Kwaliteit van mais maakt bij geit het verschil

Een relatief goedkoop en constant energieproduct. Dat was het beeld dat geitenhouders twintig jaar geleden hadden van mais. Inmiddels voeren ze het nog weinig, terwijl het wel voordelen kan hebben. Maar snijmais moet passen in het dieet en vakmanschap is gevraagd bij teelt en management.

Bij André Schulte is het hoofdbestanddeel in het rantsoen gras, aangevuld met mais, tarwe, perspulp en brok.
© Ruben Meijerink

Een groot gedeelte van de huidige geitenhouders is ooit begonnen als melkvee- of varkenshouder. Niet heel gek dus dat de oud-melkveehouders begonnen met eenzelfde soort rantsoen bij de geiten als wat ze eerder aan de koeien voerden. Maar volgens specialist Mark Elshoff van GIJS zijn de verschillen tussen koeien en geiten groot. Ook voor wat betreft voer: 'Een rantsoen voor koeien bestaat grofweg voor 70 procent uit ruwvoer en voor 30 procent uit krachtvoer. Bij de meeste geitenbedrijven is dat precies andersom.'

Geiten worden vaak gevoerd in verschillende groepen. Hoogproductieve dieren profiteren doorgaans van extra energie, bijvoorbeeld door het voeren van mais. Bij duurmelkers is het ook mogelijk om mais te voeren, maar dan moet je wel waken voor vervetting, stelt Elshoff. 'Als je verschillende rantsoenen maakt voor diverse groepen, dan kan mais een mooie aanvulling zijn.'


Automatisch voersysteem

In de praktijk ziet geitenhouder André Schulte uit het Overijsselse Denekamp dat een TMR-mixrantsoen van ruw- en krachtvoer goed werkt voor zijn bedrijfsvoering. Hij investeerde drie jaar geleden in een automatisch voersysteem en kan daarmee gemakkelijk verschillende rantsoenen voeren. 'Ik ben veel flexibeler, want ik kan de bunkers vullen als het mij past en de voerrobot draait het voer op vaste tijden voor de geiten.'

Een goede geitenhouder moet altijd op het juiste moment wakker zijn

Mark Elshoff, geitenspecialist bij GIJS

Ruim 25 jaar geleden schakelde de ondernemer over van een gemengd melkvee- en zeugenbedrijf naar geiten. 'Beide takken waren te klein om van te kunnen leven. Na de invoering van de varkensrechten in 1997 besloten mijn vrouw Monique en ik om te starten met geiten', vertelt Schulte. Inmiddels houden ze ongeveer 1.200 geiten voor de melk en 300 dieren voor de opfok.

Wanneer geitenhouders ervoor kiezen om mais te voeren, is het vooral belangrijk om te kijken naar de kwaliteit van het product. Het allerbelangrijkste is een goede verteerbaarheid. 'Het zetmeelgehalte doet er eigenlijk minder toe dan de verteerbaarheid', licht Schulte toe. 'Het is ook belangrijk dat er geen zand in de mais zit en dat de kuil goed vast is. Want als het iets begint te broeien, willen de geiten het al niet meer eten.'

Als de korrels te bestendig zijn, ervaar je bij geiten direct problemen. 'Geiten moet je voeren op de pens, want op darmniveau kunnen ze weinig', geeft Elshoff aan. 'Verhouting van de plant is funest. Hoe jonger de plant, hoe beter de celwanden verteerbaar zijn voor geiten. De mais mag er wel eerder af dan wanneer je het product in koeienvoer zou verwerken. Een drogestofgehalte tussen de 31 en 34 procent is ideaal.'


Een goede verteerbaarheid van de korrel op de pens is essentieel.
Een goede verteerbaarheid van de korrel op de pens is essentieel. © Ruben Meijerink

Volgens Schulte was het in de jaren dat hij begon met het melken van geiten nog makkelijk om mais op te nemen in het rantsoen. 'Er was toentertijd goed aan product te komen. Wij zitten met 28 hectare in gebruik, waarvan 12 hectare in eigendom, niet ruim genoeg om andere teelten uit te proberen. We verbouwen nu zelf 3 hectare mais en kopen nog 3 tot 4 hectare bij', aldus de ondernemer. De overige percelen zet hij in voor het verbouwen van gras.

Onafhankelijk geitenspecialist Dirk-Jan Vonk ziet dat er tegenwoordig veel minder mais wordt gevoerd dan twintig jaar geleden. 'Het is een trend in de sector om vooral brok en kuilgras te voeren. Maar dat maakt een bedrijf wel heel afhankelijk', geeft Vonk aan. 'Overigens zie ik ook wel geitenhouders die nu toch weer zelf gewassen gaan telen. En als je op zandgrond zit, waarom zou je dan geen mais verbouwen? In het verleden waren er wel meer problemen met het voeren van mais. Tegenwoordig weten boeren beter te sturen op de behoefte van de geit en daar past mais prima bij.'


Tijdig bijsturen

Het tijdig kunnen bijsturen van het rantsoen is cruciaal om vervetting en darmproblemen te voorkomen. 'Kijk in de stal: hoe is de vertering, hoeveel restvoer is er en hoe is de conditie van de geiten? Je kunt geen rantsoen maken op de computer en daar dan blind op vertrouwen', benadrukt Elshoff. Of mais een succes wordt om te voeren, valt of staat volgens de geitenspecialist van GIJS bij management. Factoren als teelt, inkuil- en uitkuilmanagement en rantsoenoptimalisatie spelen hierbij een belangrijke rol.

'Geiten sorteren sterk uit en zijn zeer gevoelig voor schimmels. Een goede geitenhouder moet daarom altijd op het juiste moment wakker zijn', stelt Elshoff. 'Op tijd oogsten, zo min mogelijk zand in de kuil hebben, de kuil lang laten conserveren voordat wordt begonnen met voeren en vervolgens waken voor behoud van een frisse kuil. Ik ken ook wel geitenhouders die de mais kuilen in balen, zodat geen broei kan ontstaan en omdat het praktisch is met het voeren van verschillende groepen.'


Tekst gaat verder onder het kader

Thema Mais

Voor veel telers was 2025 een goed maisjaar. Nu is het tijd om vooruit te kijken. Of er dit jaar veel mais wordt geteeld, is nog maar de vraag. Voor stoppers is het gewas wellicht een aardige optie, zeker nadat de aardappelteelt vorig jaar niet overal financieel succesvol was. Sommige melkveehouders kunnen misschien beter uit met de grasteelt. In het themanummer van 14 januari praten deelnemers van het Maismeetnet van Nieuwe Oogst over hun ervaringen met het voeren van mais, is er aandacht voor dassenschade en zoomen we in op kwaliteitsmais voor de geitenhouderij. Lees alle verhalen die in weekblad Nieuwe Oogst zijn verschenen met het thema Mais.

Schulte herkent zich in het beeld dat Elshoff schetst, maar kiest bewust voor kuilen. 'We hakselen de mais hoger dan de gemiddelde veehouder. En tijdens en na de oogst rijden we de kuil goed aan. De kuil moet net zo dicht en hard zijn als sleufsilowanden. Daarmee voorkom ik broei. Wij voeren mixrantsoenen met graskuil, perspulp, mais, tarwegist en brok. Dit wordt goed gemengd om selectie voor te blijven. Afhankelijk van de groep verschillen de verhoudingen, maar graskuil en brok blijven de basis.'

Bekijk meer over:

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Woensdag
    7° / 0°
    20 %
  • Donderdag
    3° / 1°
    10 %
  • Vrijdag
    5° / 0°
    10 %
Meer weer