Land%2D+en+tuinbouwbedrijf+is+3+miljoen+euro+waard
Nieuws
© Alex J. de Haan

Land- en tuinbouwbedrijf is 3 miljoen euro waard

De balanswaarde van een gemiddeld Nederlands land- en tuinbouwbedrijf was 3 miljoen euro eind 2017, heeft Wageningen University & Research (WUR) berekend.

De waarde is ten opzichte van het jaar ervoor met ongeveer 150.000 euro gestegen. Het gemiddelde bedrijf is voor 71 procent gefinancierd met eigen vermogen, 2 procent meer dan in 2017. De langlopende schulden daalden in 2017 voor het tweede jaar op rij licht tot gemiddeld 800.000 euro per bedrijf.

De waarde van immateriële activa, vooral quota en dierrechten, bedroeg in 2005 nog bijna 500.000 euro. Sinds 2006 is deze balanspost gestaag aan het dalen tot iets meer dan 70.000 euro aan het einde van 2017. De afschaffing van het melkquotum ligt aan deze daling ten grondslag.

Akkerbouw

Een akkerbouwbedrijf heeft met gemiddeld 4,1 miljoen euro het hoogste balanstotaal. De gemiddelde waarde van akkerbouwbedrijven is de afgelopen 10 jaar bijna verdubbeld, wat hoofzakelijk te danken is aan de forse stijging van de waarde van de grond en in mindere mate aan de groei van de gemiddelde bedrijfsoppervlakte.

Grond was in 2017 verantwoordelijk voor 70 procent van de gemiddelde balanswaarde; in 2007 was dat nog iets minder dan 60 procent. De waardestijging van grond draagt bij aan de hoge solvabiliteit. De gemiddelde solvabiliteit van 81 procent op akkerbouwbedrijven is hoog in vergelijking met andere landbouwsectoren.

Glastuinbouw

In 2017 bedroeg het gemiddelde balanstotaal van een glastuinbouwbedrijf bijna 3,6 miljoen euro; een toename van 250.000 euro ten opzichte van 2016. De solvabiliteit steeg voor het vierde opeenvolgende jaar tot 58 procent door een toename van het eigen vermogen en een verdere afname van de langlopende schulden.

De spreiding tussen bedrijven is echter zeer groot. Van de glastuinbouwbedrijven heeft 20 procent een solvabiliteit van minder dan 37 procent. Dit percentage komt ongeveer overeen met het minimale niveau dat door banken als eis wordt gesteld als buffer bij financieringsaanvragen.

Vollegrond

Het gemiddelde balanstotaal van de vier verschillende vollegrondsectoren (groente, fruit, bloembollen en bomen) verschilt sterk. De bloembollenbedrijven hebben gemiddeld het meeste grond in eigendom en daardoor ook het hoogste balanstotaal. Voor de vier sectoren geldt dat het grootste deel van het vermogen bestaat uit eigen vermogen.

De gemiddelde waarde van vollegrondbedrijven varieerde van 1,3 miljoen euro voor boomkwekerijbedrijven tot 4,6 miljoen euro voor de bollenbedrijven. De bezittingen op de balans van vier soorten teeltbedrijven zijn voor het merendeel gefinancierd met eigen vermogen. De gemiddelde solvabiliteit lag in 2017 met 76 procent het hoogst in de fruitteelt en met 68 procent het laagst in de bollensector.

Melkvee

De totale balanswaarde van melkveehouderij is in 2017 gestegen tot gemiddeld 3,4 miljoen euro. Sinds 2010 beweegt de gemiddelde balanswaarde zich rond de 3 miljoen euro maar binnen dat bedrag is de samenstelling van de activa wel veranderd, aldus WUR. De stijging van 2017 was vooral het gevolg van de waardestijging van de grond terwijl het areaal van de bedrijven gering uitdijde. Hierdoor nam het eigen vermogen sterker toe dan de langlopende schulden waardoor de solvabiliteit steeg naar 68 procent.

De spreiding in solvabiliteit tussen melkveebedrijven is groot: 20 procent van de houderijen heeft een solvabiliteit van minder dan 56 procent terwijl een even grote groep bedrijven een solvabiliteit heeft hoger dan 85 procent.

Varkens

De totale balanswaarde van varkenshouderijen stabiliseerde in 2017 op gemiddeld 2,5 miljoen euro. De goede bedrijfsresultaten stelden varkenshouders in de gelegenheid de langlopende schulden met gemiddeld 100.000 euro te verlagen en het eigen vermogen te versterken. De solvabiliteit steeg daardoor naar 61 procen, het hoogste niveau sinds 2006.

Vergeleken met 2006 is de waarde van een varkensbedrijf met ruim 1 miljoen euro gestegen. Ruim 50 procent van de balanswaarde bestaat uit grond en gebouwen. De waarde van gebouwen is tot 2016 geklommen door nieuwe investeringen in varkensstallen. Daarvoor vallen varkenshouders als eerste terug op de eigen middelen, aangevuld met nieuwe bankleningen. Door grote investeringen in de afgelopen jaren zijn de langlopende schulden tot 2016 toegenomen tot gemiddeld bijna 1 miljoen. euro, blijkt uit de berekeningen van WUR.

Leghennen

In 2017 bedroeg het gemiddelde balanstotaal van leghennenhouderijen 3,2 miljoen euro; een toename van ruim 500.000 euro ten opzichte van het voorgaande jaar. De solvabiliteit steken op 61 procent door zowel een toename van het eigen vermogen als het vreemd vermogen.

Vergeleken met tien jaar gelden is de totale waarde bijna verdubbeld. In 2017 was immateriële activa (pluimveerechten) met meer dan 1 miljoen euro de grootste post op de balans. Gebouwen zijn tussen 2009 en 2013 door renovatie en nieuwe investeringen in pluimveestallen om aan de milieu- en welzijnseisen te voldoen (onder andere door het verbod op traditionele kooihuisvesting) flink in waarde gestegen. Door afschrijvingen en lagere investeringen daalde de waarde van gebouwen sinds 2014 om in 2017 weer voor het eerst te stijgen.

Vleeskuikens

In 2017 is de totale balanswaarde van vleeskuikenhouderijen omhoog gegaan naar 3,6 miljoen euro, deels veroorzaakt door de toename van het gemiddeld areaal cultuurgrond op de steekproefbedrijven. Ten opzichte van tien jaar eerder is de stijging 1,5 miljoen euro.

De solvabiliteit laat vanaf 2014 een opgaande lijn zien en is in 2017 uitgekomen op 68 procent. Vleeskuikenhouders hebben doorgaans een hoger eigen vermogen, schrijft WUR. De langlopende schulden bewegen zich sinds 2010 doorsnee tussen de 900.000 en 1 miljoen euro.

Bekijk meer over:

Weer

  • Vrijdag
    22° / 9°
    20 %
  • Zaterdag
    18° / 8°
    20 %
  • Zondag
    17° / 10°
    50 %
Meer weer