'Ondernemers willen vooruit en niet afhankelijk zijn van stilstaande besluitvorming'

De landbouwsector in Noord-Holland kent veel initiatieven om de stikstofuitstoot terug te dringen. Mede daardoor stoot bijvoorbeeld de melkveehouderij 13 procent minder stikstof uit ten opzichte van 2019. Landbouwgedeputeerde Jelle Beemsterboer (BBB) ziet een welwillende sector die vooruit wil, maar ook toekomstperspectief nodig heeft.

Jelle Beemsterboer (BBB), landbouwgedeputeerde in Noord-Holland
© René Faas

Met het Programma Landelijk Gebied (PLG) wil gedeputeerde Jelle Beemsterboer duidelijkheid bieden door generieke reductie, gebiedsgerichte maatregelen en natuurherstel. Het PLG vloeit voort uit het Nationaal Programma Landelijk Gebied, waarbij het Rijk veel geld beschikbaar zou stellen. Na het wegvallen van die regeling is Noord-Holland doorgegaan met de plannen, met als hamvraag: waar versterken de uitdagingen van het landelijk gebied elkaar en waar botsen ze?

Als een deel van de boeren niet meedoet, heeft de hele sector in onze provincie daar last van

Jelle Beemsterboer (BBB), landbouwgedeputeerde in Noord-Holland

Het document, dat begin dit jaar alleen door de coalitiepartijen is aangenomen, laat de samenhang zien tussen landbouw, natuur, recreatie, landschap en erfgoed. Het vormt de kapstok voor alles wat de provincie tot 2040 in het landelijk gebied wil doen. Voor de landbouwsector betekent het PLG onder meer een generieke stikstofreductie van 30 procent in 2035 ten opzichte van 2019.


Zijn de plannen realistisch?

'Ja, het doel is gebaseerd op praktijkonderzoek van onder anderen Gerard Ros en Harm Borgers. Zij hebben gekeken welke maatregelen mogelijk zijn om de stikstofuitstoot met 30 procent te verlagen. Het gaat vaak om eenvoudige en soms zelfs rendabele maatregelen, zoals aangepast voeren, vaker weiden en stalvloeren spoelen. Er is vooral gekeken of dit voor iedere boer haalbaar is.'


Hoe belangrijk is vrijwilligheid?

'In het generieke spoor staat vrijwilligheid centraal. Boeren krijgen alle ruimte om zelf te bepalen hoe ze het doel halen. Het gaat om het resultaat, niet om de maatregel. We hebben bewust gekozen voor een realistisch doel. Als het niet lukt, volgt dwingender beleid. Daar is begrip voor in de sector.'

'Als een deel van de boeren niet meedoet, heeft de hele landbouw in onze provincie daar last van. Juist daarom zijn boeren bereid om stappen te zetten. Wij verwachten dat onteigening niet nodig is, zeker niet voor stikstof. Dat staat ook in ons coalitieakkoord. We gaan ervan uit dat we er via overleg uit komen.'


Hoe ondersteunt de provincie agrariërs bij het behalen van de stikstofdoelen?

'We hebben budget beschikbaar gesteld voor kennisdeling, onder meer via de Boeren Stikstof Academie. Samen met LTO Noord en andere partijen laten we in de praktijk zien welke maatregelen werken. Daarbij zijn het juist boeren zelf die uitleggen wat de maatregelen op hun bedrijf opleveren.'


Hoe ziet de bredere aanpak van provincie Noord-Holland eruit?

'We nemen ook gebiedsgerichte maatregelen rond Natura 2000-gebieden. In sommige gebieden kun je met innovatie ver komen, bijvoorbeeld met mestvergisting of extra emissiereductie. In andere gebieden, waar de stikstofdruk hoger is, zijn zwaardere maatregelen nodig en blijft natuurbeheer ook op de lange termijn essentieel.'


Wat betekenen de stikstofzones concreet?

De 500 meterzone rond Natura 2000-gebieden is een bufferzone. Daar koppelen we geen dwingend beleid aan. Wat we wel doen, is die zone gebruiken voor gericht stimuleringsbeleid. In die gebieden kun je vaak het meeste effect bereiken, dus geven we die initiatieven voorrang.'

'De 250 meterzone zien we als uitgangspunt voor gerichte stikstofmaatregelen. Als we maatregelen nemen om de uitstoot te verminderen, kijken we eerst naar bedrijven binnen die afstand van stikstofgevoelige natuur. Toch is het geen keiharde grens. In de praktijk kijken we waar maatregelen het meeste effect hebben, afhankelijk van bijvoorbeeld windrichting en lokale omstandigheden.'


Hoe uiten deze verschillen zich?

'In regio's met weinig overbelasting heeft ingrijpen minder zin. In zwaarder belaste gebieden kan het juist nodig zijn om meer te doen, bijvoorbeeld met innovatie of door in gesprek te gaan met ondernemers over hun toekomst. Het vraagt echt maatwerk.'

'We beginnen met stimulerende maatregelen. Verplaatsing of structureel minder bemesten is vaak ingrijpend en kostbaar. We werken de plannen per gebied verder uit, in overleg met de sector. Uiteindelijk willen we dit samen doen, met voldoende draagvlak.'


Gaat het PLG onzekerheid wegnemen bij boeren?

'Als reductie, gebiedsmaatregelen en natuurherstel op orde zijn en juridisch zijn geborgd, kan vergunningverlening weer op gang komen. We willen daar dit jaar stappen in zetten. Dat gebeurt niet in één keer overal. Het hangt af van de situatie per Natura 2000-gebied.'


Verwacht u weerstand vanuit de sector als alle plannen concreet worden, zoals in Utrecht?

'Ik verwacht het niet, omdat we goed samenwerken met de sector. Daarnaast is Noord-Holland een van de minst overbelaste provincies wat betreft stikstof, wat ons een gunstige uitgangspositie geeft. Er zullen wel gebieden zijn waar het ingewikkelder wordt in onze provincie. Daar gaan we met de ondernemers gesprekken voeren aan de keukentafel.'

'Dan kijk je samen: kunnen we verplaatsen, innoveren of iets anders doen? We zijn daar nog niet, dus hoe dat precies uitpakt, moet nog blijken. Ik zie dat boeren zelf ook vooruit willen. Als je structureel klemzit door natuurregels, ga je nadenken over de toekomst van je bedrijf.'


Hoe kijkt u naar de kritiek van de oppositie en coalitie op het PLG? Het plan wordt als te mager beschouwd.

'Die kritiek is logisch. De dag nadat ons college begon, viel het laatste kabinet-Rutte. Een lange tijd van onzekerheid vanuit het Rijk volgde. Het PLG is opgesteld met de verwachting: 'We krijgen minimaal 1,6 miljard euro. Nu ligt er een document met visies en belangen, maar zonder duidelijkheid over de financiering. Dat is teleurstellend. Niet onverwacht, maar anders dan hoe het is begonnen. Het stikstofprobleem oplossen is onderdeel van het PLG. De concrete uitwerking volgt later.'


Tekst gaat verder onder het kader

Effect van aangescherpt ganzenbeheer pas na enkele jaren echt zichtbaar

Noord-Holland scherpt het faunabeheer aan om de snelgroeiende ganzenpopulatie terug te dringen. Volgens landbouwgedeputeerde Jelle Beemsterboer (BBB) is ingrijpen noodzakelijk vanwege de oplopende schade en toenemende risico's. De schade door ganzen bedraagt in Noord-Holland inmiddels meer dan 25 miljoen euro per jaar. 'Dat kan de provincie niet dragen. Dat is simpelweg te veel', stelt de politicus. Behalve op economische schade in de landbouw wijst hij op negatieve effecten in natuurgebieden en veiligheidsrisico's rond Schiphol Airport door het gevaar van aanvaringen met vliegverkeer. Provincie Noord-Holland steekt de komende drie jaar 9 miljoen euro extra in ganzenbeheer en onderzoek. Sinds 1 februari van dit jaar geldt een intensievere aanpak, waarbij Faunabeheereenheid Noord-Holland een nauwe samenwerking coördineert met wildbeheereenheden, boeren, terreinbeherende organisaties en overheden. Het afschot is in februari ruim verdubbeld ten opzichte van een jaar eerder: van zo'n 5.300 ganzen in 2025 naar bijna 12.000 dit jaar. Als dit tempo wordt vastgehouden en het beleid in de komende jaren wordt doorgezet, verwacht de gedeputeerde dat de populatie stabiliseert op een lager niveau, met minder schade tot gevolg. Volgens Beemsterboer is het effect van het aangescherpte beleid niet direct volledig zichtbaar. 'Op korte termijn helpt ieder dier dat niet meer op je land zit. Maar het effect op de totale populatie zie je pas later', zegt hij. In gebieden waar deze aanpak al langer wordt toegepast, zoals op Texel, neemt de populatie pas na verloop van tijd af. De provincie verwacht dit jaar de groei van de schade te stabiliseren. Vanaf volgend jaar moet een daadwerkelijke daling zichtbaar worden. De BBB-gedeputeerde spreekt van een gezamenlijke inspanning: 'Het is echt een compliment aan wildbeheereenheden, jagers en agrarisch ondernemers dat dit in goede samenwerking gebeurt en dat we nu al resultaten zien.'

Hoe gaat de provincie PAS-melders en interimmers helpen?

'Zodra we weer vergunningen kunnen verlenen, kunnen we ook PAS-melders legaliseren. Daarnaast kijken we of we vooruitlopend daarop al stappen kunnen zetten. Op Texel werken we bijvoorbeeld met een collectief van elf PAS-melders. Via een passende beoordeling – een volledige ecologische en juridische onderbouwing – proberen we daar alsnog vergunningen te verlenen.'


Biedt dat ook mogelijkheden voor de rest van Noord-Holland?

'Dat zou kunnen, maar het blijft een worsteling. We moeten voortdurend inspelen op nieuwe uitspraken van de Raad van State en wat die betekenen voor onze aanpak. Dat maakt het complex.'


Hebben de PAS-melders op Texel al perspectief?

'Ik had gehoopt dat we in december al vergunningen konden verlenen, maar er blijven nieuwe juridische vragen komen. In de praktijk blijkt het ingewikkelder dan gedacht.'


Wanneer verwacht u dat het wel lukt?

'We mikken nu op voor de zomer. Dat hangt samen met aanvullend juridisch onderzoek, vooral rond het begrip additionaliteit. We moeten onderbouwen dat bestaande vergunningen intrekken niet nodig is voor ons totale pakket aan maatregelen. Met andere woorden: dat we met andere maatregelen voldoende reductie en natuurherstel bereiken. Op Texel is dat goed te onderbouwen, maar het moet juridisch solide worden vastgelegd en getoetst. Dat kost tijd.'



Heeft u er vertrouwen in dat vergunningverlening weer mogelijk wordt?

'Ja, het moet lukken. Sinds de uitspraak van de Raad van State ligt een groot deel van de vergunningverlening stil. Dat is economisch niet houdbaar. De gevolgen daarvan gaan we de komende jaren merken: minder woningbouw, minder investeringen en minder ontwikkeling. We moeten dit oplossen. Het kabinet werkt eraan en wil voor de zomer duidelijkheid. Ik hoop dat zij sneller zijn, maar anders gaan wij zelf door.'


Hoe kijkt u naar de plannen van het kabinet?

'De plannen van het kabinet zijn in lijn met wat wij doen: generieke reductie, gebiedsgerichte maatregelen en natuurherstel. Dat is logisch, want de rechter vraagt om geborgde reductie en geborgd natuurherstel. Daar ontkom je niet aan.'

'De plannen zijn niet perfect, maar ze gaan wel in de juiste richting. Of ze nu via de provincie lopen of rechtstreeks via het Rijk, maakt mij niet uit. Als het probleem maar wordt opgelost.'


Wat verwacht u van de sector?

'Ik heb voornamelijk ondernemerschap nodig. Mensen die zeggen: we gaan dit samen oplossen en laten zien dat het kan. Die houding zie ik nu al in de melkveehouderij, maar ook in andere sectoren. Het draait om samenwerking en kennisdeling, zodat agrarisch ondernemers stappen kunnen zetten die passen bij hun bedrijf.'
'Ondernemers willen vooruit en niet afhankelijk zijn van stilstaande besluitvorming. Als we dit samen doen, heb ik er vertrouwen in dat we eruit komen.'


Jelle Beemsterboer

Jelle Beemsterboer (41) is gedeputeerde in Noord-Holland namens BBB. Onder zijn portefeuille vallen onder meer Wonen, Landbouw en Visserij, Stikstofbanken en het Programma Landelijk Gebied (PLG). De politicus is geboren en getogen in het Noord-Hollandse Tuitjenhorn, waar hij met zijn vrouw en drie kinderen woont. Op zijn achttiende werd hij lid van het CDA. In 2010 was Beemsterboer op 26-jarige leeftijd de jongste gemeentelijke CDA-lijsttrekker van Nederland. De gedreven bestuurder was acht jaar wethouder in de gemeente Schagen. Hij was destijds verantwoordelijk voor woningbouw, ruimtelijke ordening, vastgoed en grondexploitatie, projecten, economische ontwikkeling en toerisme. In 2021 was hij ook namens de christendemocraten kandidaat (plek 28) voor de Tweede Kamer, maar door zetelverlies bleef een plekje in Den Haag buiten bereik. Na zijn periode als wethouder was hij als managing consultant actief in de advisering van verschillende overheidsinstituten. In 2023 maakte Beemsterboer de overstap naar BBB, omdat die partij naar eigen zeggen 'dichter bij hem staat'. Sindsdien is hij namens de boerenpartij gedeputeerde. 'Ik werk met passie aan het oplossen van complexe maatschappelijke problemen. Daarbij vind ik het belangrijk om altijd te begrijpen welke problemen mensen ondervinden als een vraagstuk niet wordt opgelost', zegt hij. Volgens hem vraagt beleid om samenwerking tussen uiteenlopende betrokkenen. 'Ik heb er plezier in om hen te helpen dat doel te vinden.'

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zaterdag
    18° / 5°
    30 %
  • Zondag
    14° / 4°
    20 %
  • Maandag
    14° / 5°
    20 %
Meer weer