%27Sla+bij+ontwormen+gerust+wat+schapen+over%27
Achtergrond
© Twan Wiermans

'Sla bij ontwormen gerust wat schapen over'

De schapensector werkt hard om het gebruik van wormmiddelen terug te dringen. Door fokkerij, mestonderzoek en een dosis gezond boerenverstand, slaan schapenhouders het ontwormen vaker over. Ook na het aflammeren.

'Ontwormen na het aflammeren doe je niet voor de ooi, je kunt ze nooit voor 100 procent schoon krijgen. Maar je doet het wél om de weidebesmetting in het voorjaar te verlagen en daarmee de lammeren te beschermen', vertelt Reinard Everts, dierenarts bij Schapendokter.nl en algemeen directeur van fokkerijorganisatie NSFO (Nederlandse Schapen- en Geitenfokkers Organisatie).

Volgens de dierenarts is het niet nodig om elke ooi te ontwormen. Wanneer de schapenhouder besluit om na het aflammeren te ontwormen, kan hij per groep zeker 5 tot 10 procent van de ooien overslaan. Op deze manier stelt hij de resistentieontwikkeling tegen wormmiddelen zo lang mogelijk uit.

'De ooien die je overslaat, stel je niet bloot aan het wormmiddel. De wormeitjes die ze uitscheiden worden op die manier dus niet nóg resistenter', legt Everts uit. Het beste is om de ooien die wel ontwormd worden minimaal twee dagen voordat de ze naar buiten gaan te behandelen. Zo komen de wormeieren nog in de stal terecht en niet op de weide.

Fokwaarde van 5.000 ooien binnenkort bekend

Reinard Everts, dierenarts bij Schapendokter.nl en algemeen directeur van fokkerijorganisatie NSFO

Niet ontwormen

Een groeiende groep schapenhouders kiest ervoor om in het voorjaar een deel van de ooien niet te ontwormen. Sommigen slaan zelfs meer dan de helft van de dieren over. Bij dit 'nieuwe ontwormen' staat het wormmiddel niet meer centraal. Er is daarentegen veel aandacht voor mestonderzoek, beweidingsschema's en het fokken met wormresistente dieren.

Daar worden goede resultaten mee bereikt. 'We hebben geen harde cijfers, maar zien wel dat veel bedrijven tegenwoordig maar één keer per jaar de lammeren ontwormen. Tien jaar terug deden schapenhouders dat zonder uitzondering nog drie tot vier keer per jaar.'

De dierenarts zegt dat er nog een lange weg is te gaan. Er zijn nog steeds schapenhouders die klakkeloos naar wormmiddelen grijpen. Soms wel vijf tot zes keer per jaar.

Twijfel

Maar hoe ga je te werk bij het 'nieuwe ontwormen'? Volgens Everts behandel je alleen ooien die te veel wormen uitscheiden. De algehele conditie en gezondheid zijn daarbij belangrijke indicatoren. 'Bij twijfels kan individueel mestonderzoek helpen. Sommige boeren kunnen dat prima zelf.'

Bij eitellingen tot zevenhonderd eieren per gram mest is ontwormen niet noodzakelijk. Er is een grote variatie in ei-uitscheiding bij ooien na aflammeren. Hoe vaker een dier een weideseizoen meemaakt, hoe vaker ze in aanraking komt met wormen en hoe meer afweer ze ertegen heeft.

Jonge 1-jarige ooien die nog in de groei zijn en twee lammeren hebben geworpen, kunnen na het aflammeren wel tot 9.000 eieren per gram mest uitscheiden, terwijl oudere ooien die in goede conditie zijn soms minder dan honderd eieren per gram mest uitscheiden.

Hogere ei-uitscheiding

'Aan de buitenkant van het dier is dit vaak niet te zien. Maar als er veel van een ooi wordt gevergd, dan is de ei-uitscheiding vaak hoger', legt de dierenarts uit. 'Zoogt ze dus maar één lam, is ze ouder dan twee jaar en in goede conditie? Dan is de ei-uitscheiding in het algemeen laag. Ontwormen is dan niet nodig.'

De schapenhouderij heeft de afgelopen jaren ook grote stappen gezet in het fokken van dieren die minder gevoelig zijn voor worminfecties en minder eieren uitscheiden. Fokkers van Texelaars, Noordhollanders en Swifters zijn daar erg actief in.

'Binnenkort hebben we de fokwaarde van 5.000 ooien in beeld. Bij voldoende dochters kunnen we ook een betrouwbare fokwaarde voor rammen berekenen', vertelt Everts.

Advies

Het advies aan schapenhouders is om de 20 procent dieren met de laagste fokwaarde voor wormresistentie niet in te zetten voor de fokkerij. Zij scheiden op het bedrijf namelijk 80 procent van de wormeitjes uit. Op die manier selecteren de schapenhouders de gevoeligheid er langzaam uit.

Aangezien er weinig correlatie is tussen wormresistentie en kenmerken als vruchtbaarheid, bespiering, groei of aflamgemak, hoeft de schapenhouder niet te vrezen voor achteruitgang van de genetische vooruitgang van andere kenmerken.

Lastige overstap

Everts beseft dat het voor veel schapenhouders lastig is om over te stappen op een werkwijze waarbij het standaard ontwormen wordt losgelaten. 'Een grote groep boeren ontwormt de dieren al dertig jaar op dezelfde manier. Ze willen meer zekerheid voor ze dat veranderen.'

Daarom is het advies ook niet om abrupt te stoppen met ontwormen na het aflammeren. 'Probeer het eens met een paar oude ooien. Die ervaring zal vertrouwen geven om met een gerust hart volgend jaar nog wat meer ooien over te slaan.'

Weten of je wormmiddel effectief is?
Neem veertien dagen nadat de ooien zijn ontwormd een mengmonster van zo'n zeven ooien (van elke ooi evenveel verse mest). Laat een mestonderzoek uitvoeren via de McMaster-methode en beoordeel het aantal eieren per gram mest (EPG). Bij een waarde onder de 100 is het gebruikte wormmiddel zeer waarschijnlijk effectief geweest. Een EPG boven de 100 is een aanwijzing dat het gebruikte middel minder of niet meer effectief is op het bedrijf. Overleg dan met de dierenarts of er een ander wormmiddel kan worden gebruikt en test ook daarvan de effectiviteit. Doe je dit al bij de ontworming na het aflammeren, dan weet je voor de start van het weideseizoen welk wormmiddel je dit jaar – indien nodig – kunt inzetten.

Bekijk meer over:

Weer

  • Zondag
    25° / 13°
    30 %
  • Maandag
    18° / 15°
    70 %
  • Dinsdag
    19° / 13°
    70 %
Meer weer