Overzicht: watermaatregel komt hard aan bij alle sectoren

Opnieuw worden boeren en tuinders geconfronteerd met een ingrijpende maatregel die grote invloed heeft op de bedrijfsvoering. Door uitbreiding van het aantal nutriënten verontreinigde gebieden (NV) waar de waterkwaliteit niet op orde is, mogen boeren veel minder bemesten. Het besluit pakt negatief uit voor zowel de veehouderij als de akkerbouw.

Overzicht%3A+watermaatregel+komt+hard+aan+bij+alle+sectoren
© Patrick Coenen

De door landbouwminister Piet Adema aangekondigde uitbreiding vindt vooral plaats in delen van Zeeland, Flevoland, Drenthe, Friesland, Groningen, het Groene Hart en de Waddeneilanden. In Gelderland, Noord-Brabant, Limburg en Utrecht, waar grote delen al onder het strengere bemestingsregime vallen, worden meerdere kleine gebieden toegevoegd. In Noord- en Zuid-Holland en Noord-Brabant vallen ook kleine gebieden weer af.

Boeren in de aangewezen regio’s moeten volgend jaar de hoeveelheid stikstof vanuit dierlijke mest en kunstmest al met 5 procent verlagen. In 2025 wordt dat 20 procent. Dit heeft ook gevolgen voor de mestproductieplafonds voor stikstof en fosfaat die met een wetswijziging naar beneden worden gebracht.

Vanuit de sector is boos en bezorgd gereageerd op het besluit dat voortvloeit uit de derogatiebeschikking voor de jaren 2022-2025. Een verruiming van het aantal vervuilde gebieden was al aangekondigd, maar dat het besluit wederom zo laat in het jaar valt, stuit op stevige kritiek.

Binnen NV-gebieden worden alle landbouwbedrijven nu over één kam geschoren

Joris Baecke, LTO-portefeuillehouder Bodem & Water

‘Deze gang van zaken is een exacte herhaling van vorig jaar. Ook toen confronteerde de minister akkerbouwers pas in januari met nieuw beleid waarop zij hun bouwplannen met onmiddellijke ingang moesten aanpassen’, zegt Joris Baecke, LTO-portefeuillehouder Bodem & Water.


Het tempo waarin Adema de mestproductieplafonds voor stikstof en fosfaat laat dalen, is volgens LTO-vakgroep Melkveehouderij onmogelijk uitvoerbaar zonder grote brokken te veroorzaken, zegt Jos Verstraten, portefeuillehouder Bodem & Water van de vakgroep.

‘De 10 procent reductie voor het stikstof- en fosfaatplafond is in één jaar tijd niet haalbaar. Je kunt zoiets niet doorvoeren zonder rigoureus in te grijpen op individuele melkveebedrijven. Dit gaat niet lukken op een sociaal aanvaardbare manier. We willen niet weer een generieke korting.’

Tineke de Vries, LTO-voorzitter Akkerbouw en Vollegrondsgroente, is woest over het besluit. Volgens haar zijn de plannen onuitvoerbaar. ‘Ze willen in februari tot op perceelniveau aangeven waar de maatregelen wel en niet gelden. Dat is niet controleerbaar en handhaafbaar, dat lukte met het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid ook al niet. Ik heb de kunstmest al in de schuur staan voor komend seizoen.’


Enorme consequenties

De uitbreiding van het aantal gebieden waar straks veel minder mag worden bemest, heeft enorme consequenties voor alle boeren daar, zegt LTO Nederland. Belangenorganisaties hebben grote bezwaren tegen de aanscherping.

NVG-gebieden

Het besluit betekent dat alle agrarische bedrijven in met nutriënten verontreinigde gebieden (NV) volgend jaar al de hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest en kunstmest met 5 procent moeten verlagen. In 2025 moet dat 20 procent zijn.

De verplichting voor het verbeteren van de waterkwaliteit in de aangewezen gebieden vloeit voort uit de verkregen derogatiebeschikking voor 2022-2025. Deze volgt een afbouwpad. Niet aanwijzen van de met nutriënten vervuilde gebieden kan leiden tot directe intrekking van die beschikking. Adema schrijft in een Kamerbrief dat hij zich er ‘zeer bewust’ van is dat de maatregelen die hij neemt ‘ingrijpend’ zijn.

Volgens LTO Nederland komt de aanscherping op een moment dat boeren en tuinders er voor 2024 niet meer op kunnen anticiperen. Dit ondanks nadrukkelijke verzoeken om eerder duidelijkheid te verschaffen. Kritiekpunt is ook dat dit beleid gebaseerd is op gegevens over nutriëntenbelasting op grond- en oppervlaktewater die inmiddels dertien jaar oud zijn.

Sinds 2010 zijn er door de landbouw grote stappen gezet om de uit- en afspoeling van nutriënten terug te dringen. Maar die inspanningen worden niet meegenomen. Boeren worden in hun huidige bedrijfsvoering afgerekend op historische bemesting waarop zij geen invloed meer hebben en waarop ze niet kunnen bijsturen, stelt LTO-portefeuillehouder Bodem & Water Joris Baecke.


Schiet doel voorbij

‘Het is alsof de overheid constateert dat er op een snelweg in het verleden te hard werd gereden, en daarom besluit dat auto’s daar nu nog maar 60 kilometer per uur mogen rijden. Het schiet het doel totaal voorbij’, illustreert Baecke.

Het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) noemt de maatregel ‘de zoveelste klap’ voor jonge boeren. ‘Dit gaat ten koste van het verdienvermogen van zowel melkveehouders als akkerbouwers en heeft gevolgen voor het moraal in de sector’, stelt Ruben Klein Teeselink, portefeuillehouder Melkveehouderij bij NAJK.


Hoewel de jonge boeren de gevolgen vrezen, vinden ze de aanwijzing van de NV-gebieden ‘de minst slechte optie’ die Adema kon kiezen. Want had hij deze gebieden niet aangewezen, dan was volgens NAJK heel Nederland per 1 januari 2024 aangewezen als NV-gebied.

‘We moeten als gehele agrarische sector samen met de overheid werken aan de verbetering van de waterkwaliteit. De problemen blijven zich op dit moment opstapelen, waardoor boeren klem komen te zitten. We moeten als boeren inzicht krijgen in de waterkwaliteit rondom onze eigen percelen. Zodat we ook weten waar we aan moeten werken en resultaten zien van onze inspanningen’, zegt NAJK-portefeuillehouder Akkerbouw Hilde Coolman. Ze doelt daarmee op de wens van boeren om aan de slag te gaan met doelsturing.


Doorgeschoten beleid

Het NV-beleid is een zoveelste voorbeeld van doorgeschoten generiek middelenbeleid en illustreert hoe ver Brussel en Den Haag verwijderd zijn van de praktijk van het boerenerf, stelt Baecke namens LTO. ‘Binnen NV-gebieden worden alle landbouwbedrijven nu over één kam geschoren. Of een teelt uitspoelingsgevoelig is of niet of dat een agrariër nu al grote stappen zet in verduurzamingsopgaven, zoals het verbeteren van de waterkwaliteit: de korting blijft gelijk.’

De belangenorganisatie wil dat het landbouwbeleid een kanteling maakt naar doelsturing, zodat boeren ruimte krijgen om vanuit vakmanschap en ondernemerschap invulling te geven aan milieudoelen.


LTO zal de bezwaren tegen Adema’s besluit bij de Tweede Kamer en de kabinetsformatie onder de aandacht brengen, geeft Baecke aan. ‘Dat de waterkwaliteit verder moet verbeteren staat niet ter discussie. Maar dat kan en moet gebeuren met beleid dat boeren ook stimuleert om stappen te zetten.’

Voorzitter Tineke de Vries van de LTO-vakgroep Akkerbouw en Vollegrondsgroente wil snel met de minister in gesprek. Al acht ze de kans niet groot daar iets mee te bereiken. Ze heeft de eerste reacties van boeren al binnen. ‘Een boer doet mee aan het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer omdat hij hoopt goede dingen te doen. Maar hij wil daar nu mee stoppen, want je wordt links- of rechtsom toch gepakt. ‘Zak maar in de stront’, denken de boeren die vooroplopen nu.’


Boeren haken af

De maatregel gaat niet helpen de waterkwaliteit te verbeteren, stelt De Vries. ‘Het gaat alleen maar ten koste van de bodemverbetering of de rustgewassen. Je denkt toch niet dat een akkerbouwer zijn aardappelen of andere hoogsalderende gewassen niet optimaal gaat bemesten? Dat korten we dan extra bij de rustgewassen, dus wat schiet je ermee op.’

Bij de LTO-vakgroep Melkveehouderij is er onbegrip omdat de minister geen onderscheid maakt in teelten. ‘Bij niet-uitspoelingsgevoelige teelten die de waterkwaliteit verbeteren zoals gras, krijgen boeren namelijk ook te maken met de strengere gebruiksnormen’, reageert Jos Verstraten, portefeuillehouder Bodem & Water bij de vakgroep.


‘Generieke korting op fosfaatrechten voorkomen’

De nationale mestproductie mag sinds 2022 niet hoger zijn dan de gerealiseerde mestproductie in 2020. Dat gaat om 489,4 miljoen kilo stikstof en 150,7 miljoen kilo fosfaat. Vanaf 2025 moet de nationale mestproductie worden teruggebracht tot respectievelijk 440 miljoen kilo stikstof en 135 miljoen kilo fosfaat, meldt landbouwminister Piet Adema. Nederland is in de derogatiebeschikking verplicht zijn wetgeving hierop aan te passen. In de Meststoffenwet staat nu nog dat de maximale hoogte van de nationale mestproductie 504,4 miljoen kilo stikstof en 172,9 miljoen kilo fosfaat mag bedragen. Dit plafond sluit in 2024 nog niet aan bij de voorwaarden van de derogatiebeschikking. Vandaar dat de minister nog dit jaar de nationale mestproductieplafonds bij wet wil aanpassen, zodat die per 1 januari 2024 ingaan. De hoogte van de sectorale mestproductieplafonds moet vervolgens nog verder naar beneden om aan te sluiten bij de per 1 januari 2025 geldende normen. Adema gaat daarover in gesprek met vertegenwoordigers van de verschillende sectoren. Voor komend jaar verwacht hij dat het nationale plafond voor stikstof met 7 procent moet dalen en fosfaat met 9 procent om in 2025 aan de normen te voldoen. Adema gaat ervan uit dat hiervoor aanvullende maatregelen nodig zijn, rekening houdend met de krimp door de opkoopregelingen Lbv en Lbv-plus. Het verhogen van het afromingspercentage bij overdracht van fosfaatrechten is een van de mogelijkheden. Adema’s insteek daarbij is om een generieke korting op fosfaatrechten te voorkomen.

Lees ook

Marktprijzen

Meer marktprijzen

Laatste nieuws

Nieuwste video's

Kennispartners

Meest gelezen

Nieuw op MechanisatieMarkt.nl

Meer advertenties

Vacatures

Weer

  • Zondag
    14° / 6°
    10 %
  • Maandag
    10° / 6°
    10 %
  • Dinsdag
    9° / 6°
    50 %
Meer weer