Rijn+en+IJssel+maait+waterkant+minder+vaak
Nieuws
© ZLTO

Rijn en IJssel maait waterkant minder vaak

Waterschap Rijn en IJssel past het maaibeleid van de beken en sloten in zijn werkgebied aan. In het onderhoud wordt voortaan, naast het afvoeren van water, meer rekening gehouden met natuurontwikkeling en het verbeteren van de biodiversiteit.

Op plekken waar dit kan, laat het waterschap de begroeiing langer staan. Dat betekent dat veel brede onderhoudspaden en oevers van de watergangen met veel natuurlijke potentie niet in de zomer, maar pas na 1 september (ruim na het broedseizoen) worden gemaaid.

Zo ontstaat diverse natuur met meer schuil- en broedgelegenheden voor insecten, zoogdieren en vogels. Het wordt soms wel wat lastiger om over deze onderhoudspaden te wandelen. Om veilig te kunnen maaien, worden smalle onderhoudspaden wel regelmatig gemaaid.

Bodemverbeteraar

Bij de maaiwerkzaamheden komt maaisel vrij. Het waterschap wil vanaf komend maaiseizoen meer maaisel hergebruiken. Verwerken van het maaisel in de landbouw, als bodemverbeteraar, zorgt dat het water beter in de grond wordt vastgehouden. Ook zorgt het afvoeren van het maaisel ervoor dat de grond langs de beken en sloten minder voedselrijk wordt. Hierdoor ontstaat na verloop van tijd een meer gevarieerde begroeiing. Twee vliegen in een klap dus.

Waterschap Rijn en IJssel beheert 3.500 kilometer watergangen. Om deze in goede staat te houden, voert het waterschap voortdurend onderhoud uit als maaien, baggeren en het onderhouden van onder meer groen, stuwen en gemalen. Het maaionderhoud in de beken en sloten is hoofdzakelijk bedoeld om het juiste waterpeil in de beek of sloot te kunnen houden. Veel begroeiing vertraagt de af- of aanvoer van water en is dus van grote betekenis bij het voorkomen van wateroverlast. Grote watergangen worden daarom vaker gemaaid dan de kleinere watergangen.

Bekijk meer over:

Weer

  • Dinsdag
    7° / 3°
    40 %
  • Woensdag
    6° / 0°
    10 %
  • Donderdag
    8° / 1°
    10 %
Meer weer