Pootaardappelacademies+zijn+eilanden
Achtergrond
© Koos van der Spek

Pootaardappelacademies zijn eilanden

Nederland telt vier pootaardappelacademies (PAA's): Flevoland, Zuidwest-Nederland, Noord-Holland en Groningen/Friesland. Zij hebben een soort latrelatie; ze wisselen informatie uit en weten wat de ander doet, maar hechten wel aan hun zelfstandigheid. 'De regiogebondenheid is doorslaggevend', stelt projectleider Harrie Vreman van PAA Flevoland.

Harrie Vreman weet waarover hij praat. Ooit fungerend als landelijk projectleider is hij getuige geweest van de oprichting van PAA's, het optuigen van een overkoepelend geheel, het weer ontmantelen ervan en een herstart met nauwe samenwerking tot het verzelfstandigen in de huidige vorm.

Op de Pootaardappelacademie, als landelijk fenomeen in 2009 begonnen in Friesland en Groningen, ontmoeten pootgoedtelers, medewerkers van handelshuizen, toeleveranciers en andere betrokkenen uit de pootgoedsector elkaar. Vanuit de basis 'boeren leren van boeren' worden vragen opgeworpen waarmee de sector worstelt. Ook worden expertisebijeenkomsten belegd, praktijkproeven uitgezet, sprekers uitgenodigd en bezoekjes gebracht aan collega-telers of toeleverende bedrijven.

Nauwe samenwerking was het oogmerk, maar werd niet gerealiseerd, onder meer door onvoldoende draagvlak. Of zoals Vreman het uitdrukt: 'Ieder wilde hoofdstad zijn van de aardappelwereld.' Dat leidde tot het inmiddels zelfstandig functioneren van de huidige PAA's.

Samenwerking is er wel, maar niet veel. Eigenlijk best jammer

Harrie Vreman, projectleider van PAA Flevoland

Vier expertisegroepen

De PAA Flevoland heeft zestig deelnemers. 'Een stabiel aantal, met vier expertisegroepen: twee gericht op teelt, een op ziekten en plagen en een gericht op bewaring.'

Deelnemers betalen 450 euro per jaar per deelnemer. Ze krijgen daarvoor gedurende het poot- en rooiseizoen minimaal vijf expertisebijeenkomsten, begeleid door Delphy. Daarin worden bijvoorbeeld de ervaringen met de praktijkproeven per expertisegroep behandeld.

Daarnaast organiseert de PAA Flevoland nog een of twee themabijeenkomsten, waarbij het uitwisselen van informatie en het praten over problemen stevige pijlers zijn. Vooral de bestrijding van virussen is een hot topic in Flevoland. 'Vertrouwen is belangrijk, zeker bij het delen van problemen bij de teelt', zegt Vreman. 'Als dat vertrouwen er is, dan blijven de deelnemers en beperken we het verloop. Dat is cruciaal voor het voortbestaan.'

Stabiel aantal deelnemers

Ook de PAA Zuidwest-Nederland telt zo'n zestig deelnemers. Een stabiel aantal, volgens secretaris-directeur Charlotte van Sluijs-Poppe van agrarisch innovatie- en kenniscentrum Rusthoeve. Ze is tevens vertegenwoordiger van de PAA. Het samenwerkingsverband heeft een redelijk vast patroon aan activiteiten ontwikkeld, waarvoor de deelnemers jaarlijks 300 euro neertellen.

Centraal in de activiteiten staan de proeven die door de deelnemers zijn aangedragen, met een uitvoerende rol voor Rusthoeve, samen met Delphy (team Akkerbouw en Vollegrondsgroente Zuidwest-Nederland) en ZLTO. 'Een of twee keer per jaar komen we bijeen om te kijken naar de proeven. Die dagen staan open voor iedereen, maar er wordt wel geacht dat je nadien deelnemer wordt, als je dat nog niet bent', vertelt Van Sluijs-Poppe.

Resultaatavond

'De resultaten van de proeven zijn evenwel exclusief voor de betalende deelnemers. Meestal hebben we in januari of februari een resultaatavond.' De PAA Zuidwest-Nederland organiseert daarnaast bedrijfsbezoeken en bijeenkomsten met sprekers over een actueel thema. Onlangs over weersverzekering.

Hoog op de agenda van de PAA van Groningen en Friesland (35 tot 40 deelnemers à 300 euro) staan meerjarige praktijkproeven, uitgevoerd door Proefboerderij Kollumerwaard. 'Ieder jaar doen we er een stuk of drie', stelt akkerbouwer Hilko Bos uit Oldehove.

PAA’s doen mee aan het project ‘Virus- en vectorbeheersing in pootaardappelen’.
PAA’s doen mee aan het project ‘Virus- en vectorbeheersing in pootaardappelen’. © Persbureau Noordoost

Vijf PAA-teams

Zo was er onderzoek naar poten op rijpaden, vertering van moederknollen, aanaarden bij het poten, initiële Erwiniabesmetting en het effect van bewaring op de teelt. De PAA werkt in vijf teams: mechanisatie, bodem/bemesting, bewaring, ziekten/plagen en hygiëne & uitgangsmateriaal. Elk team heeft een captain, allen akkerbouwers. De teams werken aan onderwerpen naar keuze. De teamcaptains vormen het bestuur.

Verder organiseert de noordelijke tak themadagen of -avonden, met onderwerpen als 'groene chemie', of 'hoe vermeerderen we ons pootgoed in 2030'. De PAA Groningen/Friesland is aangesloten bij kennisplatform Potato Valley en onderhoudt contact met het Terra MBO in Groningen. Zo gaan studenten bij telers langs met de elektronische aardappel en de penetrologger (een veldmeetapparaat) van de PAA.

Zelfstandig opereren

Alle PAA's opereren zelfstandig. Van Sluijs-Poppe vindt dat geen bezwaar. 'Het is essentieel dat er akkerbouwproeven zijn in een vergelijkbaar gebied. We houden elkaar als PAA's op abstract niveau op de hoogte, maar gaan de proefveldresultaten niet naast elkaar leggen.'

Eenzelfde geluid laat Harrie Vreman horen. 'Samenwerking is er wel, maar sterk regionaal.' Ook Hilko Bos wijst op de sterk regionale verschillen. 'Elke proef landt beter in de eigen regio.' Het samengaan van de diverse PAA's is in zijn ogen dan ook nog ver weg. 'Samenwerking is er wel, maar niet veel. Eigenlijk best jammer.'

Virus- en vectorbeheersing in pootaardappelen
In opdracht van het ministerie van LNV loopt sinds 1 januari dit jaar het publiek-private samenwerkingsproject 'Virus- en vectorbeheersing in pootaardappelen', waarbij ook de PAA's Flevoland, Noord-Holland en Zuidwest-Nederland zijn betrokken. Het project, onder leiding van onderzoeker entomologie Paula Westerman van Wageningen University & Research, heeft tot doel het ontwikkelen van een duurzame, effectieve en klimaatbestendige set beheersmaatregelen tegen virusinfecties. Nederland exporteert jaarlijks 800.000 ton pootgoed naar meer dan zeventig landen, goed voor een wereldwijd marktaandeel van 60 procent, met een geschatte waarde van bijna een half miljard euro. De sterke exportpositie is te danken aan de hoge kwaliteit en gezondheid van het pootgoed, geborgd door een uitgebreid certificeringssysteem. Maar de sector signaleert in de laatste vijf jaar een toenemend aantal partijen dat bij de nacontrole besmet blijkt met Potato virus Y (PVY). Dit is inmiddels meer dan 15 procent. Het project, met een budget van 966.000 euro, zoekt een oplossing voor dit probleem, waarbij de aanpak is gericht op een drietrapsraket: 1) het ontwikkelen van een klimaatbestendig waarschuwingssysteem voor vroege bladluisvluchten; 2) het ontwikkelen van hulpmiddelen op basis van de nieuwste moleculaire technieken die het mogelijk maken het risico op PVY-infecties in diverse teeltfasen nauwkeuriger in te schatten; 3) het analyseren van bestaande en innovatieve beheersmaatregelen, waarna een strategie wordt ontwikkeld die de risico's op besmetting en declassering vermindert. Het project loopt tot 31 januari 2023.

Bekijk meer over:

Weer

  • Dinsdag
    15° / 10°
    20 %
  • Woensdag
    17° / 7°
    10 %
  • Donderdag
    18° / 11°
    20 %
Meer weer