Loes+Manders+en+Jos%C3%A9+van+Gog%3A+%27We+missen+soms+alleen+wat+fysieke+kracht%27
Achtergrond
© Ruud Ploeg

Loes Manders en José van Gog: 'We missen soms alleen wat fysieke kracht'

Pluimveehouders Loes Manders (35) en José van Gog (44) in Noord-Brabant zijn in hun eentje verantwoordelijk voor het bedrijf. Daarnaast staan ze aan het hoofd van het gezin en hebben ze tijd voor zakelijke uitstapjes en sociale contacten. Hoe ze alle ballen in de lucht houden? 'We doen het gewoon.'

Hemelsbreed ligt er 1 kilometer weg en weiland tussen de biologische pluimveehouderijen van Loes en José. Toch woont de een in Milheeze en de ander in Deurne. Toen ze kinderen waren, leek de afstand onoverbrugbaar doordat ze in hun eigen dorp naar school gingen. Vandaag de dag zijn er geen grenzen meer en hebben de ondernemers veelvuldig contact over hun bedrijf, de ontwikkelingen in de sector, het gezin en hun sociale leven.

Ze bevinden zich in dezelfde situatie: allebei runnen ze een eigen agrarisch bedrijf zonder personeel en zorgen ze voor de kinderen en het huishouden. 'Dat was vroeger wel anders', zegt José. 'Mijn moeder runde bij ons ook het bedrijf toen mijn vader nog buitenshuis werkte. Sinds mijn vader thuis kwam werken, werkte mijn moeder mee en runde zij het huishouden en gezin. Zo ging dat bij alle boerengezinnen.'

Hoewel er steeds meer boerinnen op de boerderij actief zijn, zijn zij volgens José nog steeds een uitzondering. 'De meeste vrouwen zitten met hun partner in het bedrijf. Als we samen naar een pluimveegerelateerde bijeenkomst gaan, zijn we in de minderheid. En zeker als bedrijfshoofd, in een zaal vol mannen.'

Voor een zware klus huur ik ook weleens hulp in

Loes Manders, pluimveehouder in Milheeze

Hoe ze alle ballen in de lucht houden, weten de vrouwen niet precies. 'We doen het gewoon', zegt Loes. 'We stellen prioriteiten en schakelen voortdurend tussen de stal en het huis. Als een kind ziek is, gaat dat voor. Als er iets met de dieren is, ben ik daar en zorg ik voor een oppas voor de kinderen. Of we springen voor elkaar bij. We vinden altijd een oplossing.'


Biologische opfokhennen

Loes runt sinds vorig jaar een bedrijf met biologische opfokhennen. Tot twee jaar terug werkte ze als verpleegkundige. 'Als tiener had ik nooit gedacht dat ik het bedrijf van mijn ouders zou overnemen. Eerder dat ik een boer zou treffen', zegt ze lachend. 'Mijn ouders hebben nooit over overname gepraat, ze hebben ons altijd onze eigen keuzes laten maken.'

Loes was wel de enige van de drie dochters die het meest betrokken was bij het biologische leghennenbedrijf van haar ouders. Zo zat ze een aantal jaar terug aan de keukentafel en praatte ze met haar ouders over de toekomst van het bedrijf. 'Ze werden een dagje ouder en ineens zagen we de mogelijkheid van een overname wel. Misschien is het de tijdsgeest. Ik weet het niet.'


De stallen van haar ouders zijn vorig jaar verbouwd en aangepast aan de nieuwe Brabantse milieueisen. Sindsdien staat Loes aan het roer en helpen haar ouders nog geregeld mee. Haar moeder helpt graag bij de jonge kuikens en haar vader is 'de onmisbare technische dienst'. Ze is met haar gezin in het ouderlijk huis getrokken. Over een jaar of vijf verwacht ze het bedrijf financieel over te kunnen nemen. Er scharrelen momenteel 31.000 biologische opfokhennen rond.


Andere richting

José nam al rond haar 25ste het pluimveebedrijf van haar ouders over. Maar na enkele verliesgevende jaren stapte ze er weer uit, op advies van haar vader. Pas in 2011 nam ze het stokje definitief over. Ook zij veranderde van richting ten opzichte van haar voorganger. Waar Loes overstapte van leghennen naar opfokdieren, koos José voor biologische leghennen. Je moet kiezen voor wat bij je past, vinden de ondernemers. José heeft veel aan haar buurvrouw gehad in het begin. 'Ik wist helemaal niets van de biologische pluimveehouderij. Daar komt nogal wat bij kijken, van mestafvoer tot certificering.'

Over het algemeen ervaren de vrouwen niet dat ze anders worden benaderd dan hun mannelijke collega's of erfbetreders. Als er wordt gevraagd naar hun mannen of als hun vaders worden aangesproken, kunnen ze daar hartelijk om lachen. 'Het is vaak de oudere generatie die nog denkt in traditionele rolpatronen', stellen ze. Wat weleens wordt gezegd, is dat mannen de vrouwen als secuurder ervaren. José: 'Sommige vertegenwoordigers worden soms gek van me. Dan heb ik een eigen kijk op hoe iets moet worden aangepakt of opgelost. 'Mannen zijn makkelijker', zeggen ze dan.'


Beperkingen

Hun ouders zijn op de achtergrond nog dagelijks betrokken bij het bedrijf. Hun partners springen alleen bij als het echt nodig is. De een heeft zijn eigen bedrijf en de ander heeft het druk met zijn baan. 'We hebben ons bedrijf zo ingericht dat we zoveel mogelijk zelf kunnen doen', zegt Loes. 'We zijn allebei harde werkers. Toch lopen we af en toe tegen fysieke beperkingen aan.' Beide vrouwen zijn niet fors gebouwd. José: 'We missen soms het vermogen om werkzaamheden waarvoor veel kracht is vereist, langdurig vol te houden.' Loes kan bijvoorbeeld niet acht uur achter elkaar met de hogedrukspuit de stallen schoonmaken, geeft ze aan. 'Mijn vader of partner wel. Maar voor zo'n klus huur ik ook weleens hulp in.'

De jonge ondernemers zijn zelfverzekerd. 'We lopen al ons hele leven mee in deze sector. We weten wat er moet gebeuren en op welke manier. We vinden niets mooier dan bezig zijn met de dieren. Dat we dat kunnen doen met ons gezin erbij, vinden we het mooiste wat er is. In dat opzicht verschillen we niet van mannen.'


Dit artikel is onderdeel van een reeks verhalen over vrouwelijke bedrijfsopvolgers uit de speciale eindejaarsspecial van Nieuwe Oogst. Op Nieuweoogst.nl verschijnen de komende tijd verschillende interviews en video's over dit thema. Volg ze op nieuweoogst.nl/boerinnen .

Bekijk meer over:

Weer

  • Maandag
    4° / -2°
    20 %
  • Dinsdag
    5° / -1°
    40 %
  • Woensdag
    5° / 0°
    20 %
Meer weer