Akkerbouwer+Bas+Blok%3A+%27Met+BodemUP+houd+je+regie+in+eigen+hand%27
Reportage
© Johan Boonen

Akkerbouwer Bas Blok: 'Met BodemUP houd je regie in eigen hand'

Beschikbare bodemkennis naar individuele ondernemers brengen via adviezen op maat. Dat is de kern van het project BodemUP. De Zuid-Hollandse akkerbouwer Bas Blok is een van de deelnemers. 'Gezonde, robuuste gewassen vragen om een gezonde bodem.'

Gert-Jan de Graaf steekt met een bodemguts een grondmonster op een perceel bieten van akkerbouwer Bas Blok in Oud-Beijerland. De Graaf verzamelt de klei in een emmer en samen met Blok beoordeelt hij de gesteldheid van de bodem. De eerste indruk is prima: de structuur is kruimig, de vochtvoorziening goed, hier en daar krioelt een worm.

De Graaf is projectleider Duurzaamheid bij LTO Noord en heeft een groot aantal bodemprojecten onder zijn hoede. Een daarvan is BodemUP. Met het project kaart een ondernemer een concreet bodemvraagstuk aan bij een adviseur. Tijdens een eerste bezoek wordt het vraagstuk in beeld gebracht en volgt een advies op maat. Tijdens een tweede bezoek worden de genomen maatregelen geëvalueerd.


Weerbare bodem nodig

Blok is de voorbije jaren extra veel aandacht gaan schenken aan de bodem. Logisch, vindt de akkerbouwer. 'De maatschappij wil een landbouw die minder gebruikmaakt van gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest. Dat vraagt om gezonde, robuuste gewassen. En daarvoor heb je een gezonde bodem nodig. Bovendien wordt het weer extremer. De bodem moet in staat zijn veel te verwerken en tegelijkertijd veel vocht kunnen vasthouden.'

Niemand verplicht je tot stappen, je doet alles op basis van vrijwilligheid

Bas Blok, akkerbouwer in Oud-Beijerland

BodemUP is niet Bloks eerste project. Enkele jaren geleden stapte hij in een regionaal bodemproject, samen met 25 akkerbouwers in de Hoeksche Waard. Ze werden gesteund door provincie Zuid-Holland. Later nam waterschap Hollandse Delta het stokje over en werd het project uitgebreid naar Voorne-Putten, Midden-Delfland en de Alblasserwaard. Melkveehouders en fruittelers doen nu ook mee. Allemaal kijken ze naar mogelijkheden om samen de bodemkwaliteit te verbeteren en (regionale) mineralenkringlopen verder te sluiten.


De guts is een onmisbaar instrument.
De guts is een onmisbaar instrument. © Johan Boonen

Eerder al liet Blok zijn bodem analyseren op chemische kenmerken, zoals zuurgraad, organische stof, mineralen en sporenelementen. En op biologische karakteristieken, zoals de aanwezigheid van bacteriën, schimmels, protozoa en nematoden. Met name het lage gehalte aan magnesium viel op. Daarop is Blok meer gebruik gaan maken van kieseriet, een magnesiumrijke meststof. 'Aardappelen, bieten en uien zijn belangrijke gewassen in mijn bouwplan. Die slurpen magnesium.'


Rekening houden met kalk

Op melkveebedrijven ziet De Graaf een vergelijkbaar verschijnsel, maar dan met kalk. 'Een melkveebedrijf voert grote hoeveelheden kalk af via de melk en botten van de koeien. Melkveebedrijven moeten daar in de bemesting rekening mee houden.'


De bodemanalyse liet verder zien dat het bodemleven beter kan. Blok zag dat aan de vertering van de tarwestoppel. 'Die ploegde ik in het najaar onder, waarna ik een volgend gewas teelde. Na de oogst van dat gewas, ploegde ik soms diezelfde tarwestoppel weer nagenoeg ongeschonden boven. Een teken dat de bodem die stoppel niet goed had verteerd.' Blok gaat de stoppel voortaan klepelen, kleiner maken. Hij verwacht dat de bodem de stoppel dan beter opneemt.


Organische mest anders inzetten

Daarbij gaat Blok organische mest op een andere manier inzetten. 'Die wendde ik altijd aan na de tarweoogst. Daarna werd het perceel ingezaaid met een groenbemester die na twaalf weken weer werd ondergeploegd. Nu laat ik de organische mest uitrijden na de oogst van vroege aardappelen. Daarna wordt het perceel ingezaaid met wintertarwe. Dat gewas blijft zes tot zeven maanden staan. Daarmee verwacht ik een betere benutting van organische mest.'


Gert-Jan de Graaf inspecteert de klei.
Gert-Jan de Graaf inspecteert de klei. © Johan Boonen

Het akkerbouwbedrijf van Blok telt zo'n 75 hectare op kleigrond, 25 tot 40 procent afslibbaar. Het organischestofgehalte is vrij stabiel en varieert van 1,8 tot 2 procent. In theorie zou dat organischestofgehalte in tien jaar tijd kunnen verdubbelen tot 5 procent, hebben adviseurs berekend.


Ingrijpende maatregelen

Maar dan zou Blok een aantal ingrijpende maatregelen moeten nemen. Bijvoorbeeld groenbemesters en vanggewassen pas in het voorjaar onderwerken, in plaats van in het najaar. Ook niet-kerende grondbewerking zou een stimulans betekenen.

Maar Blok heeft zijn twijfels. 'Ik snap dat een groenbemester die langer kan doorgroeien meer organische stof kan toevoegen. Maar hier zijn we het gewend om voor de vorst te ploegen. Dat zorgt voor een homogene structuur en daarmee voor een goede capillaire werking. Die zet je op het spel zodra je kiest voor grondbewerking in het voorjaar.'

Een aantal akkerbouwers in de regio laat de ploeg helemaal staan en kiest voor een niet-kerende grondbewerking. Ook die stap durft Blok nog niet aan. 'Ik vrees dan vooral een grotere onkruiddruk.'
Toch blijft de akkerbouwer de komende jaren zoeken naar manieren om de kwaliteit van de bodem verder te verbeteren. 'Dat is het mooie van projecten als BodemUP. Niemand verplicht je tot stappen: je doet alles op basis van vrijwilligheid. Daarmee houd je de regie in eigen hand.'


Project BodemUP geeft advies over bodem

BodemUP opereert onder de vlag van Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. De adviezen moeten leiden tot een betere bodemstructuur en minder af- en uitspoeling van middelen. Het project loopt drie jaar en deelnemers kunnen ieder jaar met ander perceel meedoen. BodemUP wordt mede mogelijk gemaakt met gelden uit de regio en van de EU en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling.

Bekijk meer over:

Weer

  • Woensdag
    19° / 15°
    60 %
  • Donderdag
    13° / 10°
    50 %
  • Vrijdag
    10° / 7°
    50 %
Meer weer