Geart+Benedictus%3A+%27Bodem+onderbelicht+in+veenweidediscussie%27
Achtergrond
© Ida Hylkema

Geart Benedictus: 'Bodem onderbelicht in veenweidediscussie'

In het veenweideprogramma moet meer aandacht zijn voor de bodem. Dat is een van de aandachtspunten van de inspraakreactie van de gezamenlijke landbouworganisaties in het gebied. 'Met alleen hydrologische maatregelen komen we er niet', zegt voorzitter Geart Benedictus van de stuurgroep Veenweide.

Wetterskip Fryslân, provincie Fryslân en de betrokken gemeenten lanceerden in november het Veenweideprogramma 2021-2030. De basis is een peilverhoging van gemiddeld een halve meter tot 40 centimeter onder het maaiveld in het hele veenweidegebied.

De landbouworganisaties (LTO Noord, Agrarische Jongeren Fryslân, Federatie Polderbelangen Friesland, Nederlandse Melkveehouders Vakbond, Feriening Biologyske Boeren Fryslân, de agrarische collectieven en het Friesch Grondbezit) zien in dat er wat moet gebeuren om de bodemdaling en de uitstoot van CO2 te beperken.


Inspanningsverplichting

De organisaties willen daarom ook meewerken aan inspanningsverplichtingen en initiatieven van onderop. Voorwaarde is dat er een goed verdienmodel komt voor de agrarische bedrijven en dat er via een grondbank voldoende perspectief kan worden geboden. Zaken die, evenals de financiering, nu nog niet zijn dichtgetimmerd.

We hebben grote bedenkingen bij de grondwaterstudie

Geart Benedictus, voorzitter stuurgroep Veenweide

Een gemiddelde peilverhoging in het hele veenweidegebied naar -40 centimeter is wat de landbouw betreft te kort door de bocht. 'Alle veengronden zijn weer verschillend. In de Grote Veenpolders bijvoorbeeld kun je het peil nog zo hoog zetten, maar het water stroomt zo ondergronds de Noordoostpolder in. Hier zijn bodemmaatregelen veel efficiënter', stelt Benedictus.


Als voorbeeld noemt hij de veldproef 'Klei IN Veen' die in augustus in Delfstrahuizen is gestart. Bij deze proef worden kleikorrels verspreid over 6 hectare veengrond. In de Krimpenerwaard zijn hier al goede resultaten mee behaald: de CO2-uitstoot was 15 tot 50 procent lager na toediening van de klei. Maar ook dat veen kan weer niet worden vergeleken met het Friese veen, erkent de voorzitter.


'Nooit goed onderzocht'

'Veen is een levend materiaal; er gebeurt veel meer mee dan we in de gaten hebben. Dat is nooit goed onderzocht. De bodemkwaliteit is ook jarenlang verwaarloosd. Als je daar weer aandacht aan besteedt, is er ook op het gebied van biodiversiteit nog veel te winnen. Bovendien verhoog je door bodemmaatregelen de draagkracht van de grond en dat is nodig om met een hoger waterpeil toch nog op het land te kunnen. En een betere bodem houdt ook water beter vast. We moeten de bodemprocessen beïnvloeden die veenoxidatie veroorzaken en niet alles richten op hydrologische maatregelen.'

Dat zo'n onderzoek nog jaren kan duren, is wat hem betreft geen probleem. 'Je kunt het hele veenweidegebied toch niet in één keer aanpakken en dat gebeurt ook niet. Begin nu eerst maar met de Hege Warren en Aldeboarn-De Deelen. Daar moet echt wat gebeuren en daar is ook geld en draagvlak voor. Voordat het gebied daar is ingericht, ben je alweer een paar jaar verder. In die tijd kunnen we doorgaan met onderzoek naar bijvoorbeeld bodemmaatregelen.'


Kritisch punt: grootte

Een ander kritisch punt van de landbouworganisaties is de grootte van het gebied. Behalve de diepe veengebieden en de veengebieden met een dunne kleilaag, zijn ook gebieden met een kleilaag dikker dan 40 centimeter ingetekend en gebieden met een veenlaag van minder dan 80 centimeter.

Deze gronden leveren nauwelijks een bijdrage aan de CO2-reductie, maar door ze wel in het plan te betrekken, levert dat wel planologische en economische schade op, stellen de landbouworganisaties. Het gaat om in totaal circa 30.000 hectare, benadrukt Benedictus. Een derde van het totale gebied.


Zoetwatervoorziening

Provincie en waterschap willen het waterpeil ook op deze gronden verhogen, om de zoetwatervoorziening van een veel groter gebied veilig te stellen.

Waterschapsbestuurder Jan van Weperen hamert er voortdurend op dat het plan meer is dan het beperken van bodemdaling en CO2-uitstoot. Ook waterberging als gevolg van de klimaatverandering hoort erbij. En door de bodemdaling in het veenweidegebied wordt diepliggend grondwater uit omliggende gebieden aangetrokken wat op termijn leidt tot verdroging en verzilting. Het veenweideplan is daarom ook nodig voor een duurzaam zoetwaterbeheer in een veel grotere regio.


Steeds andere argumentatie

'Er komt steeds een andere argumentatie bij', constateert Benedictus. 'In 2015 ging het nog primair over bodemdaling. In 2018 kwam de CO2-uitstoot en klimaatadaptie erbij en nu wordt de grondwaterstudie als vierde argument erbij gehaald.'

'Wij hebben grote bedenkingen bij dit laatste argument en de noodzaak om daarvoor de 30.000 hectare ook mee te nemen in de peilverhoging. We hebben daarom het onafhankelijke kennisinstituut Deltares om een second opinion gevraagd. Die onderzoekt nu of de grondwaterstudie van het waterschap juist is', aldus Benedictus.


Inspraaktermijn met twee weken verlengd

De inspraaktermijn voor het concept-Veenweideprogramma liep tot 30 december, maar is met twee weken verlengd. Om gebruik te kunnen maken van deze verlenging, was wel een melding voor 30 december nodig. 'Sommige belanghebbenden hebben aangegeven meer tijd nodig te hebben om een reactie op te stellen. Het gaat om een veelomvattend programma en de coronamaatregelen beperken soms de mogelijkheden voor afstemming of raadplegen van de achterban. Daarom hebben provincie Fryslân en Wetterskip Fryslân besloten het mogelijk te maken om binnen twee weken na sluiting van de reactietermijn nog een zienswijze in te dienen', staat op de website te lezen.

Bekijk meer over:

Weer

  • Vrijdag
    21° / 14°
    20 %
  • Zaterdag
    22° / 11°
    10 %
  • Zondag
    23° / 13°
    50 %
Meer weer