Drijfmestrapport+leidt+tot+Kamervragen+van+SGP
Nieuws
© René Eijsink

Drijfmestrapport leidt tot Kamervragen van SGP

Het onderzoek van Peter Vanhoof en Anton Nigten naar de invloed van drijfmest op emissies en stikstofbenutting heeft tot Kamervragen geleid. SGP-Kamerlid Roelof Bisschop vraagt om extra onderzoek naar voerkwaliteit, mestkwaliteit en bodembiologie.

Ook wil Bisschop weten wat volgens landbouwminister Carola Schouten het effect is van emissiearme vloeren op mestkwaliteit, ammoniakvorming en explosiegevaar. Daarnaast vraagt hij in hoeverre zij het onderzoek vindt passen in haar kringloopvisie.


Uit dit onderzoek bij 135 veebedrijven in opdracht van de Vereniging tot Behoud van Boer en Milieu (VBBM) blijkt dat drijfmest het best wordt benut wanneer goede kringlooplandbouwpraktijken worden gecombineerd. Het gaat onder meer om te zorgen voor een bepaalde mestsamenstelling, geen kunstmest en het zo homogeen mogelijk over het land verdelen van mest.

Daarmee is volgens Vanhoof en Nigten een gemiddelde stikstofbenutting van 122 procent haalbaar. Zij stellen dat bij het op de normale manier mest uitrijden in combinatie met kunstmest de gemiddelde stikstofbenutting niet hoger uitkomt dan 68 procent.

Symbiose

Volgens de onderzoekers komt dit doordat bij deze bemestingsmethode de symbiose tussen plant, bodem en bodemleven geen kans maakt. Die symbiose zorgt ervoor dat stikstof en andere nutriënten uit het bodemleven worden vrijgemaakt voor het gras.

Volgens Vanhoof en Nigten past het niet in een goede landbouwpraktijk om met zware machines mest op een smalle strook te injecteren in de bodem. Door de plaatselijke zware overdosering is het klei-humuscomplex van de bodem nooit in staat om de bemeste zouten vast te houden.

Humusarme zandbodems

Vooral op humusarme zandbodems spoelen nutriënten makkelijk uit naar het grondwater. Bij bovengronds bemesten wordt mest beter verdeeld, waardoor deze beter wordt vastgehouden, ook omdat de gift met 10 kuub per hectare lager is.

Bekijk meer over: