Zeeuwse+broers+gaan+zuinig+om+met+schaars+zoetwater
Achtergrond
© Peter Nicolaï

Zeeuwse broers gaan zuinig om met schaars zoetwater

Marco en José Waverijn uit het Zeeuwse Philippine hebben een jaar ervaring met ondergrondse druppelirrigatie. Ze zien de voordelen, maar zijn na de test in uien nog niet overtuigd. In andere gewassen is het positieve effect groter.

De zon schijnt. De bovenlaag van de grond is langzaam maar zeker aan het opdrogen. De plantuitjes zitten er al in. Marco Waverijn moet nog een perceel lichte grond ploegen, maar de dag ervoor heeft het een beetje geregend. 'De grond moet eerst een beetje grijs worden.'

De broers Marco en José Waverijn hebben een akkerbouwbedrijf dat in de loop van de tijd is gespecialiseerd in wortelen en witlofpennen. Voor beide gewassen doen ze ook loonwerk, contracten, handel en opslag. De plek waar het bedrijf ligt, was tot 1952 nog een zeearm. Na de watersnoodramp van 1953 vestigde familie Waverijn zich in de drooggevallen polder. Waar het zeezand dicht onder bouwvoor ligt, is de grond droogtegevoelig.

De broers kunnen hun land nergens beregenen met oppervlaktewater, omdat het te brak is. Maar op diverse plekken in de streek zitten zoetwaterbellen. Ze proberen daar optimaal gebruik van te maken. Bij het erf en bij diverse percelen op afstand hebben de akkerbouwers op een diepte van ruim 6 meter diepdrains in die zoete bellen laten aanbrengen. Daardoor kunnen ze nu zo'n 70 procent van hun areaal beregenen.

Alleen op basis van uien vinden wij het resultaat van ondergrondse druppelirrigatie twijfelachtig

Marco en José Waverijn, akkerbouwers uit Philippine

De ervaringen met de diepdrains zijn goed. Marco Waverijn: 'We kunnen goed beregenen, maar we moeten wel rekening houden met de capaciteit van de bel, het is geen IJsselmeer.' Dat merkten de broers vooral na de droge zomer van 2018 gevolgd door een lage aanvulling van het grondwater in de winter. Daardoor hadden in 2019 veel telers in de regio te weinig zoetwater om voldoende te beregenen.

Het grote watergebruik is een nadeel van de haspels. Bovendien kost het vaak verzetten ervan in droge zomers veel tijd en nachtrust. Slemp kan ook een nadeel zijn. 'Een deel van onze grond slaat dicht als je er in één keer een bui overheen gooit. Dat is altijd spannend.'


Snel te porren voor proefproject

De broers Waverijn zochten daarom een meer duurzame oplossing. Toen Delphy vroeg of ze wilden meewerken aan een proefproject, waren ze snel te porren. In 2019 brachten ze op 1 hectare lichte zavelgrond, met een goede capillaire werking, irrigatieslangen in de grond. De slangen liggen op 40 centimeter diepte, op 75 centimeter afstand van elkaar. Ze liggen in het meest droogtegevoelige deel van een perceel van 10 hectare.

Door de diepe ligging kunnen de slangen zeker tien jaar blijven liggen, geven ze aan. 'Het is een heel groot voordeel dat we de slangen niet elk jaar hoeven aan te brengen en op te ruimen.'

Bij Waverijn brengen de slangen elk uur enkele minuten een pulsje water in de grond. Heel rustig, zodat het kan stijgen door de capillaire werking. De gift is maximaal 4 millimeter in twee dagen. Dat lijkt weinig, maar dat is ook in een heel droge periode voldoende, zo blijkt. Het vocht stijgt tot zo'n 7 centimeter onder het maaiveld. Er lekt geen water weg.

In 2019 was de tijd te kort voor betrouwbare resultaten. In 2020 zaaide José Waverijn uien op het perceel. Op het grootste deel ervan gaf hij water met de haspel, op 1 hectare met de ondergrondse druppelslangen en op een klein deel met bovengrondse druppelslangen.

Er zijn nog geen 'harde cijfers', maar hij schat dat de opbrengst het hoogst is bij de bovengrondse irrigatie. Het deel met de ondergrondse slangen scoort ongeveer gelijk aan het stuk dat met de haspel is beregend.


Minste aantasting van fusarium

Bij de ondergrondse irrigatie was de minste aantasting van fusarium. De aantasting was het grootst in het deel waar met de haspel was beregend. Waverijn heeft daar wel een verklaring voor. 'Met ondergrondse irrigatie blijft de structuur beter en het gewas krijgt vrijwel continu wat water. Dat geeft een meer constante groei. We gaven met de haspel elke tien dagen ruim 12 millimeter. Het koude water tijdens de hete zomer zorgde voor veel stress bij de uien.'

De akkerbouwer had wel een hogere opbrengst verwacht bij ondergrondse irrigatie. Maar hij denkt dat andere gewassen er meer baat bij hebben. 'Uien wortelen ondiep. De slangen zitten eigenlijk te diep. Ik verwacht er meer van bij aardappelen. Die wortelen dieper en door de enorme bladmassa gaat er bij beregening met de haspel veel meer water verloren door verdamping.'

Voor 2022 staat er peen gepland op het perceel. Ook bij dat gewas verwacht hij een groter voordeel van ondergrondse irrigatie, omdat dat ook dieper wortelt dan uien. Anderzijds heeft peen veel minder last van stress als gevolg van beregenen met de haspel. 'Peen schiet niet zo snel in de stress. Uien zijn veel kwetsbaarder.' Al met al vinden de gebroeders Waverijn het nog te vroeg voor conclusies. 'Ondergrondse irrigatie werkt wel goed, maar wat doet het in andere gewassen? Alleen op basis van uien vinden wij het resultaat twijfelachtig.'


Opbrengst een kwart hoger

Deltadrip heet de proef bij maatschap Waverijn. In 2020 was de opbrengst bij ondergrondse irrigatie gelijk aan beregenen met haspel. Maar de ondergrondse irrigatie ligt in een droogtegevoelig stuk, vertelt Maarten Waterloo, die het project begeleidt. In 2019 was de aardappelopbrengst daar een kwart lager. Waterloo denkt daarom dat de ondergrondse irrigatie een kwart meer opbrengst geeft dan de haspel.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zaterdag
    6° / 3°
    90 %
  • Zondag
    5° / 3°
    60 %
  • Maandag
    3° / 0°
    20 %
Meer weer