andere. Overheid en maatschappij gaan er te gemakkelijk aan voorbij wat er in de periferie allemaal samenhangt met de varkenshouderij.’
Dat gaat veel verder dan alleen de dierenartsenpraktijk, de veevoerleverancier, het mechanisatiebedrijf, het installatiebedrijf, de stallenbouwer of de slachterij, stelt de Limburger. Baeten noemt als voorbeeld de carnavalsvereniging. Vanuit de kantine zijn in de tuin die grenst aan het erf nog een paar kleurrijke carnavalskoppen zichtbaar. Stille getuigen van het feest dat in februari plaatsvond. ‘Elke vereniging gebruikte de papieren voerzakken uit de sector voor papier-maché. Met de krimp van de varkenshouderij verdwijnt dus ook een stukje traditie en cultuur.’
Bedrijfsgegevens Niek Baeten (28) heeft een gemengd bedrijf met zeugen en vleesvarkens en biologische akkerbouw in het Limburgse Sevenum. Hij is de derde generatie die boert op deze locatie. Sinds een jaar of zes doet hij dat voor eigen rekening. Het vermeerderingsbedrijf telt 1.100 zeugen met één ster van het Beter Leven-keurmerk in een weeksysteem en 1.000 vleesvarkens. Jaarlijks worden 35 biggen per zeug gespeend. De ondernemer verkoopt de biggen (TN70 x Tempo groei) aan vaste mesters.
Bekijk meer over:
Lees ook
Marktprijzen
Meer marktprijzen
Laatste nieuws
Nieuwste video's
Kennispartners
Meest gelezen
Nieuw op MechanisatieMarkt.nl
-

Gianni Ferrari GTR200
2015, P.O.A.
-

JOHN DEERE X107 ZITMAAIER MY 2026 (LIE) #781554
Gebruikt, P.O.A.
-

JOHN DEERE X350R ZITMAAIER 42" (HAE) #781577
Gebruikt, P.O.A.
-

John Deere 6R 185 trekker (HAE) #782220
Gebruikt, € 161.500
Vacatures
Onderzoeker Agro-ecologie en Biodiversiteit
Louis Bolk Instituut - Bunnik
Onderzoeker Melkveehouderij
Louis Bolk Instituut - Bunnik
Voorzitter van de landelijke vakgroep Vleesveehouderij
LTO Nederland - NL
Agriwerker
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw - Munnekezijl, Noordoost-Friesland
Agrarisch Onderzoeker/Projectleider
Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw - Munnekezijl En Nieuw Beerta
Weer
-
Zaterdag23° / 12°0 %
-
Zondag22° / 17°5 %
-
Maandag24° / 16°15 %















